De zestienjarige pubers die de komende jaren de arbeidsmarkt betreden hebben er nog geen idee van. Maar als de doemscenario’s van de naderende vergrijzing uitkomen, betalen zij daarvoor een hoge rekening.
Het is de generatie van 1990 die met een totaal andere verzorgingsstaat te maken heeft dan de naoorlogse babyboomgeneratie. Hier komen de eerste vrouwen uit voort van wie de overheid verwacht dat ze zelfstandig in hun inkomen voorzien. Voor hen bestaan de kostwinnersvoordelen niet meer en is thuisblijven om voor de kinderen te zorgen een dure luxe. Deze jongeren krijgen minder uitkering bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of ontslag dan toen de babyboomgeneratie ging werken. En ze zullen meer eigen geld opzij moeten leggen om dit soort risico’s op te vangen.
Het zijn maatregelen geweest waarmee vier opeenvolgende kabinetten ruimte wilden vrijspelen op de overheidsuitgaven om later de vergrijzingskosten te kunnen betalen. Ook moesten zoveel mogelijk mensen aan het werk.
Toch is dit niet voldoende, blijkens alle studies die het kabinet-Balkenende heeft laten verrichten. Bij ongewijzigd vergrijzingsbeleid moeten de komende decennia alle schoolverlaters in de zorg gaan werken en alle woningbouwplannen uitsluitend op ouderen gericht worden, aldus de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een adviesorgaan van de regering.
En volgens het Centraal Planbureau (CPB), de rekenmeester van het kabinet, moet er de komende vier jaar opnieuw negen miljard euro bezuinigd worden om de overheidsbegroting rijp te maken voor de vergrijzing. Hoe langer de politiek wacht, des te meer pijn doen de ingrepen in de jaren daarna. Bovendien wordt de vergrijzingsrekening dan vooral door jongere generaties betaald, aldus het CPB.
De vergrijzingsdiscussie gaat inmiddels niet alleen meer over de betaalbaarheid, maar ook over solidariteit tussen generaties. Hoe lang kan men doorgaan de rekening van de vergrijzing eenzijdig bij jongeren neer te leggen en ouderen te ontzien?
Politieke partijen hebben grote moeite hier een antwoord op te geven. Toen in 1994 het CDA voorstelde om de AOW-uitkeringen te bevriezen, kwamen de ouderen massaal in opstand en leden de christen-democraten de grootste verkiezingsnederlaag ooit.
Sindsdien weet de politiek hoe levensgevaarlijk het electoraal is om tegen de belangen van de steeds groter wordende groep ouderen in te gaan. Het kabinet-Kok trof daarom in de jaren negentig heel voorzichtig een paar maatregelen. Zo kwam er een virtueel spaarfonds voor de AOW, waardoor de overheid nu jaarlijks een bedrag opzij zet voor de vergrijzing. En het besloot om AOW-premie niet meer te verhogen, maar de meerkosten voortaan uit belastinginkomsten te betalen. Inmiddels wordt de AOW al voor zo’n 20 procent via de fiscus betaald, waardoor ook gepensioneerden bijdragen.
Maar toen PvdA-leider Bos dit jaar voorstelde de AOW volledig uit belastinginkomsten te gaan financieren – zodat rijkere ouderen meer meebetalen – kwam er een nieuwe storm van protest. In het verkiezingsprogramma van de PvdA zijn daarom de plannen verzacht. Alleen ouderen met meer dan 15.000 euro aanvullend pensioen gaan geleidelijk bijdragen, al gaat dat pas vanaf 2011 in. Daarmee levert de PvdA de komende vier jaar nog geen bijdrage aan het rijp maken van de overheidsbegroting voor de vergrijzing.
Ook het beperken of afschaffen van de hypotheekrenteaftrek is een manier om geld op de rijksbegroting vrij te maken, al tref je daarmee opnieuw jongeren. De PvdA wil de aftrek voor nieuwe huizenkopers beperken tot het 42-procentstarief. De SP doet dat ook, maar wil bovendien de maximale aftrekbare hypotheek beperken tot 350.000 euro. D66 heeft het niet over een lagere belastingschijf, maar maximeert de aftrekbare hypotheek op een half miljoen euro. GroenLinks wil het systeem veranderen in een woonsubsidie van 1,2 procent van de hypotheekschuld.
ChristenUnie en SGP doen weer andere voorstellen om de vergrijzing op te vangen. Ze willen ouderen meer laten bijdragen door het lage inkomstenbelastingtarief van 20 procent voor gepensioneerden af te schaffen.
Van alle partijen is D66 de partij die de komende vier jaar het best voorsorteert op de vergrijzing. Andere partijen halen hooguit de helft van het doel van 9 miljard bezuinigen dat het CPB noemt. D66 bereikt dat vooral door de AOW-leeftijd geleidelijk naar 67 jaar te verhogen.
Bij CDA en VVD is de AOW heilig. Zij kiezen ervoor – net als overigens SP en D66 – om het laatste restje kostwinnersvoordeel in de belastingwet te schrappen. Dat betekent dat de algemene heffingskorting wordt geïndividualiseerd, al geldt dat opnieuw pas voor de generatie die na 1990 is geboren.
De VVD wil verder geld vrijmaken door te bezuinigen op bureaucratie in de zorg en op uitkeringen voor mensen onder de 65 jaar. Zo verliezen jongeren tot 27 jaar hun recht op bijstand en moeten uitkeringen – behalve de AOW – niet meer jaarlijks met de lonen meestijgen.
Het CDA wil de vergrijzing vooral te lijf gaan door de aanval in te zetten op de bureaucratie in de zorg. Het CPB noemt dit plan zowel ’risicovol’ als ’beloftevol’. Het risico is groot dat de zorgverlening feitelijk vermindert. Maar het CDA is eigenzinnig en denkt dit te kunnen voorkomen.
Als het de partij inderdaad lukt de taaie bureaucratische lagen in de zorg fors te verminderen, dan hebben ze een gouden methode gevonden om de vergrijzingskosten te beperken op een manier waar alle generaties van profiteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.