Het zijn wensen die op gespannen voet staan met elkaar: meer én betere leraren. Maar het kan, zegt staatssecretaris Marja van Bijsterveldt.
Er wordt veel geklaagd over de kwaliteit van de lerarenopleidingen. Hoe kijkt u daartegenaan?
„Met name de lerarenopleidingen aan de hogescholen moeten nog beter. Van studenten hoor ik steeds dat de opleiding meer uitdaging en diepgang zou mogen bieden. Een grote inhoudelijke bagage is cruciaal voor een leraar. Studenten vragen daar ook om.”
Is een minor, een groot bijvak, binnen de driejarige universitaire bachelorstudie genoeg om de vereiste kwaliteit te leveren?
„Dat verwacht ik wel. De hbo-opleiding tot tweedegraads leraar duurt vier jaar en daarmee kun je lesgeven in vmbo, havo, vwo en mbo. Met de nieuwe driejarige opleiding kun je terecht op een minder breed terrein: alleen de onderbouw van havo en vwo en de theoretische leerweg van het vmbo. Dat kan in drie jaar. Maar de kwaliteit moet altijd op één staan.”
Vanwege het lerarentekort wilt u méér leraren. Maar u wilt ook bétere leraren. Kan dat tegelijk?
„Er zit inderdaad een spanning tussen die twee doelstellingen. De lat moet hoger, maar tegelijkertijd wil je zo weinig mogelijk jongeren verliezen omdat die lat voor hen te hoog ligt. Maar kijk naar de academische opleiding voor het basisonderwijs, die dit jaar in Utrecht is gestart. Daar kunnen vwo’ers naast de pabo ook een bachelor onderwijskunde halen. Dat trekt een hele nieuwe groep jongeren die graag in het onderwijs wil werken, maar ook uitdaging zoekt. De nieuwe universitaire bachelor met educatieve minor richt zich op een soortgelijke doelgroep.”
Maar de populariteit van de pabo daalt, omdat de reken- en taaltoets veel aankomende studenten afschrikt.
„Dat klopt. Maar aan bepaalde normen moeten we vasthouden, laat ik daar helder over zijn; leraren moeten nu eenmaal aan eisen op het gebied van rekenen en taal voldoen. Inderdaad, dat kan negatief uitpakken voor jongeren die heel graag in het onderwijs willen werken, maar niet aan die eisen kunnen voldoen. Maar een andere afweging kúnnen we niet maken.”
Het leraarschap hoeft geen baan voor het leven te zijn, houdt u jongeren voor. Maar valt het lerarentekort op te lossen als jongeren na een paar jaar leraarschap weer vertrekken?
„Veel jongeren hebben het gevoel dat ze een fuik in zwemmen als ze kiezen voor het onderwijs. En dat willen ze niet, dus kiezen ze iets anders. We willen ook deze jongeren trekken. Al dragen ze maar een paar jaar bij aan het onderwijs, dan is dat al goed. We zijn daarover in gesprek met bedrijven. Voor hen is het interessant als hun jonge werknemers eerst een paar jaar voor de klas staan. Je ontwikkelt er leiderschapskwaliteiten en sociale intelligentie. Een paar jaar leraarschap voegt echt iets toe op je cv.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.