*

 

Peter R. de Vries is held noch charlatan

Willem Schoonen − 09/02/08, 00:32

Het was de week van Peter R. de Vries. De misdaadverslaggever werd in de media de ene keer bejubeld als een held en dan weer weggezet als een schande voor de journalistiek. Beide kwalificaties deugen niet.

De Vries is niet de held die een moord heeft opgelost. Hij heeft dankzij een informant Joran van der Sloot aan de praat gekregen over de verdwijning van Natalee Holloway. Het relaas van Van der Sloot was ijskoud, onmenselijk en misselijk makend. Je moest het als kijker wel zien als een bekentenis. Of het dat ook is in de juridische zin van het woord, staat te bezien. De zaak Holloway is pas opgelost als het Openbaar Ministerie erin slaagt degene die verantwoordelijk is voor haar verdwijning veroordeeld te krijgen. Anders dan De Vries suggereerde, is de zaak nog niet rond.

Dat laat onverlet dat de misdaadverslaggever beweging heeft gebracht in een zaak die muurvast zat. Je kunt de woorden van Van der Sloot die in beeld en geluid werden gevangen niet als irrelevant terzijde schuiven. En je kunt de zaak Holloway ook niet afdoen met de opmerking dat er zoveel mensen spoorloos verdwijnen. Dat is waar, maar er zijn nog veel meer mensen die omkomen in het verkeer. En hun aantal valt weer in het niet bij de overlijdens door hart- en vaatziekten. Soms krijg een zaak, een dood, een verdwijning extra aandacht. Door bijzondere omstandigheden, door raadsels die rond de zaak groeien.

Dat kun je als krantenmaker niet negeren. Zeven miljoen mensen keken afgelopen zondag naar de uitzending van De Vries. Kijkcijfers zijn niet maatgevend, maar dergelijke aantallen maken duidelijk dat de zaak de volle aandacht heeft.

Sommige lezers vonden dat we er in de kant van maandag veel te veel aandacht aan hebben besteed. Dat vond ik niet. Ik heb zondagavond soms ademloos dan weer geïrriteerd zitten kijken, met die andere zeven miljoen. En ik wil dan de volgende dag lezen hoe mijn krant dit nieuws duidt. Dat is geen sensatiezucht of meedrijven op een hype. Het is de taak van een krant om nieuws in perspectief te plaatsen.

Ik heb gretig alles gelezen wat de collega’s erover schreven. En hoe lezers daarop reageerden. Er waren er die Peter R. de Vries verguisden, omdat hij volksgericht en heksenjacht in ere had hersteld. Er waren lezers die hem roemden, omdat er nu misschien toch nog recht kan worden gedaan aan het slachtoffer.

In de reacties zie je een dubbel gevoel. Aan de ene kant de irritatie over het klaroengeschal van De Vries, de registratie van de emoties van moeder Holloway, de reclameblokken en de Amerikaanse televisiesaus. Aan de andere kant de bewondering voor de manier waarop denken en spreken van een mogelijke dader zijn gevangen, en de hoop dat alsnog recht zal geschieden.

De uitzending van De Vries opende verscheidene debatten. Over de grenzen van de journalistiek, over de rol van burgers in recht en misdaadbestrijding, over het recht op privacy, over de schandpalen van de moderne media. Harm Brouwer, de hoogste baas van het Openbaar Ministerie, riep gisteren in deze krant op tot een maatschappelijk debat over de grenzen van de burgeropsporing. Dat klinkt als een zwaktebod: de procureur-generaal wil een discussie. Maar ik vind die oproep goed. Het onderwerp is niet nieuw; misdaadverslaggeving en undercoverjournalistiek zijn niet van gisteren. Maar uitgekristalliseerd zijn de debatten ook nog niet, wat mij betreft. Ik ben het dubbele gevoel dat ik afgelopen zondag kreeg nog niet kwijt.

De gesproken brief is te zien en te horen op trouw.nl/video

mailIcon print |