*

 

Succes Navo in Uruzgan is pas de eerste stap

George Marlet − 28/10/08, 02:27

Strijdgroepen in Afghanistan gaan het directe gevecht met Isaf-troepen uit de weg, blijkt opnieuw uit het verloop van de operatie-Bor Barakai.

  • Nederlandse Isaf-militairen in gesprek met bewoners uit het westelijk deel van Mirabad in de Afghaanse provincie Uruzgan. ( FOTO ANP / DEFENSIE)
  • (Trouw)

Duizend zwaarbewapende militairen die in tien dagen tijd één dodelijk slachtoffer maken: het is duidelijk dat anti-westerse strijdgroepen de confrontatie met de Navo-troepenmacht Isaf en het Afghaanse leger proberen te ontlopen. Bij eerdere operaties vielen tientallen, soms zelfs honderden doden onder strijders van de fundamentalistische talibanbeweging en Al-Kaida. Ook veel burgers kwamen om het leven.

Vorige week vrijdag vertrok de hoofdmacht van vijfhonderd Britse mariniers vanuit Kamp Holland richting de plaats Mirabad. De gezichten van de overwegend jonge militairen stonden strak; het kon er weleens om gaan spannen. Dat bleek mee te vallen. Tegenstand werd nauwelijks geboden, wel zijn flinke hoeveelheden explosieven en onderdelen voor bermbommen gevonden.

Het voorspoedige verloop van de operatie-Bor Barakai (Tornado) is een opluchting voor Isaf en de Nederlandse kolonel Kees Matthijssen voorop. Als commandant van de Task force Uruzgan (TFU) gaf hij leiding aan de omvangrijke operatie met potentieel grote risico’s voor militairen en burgers. De opstandelingen verscholen zich bij eerdere acties in huizen om vuur van Isaf-militairen uit te lokken. Ook zijn volgens Isaf burgers als menselijk schild gebruikt. Vanwege heftige tegenstand heeft Isaf verschillende keren zware artillerie en luchtsteun ingezet, met tientallen burgerslachtoffers als gevolg.

Zulke nachtmerriescenario’s hebben zich tijdens operatie-Tornado niet voltrokken. Daarmee is de operatie nog geen succes. De vondst van explosieven en onderdelen voor bermbommen bevestigt dat de anti-westerse strijdgroepen directe confrontaties met de veel beter bewapende Isaf-troepen en het Afghaanse leger vrezen. Aanslagen met bermbommen daarentegen zijn in Afghanistan aan de orde van de dag. Daarvan gaat een constante dreiging uit, die voor militairen op den duur belastender is dan een vuurgevecht. Met relatief eenvoudige middelen weten de opstandelingen zo de technologisch superieure Isaf-troepen in een psychologische greep te houden.

Het beeld voor de provincie Uruzgan is niettemin positiever dan een jaar geleden. Toen moest nog een zware slag worden geleverd om de bevolkingscentra Chora en Deh Rawod in handen te houden. Nederlandse en Afghaanse troepen lijken die centra nu onder controle te hebben, zoals al langer de hoofdstad van Uruzgan, Tarin Kowt. Dat beperkt de troepen wel in hun actieradius. Het is geen optie om de drie bevolkingscentra met minder militairen te bewaken. Het Afghaanse leger en de Afghaanse politie zijn nog onvoldoende in staat om voor veiligheid in de bevolkingscentra te zorgen.

Nederland moest dus bij operatie-Tornado opnieuw genoegen nemen met een rol in de tweede linie. Dat was in februari dit jaar ook al het geval, toen Amerikaanse troepen als eerste het gebied rond Deh Rawod binnentrokken. Nederlandse eenheden konden het gebied verder onder controle brengen door hulpprojecten voor de bevolking op te zetten. Deze beproefde aanpak wordt nu ook in Mirabad toegepast.

Of operatie-Tornado echt succesvol is, kan pas op langere termijn blijken. De eerste stappen zijn gezet, maar volgens een gevleugeld gezegde in Afghanistan volgen er op drie stappen vooruit steevast twee achteruit. Met deze realiteit zijn militairen inmiddels gewend te werken.

mailIcon print |