Er zijn ook in de historische wedstrijd tegen Italië nog genoeg dingen fout gegaan, zegt Oranje-aanvoerder Edwin van der Sar. Tegen Frankrijk wordt het veel lastiger, waarschuwt de doelman.
Niemand geschikter dan de groepsoudste van Oranje, doelman Edwin van der Sar (37), om relativerende kanttekeningen te plaatsen nu de euforie alweer aanzwelt. Het liefst spreekt hij niet meer over de 3-0 zege op Italië en de vreugdetaferelen. „We hebben één wedstrijd gespeeld, meer niet.” Van verwondering was bij hém, zegt hij, geen sprake.
„De verwondering zat meer bij de fans en de pers. Wij waren dolblij. Maar na de ontlading op het veld waren er in de kleedkamer al geen wilde taferelen meer. Het is voor mij hetzelfde als na de kwartfinale van het EK 2004 tegen Zweden. We waren blij dat we die penaltyreeks hadden gewonnen, maar hadden nog niks. En het uiteindelijke doel werd niet bereikt.”
Opvallend was wel dat je juichte nadat je in het slotgedeelte van de wedstrijd de vrije trap van Pirlo had gestopt.
„Je herkent de belangrijke momenten in een wedstrijd. Als die erin was gegaan, had het moeilijk kunnen worden. Die redding was het einde van de wedstrijd. Hij moest wel uit m’n tenen komen. Ik zag de bal laat en hij was zó hard dat ik er een sterke hand tegenaan moest gooien. Wedstrijden als Zweden-Griekenland en Spanje-Rusland zijn bij 2-0 gespeeld, maar een wedstrijd tegen Italië niet. Dat we veertien seconden later het derde doelpunt maakten, was ongelooflijk.”
Zo hongerig nog en zo scherp oog je als tweevoudig Champions League-winnaar. Wat is daarvoor de verklaring?
„Je bent met een groepsproces bezig. Je wilt dingen met elkaar en je wilt zelf dingen. Er zijn genoeg dingen waarvoor je kunt betalen. Maar voor andere dingen moet je hard werken, geconcentreerd zijn en opofferingen doen. Die zijn vaak mooier en leuker dan dingen waarvoor je geld kunt neerleggen.”
Zag jij het ook als de overwinning van Van Basten, die bijvoorbeeld doodleuk Van der Vaart aan Pirlo koppelde?
„Pirlo speelt te ver naar achteren om er een verdedigend iemand op te zetten. Het was tactisch goed bekeken van de bondscoach. Typerend voor zijn voetbalopvatting? Daar zijn jullie meer mee bezig dan wij. Het was goed dat de tactiek werkte. Het is ook fijn dat je de bevestiging krijgt van de dingen waarmee we drie, vier jaar bezig zijn geweest. Vaak waren ze niet goed en nu, op het goede moment, komen ze misschien tot wasdom.”
Vind je dat jij nu een rol moet spelen in het beteugelen van de euforie?
„De bondscoach heeft daarin geen beroep op me gedaan. Ik heb bepaalde verantwoordelijkheden, en die neem ik. Maar er zijn meer oude rotten in de selectie. Jullie denken misschien dat we nog de polonaise door het hotel lopen. Maar voor ons is het al weg. Eigenlijk is het vervelend dat we er nu weer over moeten gaan praten. Wij richten liever onze aandacht op de wedstrijd van vrijdag tegen Frankrijk dan te vertellen hoe goed het maandag was. Dat boeit ons eigenlijk niet meer.”
„Ik denk dat het tegen Frankrijk veel lastiger zal worden dan maandag. We hebben ons een half jaar op Italië kunnen focussen. Niet dat we drie maanden van tevoren alle looplijnen al kenden, maar je weet dat die wedstrijd je campagne kan maken of breken. Nu hebben we een heel korte tijd. Frankrijk heeft nog steeds kwalitatief heel sterke spelers, veel ervaring. Daar moet je veel respect voor hebben. Bij wat zij de afgelopen tien jaar hebben bereikt, vallen onze prestaties in het niet.”
Schaal jij als recordinternational de wedstrijd tegen Italië ook in als een historisch hoogtepunt in de interlandgeschiedenis?
„Met zo’n uitslag tegen de wereldkampioen mag je daarvan spreken. Maar er zijn nog genoeg dingen fout gegaan. Als Toni de bal in de vierde minuut naar Di Natale kopt, kan het 1-0 zijn voor Italië. Wordt er kort genoeg gedekt? Stond Boulahrouz te ver van zijn man bij dat gevaarlijke schot van Di Natale? Liet Kuijt Grosso in zijn rug weglopen? Dat gebeurt. Zonder fouten vallen er nooit doelpunten. Maar je moet je ogen er niet voor sluiten dat je ook wel wat kansen tegen hebt gehad.”
Wat is er in dat licht te zeggen van de vaak bekritiseerde verdediging van Oranje?
„We hebben één wedstrijd gespeeld, meer niet. Natuurlijk ben je blij voor jezelf. Voor Boulahrouz, die lang niet had gespeeld. Voor Ooijer, die op het laatste moment naar het centrum werd getrokken. Voor Mathijsen, die kritiek kreeg. Maar we hebben niet het gevoel dat we de pers een lesje hebben geleerd of zo. Genoegdoening kun je pas op het eind hebben.”
De relativerende boodschap is duidelijk, maar nu al heet Oranje weer een favoriet te zijn.
„Ik heb altijd eerlijk gezegd dat ik het prima vond eens geen favoriet te zijn. Voor mij is voorzichtigheid troef, en dat heeft me meer goed dan kwaad gedaan. Misschien praten we wel te veel met jullie, want we zijn met iets bezig en alles wat we zeggen wordt op een goudschaaltje gelegd. Wij moeten naar beneden praten wat door anderen omhoog wordt gepraat. Goed, er moet een podium zijn, voor de fans ook. Maar de fans willen ons toch het liefst zien presteren op het veld.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.