Hoe droevig ook voor zijn volgelingen, het is maar goed dat Maharishi Mahesh Yogi eergisteren is gestorven. Goed in ieder geval dat goeroes die de algehele wetenschap over ongeveer alles pretenderen te bezitten, sterfelijk en dus menselijk blijken te zijn.
Enkele jaren terug ging de oprichter van de Bhagwan-sekte, Maharishi al voor. Die geslepen man die zich in een orgie van dure auto’s en onderworpen vrouwen wentelde, ging zelf vroegtijdig de pijp uit. Naar verluidt bleek zijn beweging niet tegen zijn heengaan bestand. De oranje, paarse of kanariegele overalls en pofbroeken uit de jaren tachtig zijn allang uit het straatbeeld verdwenen.
Maharishi was zeker geen oplichter van Bhagwan-formaat en zijn levensstijl was minder uitbundig. Hij beloofde alleen dingen die hij niet kon waarmaken. Zo is er van zijn levenswerk – het bewerkstelligen van de wereldvrede door transcendente meditatie – bitter weinig terechtgekomen. Je hoeft alleen de krant maar te lezen of de tv aan te zetten om dit te constateren. Begin jaren negentig ging ik op reportage in Maastricht waar massa’s op de been waren om hun goeroe te fêteren. Samen mediterend zouden ze de wereldvrede in een klap dichterbij brengen en de aanstaande eerste Golfoorlog verhinderen. Het was er voor insiders echt oergezellig. Duizenden geflipte westerlingen stonden kwijlend van geluk in een hal naar een groot scherm te turen, waarop hun god een saaie monoloog hield. Na een middag deprimerende vrolijkheid ging ik naar huis en zette CNN aan. Saddam was helaas de hele dag doorgegaan met het plunderen van Koeweit en een tijdje later vielen de eerste bommen op Bagdad.
Natuurlijk kunnen aanhangers van Maharishi zich beroepen op ons onvermogen om de stugge werkelijkheid te doorgronden. Zo beweerde regisseur David Lynch onlangs dat dankzij zijn goeroe, de Grote Ziener, de wereld vreedzamer is geworden. „De Maharishi heeft de wortels gevoed. Heb even geduld, de wereldvrede is in aantocht.” Ja morgen, altijd morgen, worden we met zijn allen gratis geschoren.
Mijn eigen goeroe was bescheidener. Het was een oude en lieve Tibetaanse lama die de naam ’Het Licht’ droeg, en ik was net achttien. Ik liet me door hem ’dopen’, kreeg een kopje thee met boter en een rood koordje om mijn nek. Vanaf nu zou het koordje mij beschermen, en in geval van gevaar kon ik zelfs onzichtbaar voor mijn vijanden worden. Ik had toen nog geen vijanden en wilde helemaal niet onzichtbaar worden. Dat ik naar de villa bleef terugkomen waar de meditaties plaatsvonden, lag aan mijn overtuiging dat ondanks de folklore mijn lama zeer menselijk was. Hij verbood bijvoorbeeld dieren, zelfs insecten, te doden maar hij kon geen dag zonder vlees. Ook het feit dat we soms een meditatie moesten overslaan omdat de lama door kiespijn werd geveld, stelde me gerust. Ik heb uit die periode overigens alleen maar prettige herinneringen overhouden. Maar onder het schuim der dagen is mijn geloof verdwenen. Hoewel ergens diep in mij nog iets zit dat mij wil doen geloven dat ik met dit badinerende stuk een slecht karma heb aangemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.