Vrijdag 30 mei stonden ze, woest beschilderd en schaarsgekleed, wereldwijd op bijna alle voorpagina’s. In het Amazonegebied van BraziliĆ« en Peru zou een tot op heden onbekende indianenstam zijn ontdekt. De kleurenfoto’s waren even fascinerend als spectaculair. En het verhaal erachter las als een spannend jongensboek.
In de ochtend was een vliegtuigje eerst over de nederzetting gevlogen. Toen het later die dag terugkeerde, hadden de bewoners zich getooid in krijgsuitrusting. En hun pijlen gericht op de indringers. Die hadden evenwel, moesten wij begrijpen, het beste met hen voor. De foto’s van de onbekende stam zouden van het grootste belang zijn in de strijd tegen de ontbossing. Onomstotelijk was nu bewezen dat er wel degelijk mensen wonen in dit deel van het Amazonewoud – een feit dat houtkappers het liefst zouden willen ontkennen.
Het was bijna te mooi om waar te zijn. Anno 2008 duikt er ineens een nieuwe indianenstam op? Terwijl bij wijze van spreken elke stoeprand op deze aardbol in kaart is gebracht? En dankzij Google Earth nog te bestuderen valt ook?
Deze krant, het moet gezegd, zette als een van de weinige meteen vraagtekens bij het waarheidsgehalte van het verhaal. „Daar gaan we weer”, verzuchtte een Nederlandse indianenexpert de volgende dag op de buitenlandpagina’s. „Het oude liedje, er is een volk ’ontdekt’.” Onzin, volgens hem. De betreffende indianen waren al in 1910 gesignaleerd en beschreven. Maar sceptische geluiden als deze vonden nauwelijks gehoor.
Wat heet. De rousseauaanse emoties liepen golvenhoog op in de dagen die volgden. Ze bestaan nog, de nobele wilden! Ver weg van de zogenaamde verworvenheden van onze zogenaamde beschaving!
„Nu maar hopen”, schreef een blogger, „dat er geen verder onderzoek naar gedaan wordt en hun leventje ongestoord verder kan gaan.” In de Volkskrant klonk het, al even bezorgd: „De Indianen hebben reden om onze nieuwsgierigheid te vrezen, we zullen steeds een stapje verder gaan, ook te ver.” En een lezer van NRC Handelsblad schreef: „Hopelijk blijft het bruut verstoren van de eeuwige dorpsrust door het laag overvliegen van zo’n afzichtelijk monster voor deze indianenstam een incident.”
Ook was er een wetenschapper die in de foto’s een regelrecht J’accuse ontwaarde. Hij meldde in hetzelfde avondblad dat die pijlen ’net zo goed’ op het Westen waren gericht. Waarna hij ons opriep om minder vlees en industrievoedsel te consumeren en voortaan uitsluitend duurzaam hardhout aan te schaffen.
Ja ja. Zelfs het lot van een indianengroepje in een heel ver werelddeel dient te drukken op ons aller geweten.
Pas dit weekend drong alom door dat het verhaal achter de oerwoudfoto’s inderdaad een hoax is. De Britse krant The Observer interviewde de Braziliaan die de expeditie had ondernomen. Ruiterlijk gaf hij toe dat hij ons om de tuin had geleid. Het doel heiligt de middelen, nietwaar.
Namens zijn organisatie had hij aandacht willen vragen voor de bedreigde indianen. En de suggestie dat het hier een onontdekte stam betrof zou nu eenmaal meer effect sorteren dan de saaie waarheid.
Tikkeltje onethisch? Vond de man allerminst. Zijn missie was immers geslaagd: de Peruaanse regering, tot nog toe doof voor het lot van de indianen, had eindelijk toezeggingen gedaan.
Heel fijn natuurlijk. Toch wilde het ongemak bij mij maar niet verdwijnen. Want hoezo zouden wij mensen, wezens zoals u en ik, moeten beschermen als waren ze een bedreigde diersoort? Dat is neokoloniaal dedain, vermomd in neokoloniaal respect.
iDe gesproken column is te zien en te horen op www.trouw.nl/video© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.