Roberto Saviano, die een onthullend boek over de Napolitaanse maffia schreef, is opnieuw bedreigd en overweegt Italië te verlaten. Maar hij krijgt veel steunbetuigingen.
Op het podium van het theaterzaaltje in Orvieto staan twee microfoons. Om acht uur ’s avonds gaan daar twee vrouwen achter staan, terwijl het publiek de stoelen in het zaaltje vult. Een van de vrouwen begint voor te lezen uit ’Gomorra’, het boek over de Napolitaanse maffia van schrijver Roberto Saviano. Ze vertelt over de lijken van Chinezen die in de haven van Napels per ongeluk uit een container vallen.
Na een paar pagina’s neemt de tweede vrouw het over. Daarna is een man aan de beurt. Zo gaat het de hele nacht door: honderden inwoners van Orvieto, in Umbrië, houden een marathon-voorleessessie. „Toen ik Saviano’s boek over de Camorra las, ging er een wereld voor me open. Ik ben hier om te laten zien dat ik zijn moed bewonder”, zegt Maria-Luiga Borri, een van de voorlezers. „Saviano lijdt. Het minste dat ik kan doen, is één nacht met hem meelijden. Ik blijf vannacht wakker omdat hij vast ook wel eens niet kan slapen”, vertelt Angelo Strabioli, een andere voorlezer.
Niet alleen in Orvieto wordt een voorleessessie gehouden. Het gebeurt ook elders in Italië. Veel Italianen laten openlijk zien dat ze zich het lot van Saviano aantrekken en dat ze met hem meeleven. De aanleiding van de spontane steunbetuigingen is het nieuws, vorige week, dat de Camorra mogelijk een aanslag op zijn leven beraamt. Volgens justitie zouden er ook plannen zijn om de schrijver met politiebewaking en al op te blazen, nog voor Kerstmis, ergens op de snelweg tussen Napels en Rome.
De 29-jarige Saviano, die onder de rook van Napels is geboren en getogen, was zijn leven toch al niet zeker. Sinds twee jaar leeft hij ondergedoken en wordt hij permanent bewaakt. Want zijn ’Gomorra’ –waarin hij onthult hoe de Napolitaanse maffia in elkaar steekt, hoe de afpersing en drugshandel in hun werk gaan, hoe er miljarden worden verdiend met de verkoop van nep-merkspullen en het illegaal dumpen van giftig afval– is wereldwijd een succes. De verfilming van het boek trekt volle zalen. De Camorra stelt al die aandacht niet op prijs en zou de schrijver en journalist daarom uit de weg willen ruimen.
Saviano heeft in La Repubblica, de krant waar hij voor werkt, geschreven dat hij nu overweegt om weg te gaan uit zijn vaderland. Het leven met bewaking valt hem zwaar. „Ik voel me een gevangene van mijn succes. Fuck het succes. Ik wil een leven, een huis. Ik wil verliefd worden, in het openbaar een biertje drinken, een boekhandel binnenstappen. Ik wil wandelen, zonnen, in de regen lopen en mijn moeder ontmoeten zonder haar bang te maken. Ik wil mijn leven terug.”
Hij zegt te zijn veranderd in een wantrouwend persoon, en de situatie niet meer te trekken. „Waarom moet ik leven als een lepralijder, mezelf verbergen? Wat is mijn schuld? Ik heb alleen het verhaal van mijn mensen, van mijn geboortestreek willen vertellen.”
Buiten Italië hoopt Saviano een normaal leven te kunnen leiden en veel te kunnen schrijven. „Ik moet me kunnen onderdompelen in de realiteit, anders kan ik mijn werk niet goed doen. Ik moet mijn leven opnieuw opbouwen, ver weg van de schaduwen.”
De zieleroerselen van Saviano en het bericht over de doodsbedreiging hebben tienduizenden Italianen gemobiliseerd. Ze organiseren voorleessessies en forums op internet. Leraren bespreken het boek in de klas. Tientallen burgemeesters willen van hem een ereburger maken. En een dozijn Nobelprijswinnaars –onder wie Desmond Tutu, Lech Walesa, Dario Fo en Orhan Pamuk– hebben een pamflet ondertekend waarin ze zich achter de schrijver scharen: „De staat moet uit alle macht proberen om Saviano te beschermen en de Camorra te verslaan. Maar dit is niet alleen een probleem van de politie. Het is een probleem van de democratie. De vrijheid en veiligheid van Saviano gaat ons allen aan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.