*

 

schouten / Het onzegbare

Rob Schouten − 25/01/08, 00:35

Soms schuift onverwacht een herinnering langs waar je al die tijd geen benul van had. Opeens wordt je leven verrijkt met een gebeurtenis uit het verleden. Of nee, gebeurtenis is vaak niet het goeie woord, sensatie. Je proeft iets, een atmosfeer, een geur, een aanwezigheid.

Het is meestal niks, een donker hoekje in het huis, een moment dat je met je ouders op reis was, een visite, maar het lijkt of het gevoel een opening biedt naar een heel ander leven dan dat waar je sindsdien in terecht bent gekomen. Alsof je er had kunnen afslaan en blijven.

Dat is natuurlijk niet zo, het leven heeft z’n onverbiddelijke loop maar toch is het een prikkelende gewaarwording dat je ooit ergens ten volle was en het zomaar hebt bewaard. Ze zeggen dat je geheugen makkelijk vervuild raakt met valse herinneringen, dat je misschien helemaal daar niet geweest bent maar dat je het maar denkt omdat je bijvoorbeeld foto’s hebt gezien, of omdat iemand anders je iets dergelijks verteld heeft.

Wat maakt het uit, denk ik, als iemand op die manier je kostbare herinnering probeert te relativeren, echt of foto of verhaal? Het gaat hier niet om de achterhaalbare waarheid maar om het onvervreemdbare gevoel. Helemaal van jou, bij jou opgeslagen. Het valt ook helemaal niet over te brengen, misschien bij benadering soms in een gedicht of een schilderij, maar nee, dat is het toch nooit helemaal. Je kunt erover praten, in het vertrouwen dat de ander ook wel iets dergelijks kent, maar helemaal uitwisselen gaat niet.

Deze herinneringen zijn goederen die je niet kunt delen. Ik vermoed dat je een zekere leeftijd moet hebben om zulke sensaties als bijzonder te ervaren, hoewel ik op m’n twintigste ook al wel zo nu en dan prikkels van vroeger ontving, uit de tijd dat ik over het kippenbruggetje in Hoogeveen liep bijvoorbeeld (allicht vervuild door het lezen van boekjes van W.G. van de Hulst) of die overschaduwde villa in Bloemendaal voor het eerst zag (allicht zit daar een scheutje Willy Corsari bij).

Een van die eerste sensaties is mijn eerste schooldag op de Tetterodeschool in Haarlem, ik was zes, er lag een schriftje voor me, om letters in te schrijven, en we begonnen met een soort blokjes, waarschijnlijk om te rekenen. Ik herinner me een vaag gevoel van verwachting, alsof er voor het eerst iets definitiefs ging gebeuren. Hoge ramen, juffrouw van Heek, een fijn licht, iets tussen grijs en geel in. Nee, het lukt niet. Woorden schieten te kort. Dan maar vertrouwen dat anderen, op een andere manier, hetzelfde hebben.

Zoals ik proefde in het verhaal ’Ligeia’, van Edgar Allan Poe: ’Er is, onder de vele onbegrijpelijke anomalieën van de wetenschap van de geest, geen huiveringwekkender opwindend feit dan dat we bij onze pogingen ons iets voor de geest te halen wat we lang geleden zijn vergeten, ons dikwijls precies op de grens van de herinnering bevinden zonder het ons uiteindelijk werkelijk te kunnen herinneren.’ Dat las ik en ik dacht: ja precies, zo is het. Gelukkig, hij ook, even onzegbaar!

mailIcon print |