*

 

Religiewetenschappen verdringen theologie niet opinie

Gerard Wiegers − 30/10/08, 02:27

Studie van religie zoekt niet naar religieuze waarheden maar wetenschappelijke kennis

Volgens door Trouw geraadpleegde Nederlandse christelijke vaktheologen is er een aantal redenen voor het ontbreken van opvolgers van theologische coryfeeën als Kuitert, Schillebeeckx en Halkes. De emancipatie van de gelovigen die deze coryfeeën in hun tijd bewerkstelligden is voltooid. Hierdoor kunnen moderne gelovigen zelf nadenken, en hebben zij geen ’voorsprekers’ meer nodig.

Dat de religiewetenschappen in de laatste decennia zijn opgekomen en de theologie van het toneel hebben verdrongen lijkt me een tendentieuze voorstelling van zaken. De opkomst van de religiewetenschappen als een academische discipline waarin religies als uitingen van menselijke cultuur worden bestudeerd, dateert niet van de laatste decennia, zoals werd gesuggereerd maar uit de negentiende eeuw, toen Nederland als een der eerste landen ter wereld begon leerstoelen op dit vakgebied in te stellen. Aanvankelijk vormden afdelingen godsdienstwetenschap kleine groepen in de toenmalige theologische faculteiten waarin ambtsdragers werden opgeleid. Toen de aantallen studenten theologie terug begonnen te lopen, zo rond de jaren zeventig, begonnen deze faculteiten tevens opleidingen religiewetenschappen aan te bieden. Men begon islamologen te benoemen en sinds enige jaren ook godsdienst antropologen. Tezelfdertijd nam het aantal moslims, boeddhisten, hindoes, new-age gelovigen, ietsisten, en niet-gelovigen in Nederland toe.

Gelukkig stelden de universiteiten zich voor deze ontwikkelingen open. De religiewetenschappelijke aandacht die wordt geschonken aan andere religies dan het christendom is hiermee sterk toegenomen.

De religiewetenschappers worden op aanvechtbare gronden als zondebok aangewezen: zij zouden zich verheven voelen omdat ze ’maatschappelijk en financieel meer gewaardeerd worden’. En die religiewetenschappers bekijken volgens sommigen religies van een afstand en kritisch. Dit is een vertekend beeld. Religiewetenschappers beginnen hun onderzoek met het beschrijven van religieuze systemen van binnenuit, om recht te doen aan de manier waarop gelovigen hun wereldbeeld construeren.

Daarbij gaat het hen niet zozeer om het ’kijken naar de mensen die op hun beurt gelovig naar God en hun medegelovigen turen’, maar juist om gewone mensen, om de gepraktizeerde, geleefde religie. Een fascinerend onderwerp, en naar naar nu ook nog eens blijkt: springlevend. De taak van religiewetenschappen is daarom een andere dan die van theologieën. Zij zijn niet op zoek naar religieuze waarheden, maar naar wetenschappelijke kennis. De religiewetenschappen zijn kortom niet de oorzaak van de ’matheid’ van de christelijke theologie.

Dat de plaats van de christelijke theologie verandert wordt vooral veroorzaakt door complexe maatschappelijke en culturele ontwikkelingen sinds de negentiende eeuw, waarin de scheiding van kerk en staat, religieuze pluralisering, vrijheid van religie en secularisering een rol spelen en waarvan de religiewetenschappen een exponent zijn. Ondertussen vormen zowel in Nederland als elders in de wereld de religiewetenschappers die zich met andere religies dan het christendom bezighouden in numeriek opzicht echter nog altijd een minderheid ten opzichte van de relatief grotere aantallen academische theologen c.q. op het terrein van christendom werkende godgeleerden.

mailIcon print |