*

 

Leken de bedrijven van nu nog maar op de oude VOC

Annelies Huygen − 28/10/08, 00:00

opinie Veel mensen geven managers de schuld van de kredietcrisis. Zij zouden alleen maar oog hebben gehad voor winsten op de korte termijn. Bovendien introduceerden zij een verkeerd beloningsbeleid, met veel te veel bonussen. Als er betere managers opstaan, zal alles vanzelf beter gaan, zo is de gedachte.

Maar de cultuur van de managers staat niet op zichzelf. Dat geldt ook voor het korte-termijndenken en het beloningsbeleid. Dit komt niet uit de lucht vallen. Het is het resultaat van de wijze van samenwerking binnen een onderneming: tussen de aandeelhouders, de commissarissen, het bestuur en de werknemers. Wie zich beklaagt over de gang van zaken, beklaagt zich eigenlijk over de governance. Dat zijn de regels die de zeggenschap tussen de betrokkenen verdelen en de mechanismen die uiteindelijk het beleid en de beloningen bepalen.

Regels die de zeggenschap bepalen bestaan sinds 1602, toen de VOC werd opgericht, de eerste onderneming met aandeelhouders. De beursgenoteerde ondernemingen van nu zijn verre kleindochters van de VOC. Maar de verschillen zijn groot. Bij de VOC waren de aandeelhouders, rijke burgers, rechtstreeks betrokken bij het bestuur. De directie kwam uit hun gelederen. Voor de directeuren was het van het grootste belang dat de handel doorgang bleef vinden. Anders waren zij hun investeringen kwijt.

Bij de huidige beursbedrijven zijn aandeelhouders en directie gescheiden. De directeuren zijn meestal géén grote bestendige aandeelhouders. Het aandeelhouderschap is versnipperd. De aandeelhouders zijn verspreid over de hele wereld. Het zijn allerlei partijen: de zelfstandigen met hun pensioenen, de pensioenfondsen, mensen met beleggingshypotheken, hedgefunds en vermogende burgers. De meeste aandeelhouders hebben geen binding met het bedrijf. Ze zitten niet in de directie. Ze zijn vooral geïnteresseerd in de opbrengst. Als ze denken dat hun geld ergens anders beter rendeert, dan stappen ze uit. Van solidariteit met de onderneming is meestal geen sprake. Ook niet van interesse in het beleid op lange termijn.

Ook de managers staan op afstand. Tot voor kort kwamen zij meestal voort uit de onderneming zelf. Ze waren daar opgeleid en kenden het bedrijf door en door. Nu komen ze vaak van elders. Ze worden ingehuurd voor enkele jaren. Als ze bij een andere onderneming méér kunnen verdienen, gaan ze weer weg. Managers staan onder druk om snelle prestaties neer te zetten. Dat strookt met de wens van aandeelhouders, die graag koerswinsten zien. Geduld voor de lange termijn is er niet –dan is er weer een andere manager. Het korte-termijndenken is ingebed in het systeem.

Als aandeelhouders weinig structurele invloed uitoefenen, krijgen managers veel macht. Bij de grote ondernemingen kon zich een ’Old boys network’ vormen van directeuren en commissarissen die elkaar goed kenden. Het beloningsbeleid, waarbij zelfs bij wanprestaties bonussen worden uitgedeeld, is het resultaat. Grote aandeelhouders, zoals pensioenfondsen, stemden meestal in, ondanks de maatschappelijke protesten.

Er worden nu allemaal oplossingen bedacht om grote bedrijven beter te laten functioneren. De een zoekt het in meer vrouwen in de top, omwille van de broodnodige diversiteit. Women’s Capital deed vorige week daartoe een oproep in het Financieele Dagblad. Een ander zoekt het in een eed voor bankdirecteuren.

Hoe sympathiek ook, het zijn stoplappen. De governance bij de bedrijven moet veranderen. De prikkels tot verantwoord gedrag moeten worden ingebouwd in de onderneming. De continuïteit op lange termijn moet weer het belangrijkst worden. Dan worden de beloningen vanzelf weer normaal. Met de vrouwen aan de top komt het dan ook wel goed.

mailIcon print |