De kredietcrisis domineert de campagnes, maar Amerika heeft nog andere problemen. Zoals het grote aantal mensen zonder zorgverzekering.
Joe Cesa heeft een koffietent in Philadelphia. Zijn zaak zit om de hoek bij een groot ziekenhuis. Toch is gezondheidszorg niet vanzelfsprekend voor Cesa. Hij heeft zelf al vijf jaar geen verzekering tegen ziektenkosten meer. En verzekert ook zijn vijf personeelsleden niet.
„Ik blijf maar net in de zwarte cijfers”, licht Cesa toe. De kosten van een verzekering zijn in tien jaar tijd bijna verdubbeld. Tien jaar geleden kostte die zo’n 2200 dollar per persoon per jaar, nu bijna vijfduizend (3900 euro). Hij kan dat niet betalen.
In plaats daarvan springt hij bij als een werknemer ziek wordt. „Ik betaal voor één of twee bezoeken aan de dokter, of voor de medicijnen.” Prettig voelt hij zich daar niet bij. „Je moet je de hele tijd afvragen of je je dat veroorloven kunt. Werknemers aarzelen steeds of ze het geld zullen aanpakken. Het verandert hoe zij en ik tegenover elkaar staan en hoe medewerkers met elkaar omgaan.”
Gelukkig is er nog nooit wat ernstigs gebeurd. Toen Cesa zelf ooit het topje van zijn duim afsneed, moest hij bij de eerste hulp in het ziekenhuis afrekenen met zijn creditcard: drieduizend dollar. Hij was lang bezig die schuld af te betalen.
Chris Koziel, een 33-jarige kok uit Chicago, leeft in onzekerheid. In 1998 werd bij hem leukemie ontdekt. Hij was toen verzekerd en werd met succes behandeld. Maar in 2003 raakte hij zijn verzekering kwijt. „Ik worstel nu elke dag met de vraag of het niet terugkomt.” Hij kan de jaarlijkse controlescans niet betalen.
Cesa en Koziel zijn beide naar voren geschoven door de Robert Wood Johnson Stichting. Die liefdadigheidsinstelling heeft een speciale campagne opgezet om het Congres en de presidentskandidaten over te halen de 45,7 miljoen onverzekerde Amerikanen te helpen.
De stichting wil met behulp van Cesa en Koziel duidelijk maken dat niet alleen illegalen, armen en studenten onverzekerd rondlopen. Zes van de tien onverzekerde volwassenen werken voltijds en het hele jaar. En twee van de tien zijn kinderen.
De Democratische presidentskandidaat Barack Obama en de Republikein John McCain stellen compleet andere oplossingen voor. Obama wil om te beginnen alle kinderen onder de 18 verplicht verzekeren. Hij wil bedrijven verplichten hun personeel te verzekeren of hen een boete laten betalen. Hij zondert kleine ondernemers, zoals Cesa, van die plicht uit.
Obama wil dat de overheid meer mensen met lagere inkomens verzekert en wil maatschappijen dwingen ook mensen die ooit zwaar ziek waren, zoals Koziel, te accepteren. Op termijn zegt hij zo bijna alle Amerikanen te kunnen verzekeren.
McCain voelt niets voor verplichtingen, boetes en grote overheidsbemoeienis. Hij wil elk huishouden een cheque van vijfduizend dollar geven om een polis te kopen. Meer concurrentie moet die goedkoop houden. De Republikein wil mensen daarom het recht geven in heel Amerika een verzekering af te sluiten. Nu is de Amerikaan aan zijn thuisstaat gebonden. De overheid moet van McCain garanderen dat mensen met bestaande klachten verzekerd raken.
McCain beweert overigens niet alle Amerikanen te zullen verzekeren. Zijn plan zou in totaal 25 tot 30 miljoen van de onverzekerden helpen.
Beide kandidaten strooien met studies, waaruit moet blijken dat alleen hun plan werkt en betaalbaar blijft. Het onafhankelijke Commonwealth Fonds, dat zich specialiseert in gezondheidszorg, ziet het meest in het Obama-voorstel. Bij ongewijzigd beleid telt Amerika over tien jaar 67 miljoen onverzekerden. Obama zou 34 miljoen van hen aan een zorgverzekering helpen, McCain – tegen eigen zeggen in – slechts twee miljoen.
Voor Obama zijn de „onverzekerden duidelijk een topprioriteit”, zegt voorzitter Karen Davids. Bij McCain staat de keuzevrijheid van iedereen voorop.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.