Susan Smit (Leiden, 1974) is schrijfster, columniste en presentatrice. Begin dit jaar verscheen bij uitgeverij Lebowski haar tweede roman ’Wat er niet meer is’.
I - Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
„Mijn geest is een kamer die ik niet door anderen wil laten inrichten. Ik heb die luxe gehad omdat mijn vader – vaak is het de vader die doorgeeft wat we geloven, hoe we de dingen doen – daar geen dwingende overtuigingen over had. Mijn moeder was katholiek, maar losjes in de leer. Toen ik, als enige in de klas, na de communie toch geen vormsel wilde doen, zei ze: ’Dan doe je het toch niet? Niks doen wat niet bij je past.’
Ik heb het ontbreken van die invloed als een winst gezien: ik kon blanco van start gaan, op zoek naar mijn eigen geestelijke vaders en moeders. Ik zocht geen boekenkennis of kant-en-klare oneliners. Ik zocht en vond ervaringen, doorleefde wijsheid. Die zou ik minder snel hebben gevonden als mij thuis al van alles was opgelegd.
Ik ben bij de hekserij – of de oude religie, zoals ik altijd zeg – uitgekomen en daarin ben ik nooit uitgeleerd. Ik ben een zoeker, ik wil me blijven verwonderen. Om mezelf tegen starheid te beschermen, zeg ik: je hebt altijd het recht om van gedachten te veranderen. Als het leven je het tegendeel laat zien, ga daar dan in mee. Al mijn inzichten zijn gebaseerd op ervaring. Ik doe niet iets omdat het in een of ander heilig boek staat, of omdat een profeet zegt dat ik het zo moet doen.
De oude religie kent één gouden regel: doe wat je wilt, mits je niets of niemand schaadt. Dat gaat natuurlijk nooit lukken, maar het is een mooi uitgangspunt. Dat eerste gedeelte zegt voor mij alles: doe wat je wilt. Maar laat het wel uit je tenen komen. Handel niet uit angst, ambitie of begeerte. Nee, doe het omdat je het diep van binnen weet. Dit is wat ik wil. Dit is wat mijn ziel verlangt.”
II - Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
„Mythes zijn verhalen met een symbolische betekenis. Zo moet je ook naar beelden kijken. Het is een kunstzinnige verbeelding van iets wat ongrijpbaar is. Meer niet. Ik heb ooit een beeld van Hekate, de maangodin, gekocht. Ik was net begonnen met te verdiepen in de oude religie en zocht een houvast in vorm. Ze heeft een tijdje op mijn schoorsteenmantel gestaan, maar de laatste jaren is ze uit het zicht verdwenen. Ik heb die nadruk niet meer nodig. Het hoeft niet langer tastbaar te zijn; het zit in wat ik denk en in wat ik doe.”
III - Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
„Jouw vrije wil eindigt waar die van de ander begint. Dat geldt ook voor mensen die zich beledigd voelen: je mag zeggen dat je het vervelend vindt als iemand zich op een bepaalde manier over jouw religie uitlaat, maar als je het gaat verbieden, meng je je in de vrije wil van de ander.
Ik ben geen ruziezoeker, ik zoek die conflicten niet op. Ik heb vaak met die andere kant te maken: mensen doen lacherig over heksen, ze sturen enge brieven, hebben volkomen misplaatste ideeën of voelen zich bedreigd. Ik heb zelfs een keer beveiliging nodig gehad toen ik ergens een lezing ging geven. Ik stoor me er niet aan. Geïnteresseerden weten me te vinden en zij die het niet zijn, hoeven niet bang te zijn: ik heb geen last van bekeringsdrang.”
IV - Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
„Ik zoek het niet zo in de vorm, ik zoek het in de inhoud. Ik sta stil bij volle maan, bij midwinter en midzomer, bij de twee equinoxen. Kortom: bij de beweging van de natuur en de invloed die dat op mij heeft. Ik ben me ervan bewust geworden en ik heb geleerd er gebruik van te maken. Het maakt me sterker, steviger.
Nee, ik ga je niet vertellen welke rituelen ik volg, vind je het erg? Ik wil eigenlijk helemaal niet over de oude religie praten. Ik ben zoveel meer dan een heks. Ik wil het ook niet interessanter, geheimzinniger of verhevener maken dan het is.
In Australië heb je de Aboriginals, in Amerika de indianen, in Afrika de Masai en in Europa is ook ooit een natuurreligie geweest. Dat kan niet anders. De principes ervan zijn nog springlevend. Natuurwetten zijn niet gebonden aan tijd en cultuur. Het enige wat je moet doen, is kijken en voelen.”
V - Eer uw vader en uw moeder
„Het eren van mijn vader heeft me wel eens moeite gekost, maar inmiddels zie ik in dat die man doet wat hij kan; dit is de manier waarop hij mij liefde geeft. Beter wordt het niet. Dat heb ik geaccepteerd. Ik moet even op mijn woorden passen nu* ik wil hem niet kwetsen. Gij zult niet te negatief over uw vader spreken in interviews, zullen we dat gebod er even aan toevoegen? Ik heb laatst een kort verhaal over hem geschreven. Het was een herinnering aan de dagen aan het strand; hoe ik naast hem liep en zijn hand over mijn bol voelde aaien. Mijn vaders handen, zo heette het. Ik schreef het omdat ik, voor mijn gevoel, net iets te vaak over hem had geklaagd in het openbaar.
Kijk, mijn vader is iemand die zijn handen vol heeft aan het leven en aan zichzelf. Hij kan zich niet óók nog eens druk maken over het leven van anderen. Hij zocht en zoekt nog altijd zijn roes in de drank, waardoor er een nog grotere verwijdering tussen hem en de wereld ontstaat. Terwijl hij, denk ik, waarschijnlijk ooit dacht dat die drank de scheiding juist zou slechten.
Ik heb heel wat teleurstellingen moeten verwerken, maar wat ik echt niet kon verkroppen, was dat hij mijn moeder – van wie ik zielsveel houd – ongelukkig maakte. De echtscheiding, alweer vijftien jaar geleden, was goed voor hen allebei.
Ik ben niet vergeten hoe het was, maar de scherpte is eraf. Bovendien gebruik ik het beeld van mijn vader niet langer om te plakken op andere mannen in mijn leven. Een man is niet per definitie onberekenbaar; iemand van wie je maar beter niet al te veel kan verwachten. Dat plaatje heb ik op mijn vader teruggeplakt. Zo was hij. Zo zijn niet alle mannen.
Mijn moeder, dat is een ander verhaal. Een wijze vrouw. De koningin van de relativering. Positief. Goedmoedig. Empathisch. Ze speelt geen spelletjes, heeft geen verborgen agenda. Doet wat ze belooft. Zij is de grond waarop ik heb kunnen bouwen. Bij haar voel ik me veilig.
Ja, ik ben van de school die gelooft dat je zelf je ouders uitkiest en dat durf ik alleen maar te zeggen omdat ik het zelf heb ervaren tijdens regressietherapie. Ik kwam terug in vorige levens en begreep waarom mijn ziel deze keuze had gemaakt. De ziel wil groeien, zoals een plant groeit naar het licht.”
VI - Gij zult niet doodslaan
„Ik kan me alles voorstellen, dus ook dat ik een ander zou doden, maar ik kan me niet voorstellen dat een moord iets zou oplossen omdat ik in karma – een oosters woord voor ’boontje komt om zijn loontje’ – geloof. Het is een uitwisseling: als je met een slechte intentie iets doet, zegt of denkt, komt het met dezelfde gang, als een boemerang, bij je terug.
Denken is doen, gedachten zijn trillingen in de lucht; je brengt verandering in de werkelijkheid teweeg. Hoeveel effect dat heeft, hangt af van de mate waarin je met die ander bent verbonden. Er zullen vast mensen zijn die onaardige gedachten over mij hebben, puur omdat ik op televisie kom of in een blaadje sta. Maar aangezien er tussen ons geen kanaal bestaat, komt dat niet bij mij binnen. Maar als een ex-geliefde, ja* soms voel ik ineens dat een ex-geliefde aan mij denkt. Dan voel ik liefde en weet: dit is niet van mij, dit is liefde die ineens – vanuit het niets, van buitenaf – bij mij naar binnen stroomt.”
VII - Gij zult niet echtbreken
„Ooit heeft de verliefdheid op een ander het einde van een relatie in een stroomversnelling gebracht, maar een vreemdganger, nee, dat ben ik niet. Misschien is het wel zo dat bij iedere fase van ons leven een nieuwe geliefde hoort; ik weet het niet. Vaak bewonder je dingen in de ander die je bij jezelf nog wil aanspreken, of misschien zijn het juist de tegenstellingen waardoor je je aangetrokken voelt. Een geliefde kan als geen ander jouw wereld openbreken, de grenzen van ik en jij doen vervagen. Dat is het geschenk van de liefde. Sta jezelf toe te veranderen. En je wordt er heus niet altijd liever, aardiger of verhevener door – vergeet die boekjes over persoonlijke groei – misschien is het juist je jaloezie of je kwaadheid die je moet onderzoeken.
Ik heb nu een partner tegen wie ik soms moet zeggen: ’Tot hier en niet verder.’ De eerste tijd was ik zo verguld met mezelf; ik had me helemaal aan hem overgegeven – een hele stap voor mij – zodat ik het woord ’nee’ niet eens meer over mijn lippen kreeg. Maar juist door ’nee’ te zeggen als iets je echt te ver gaat, kun je ook met volle overtuiging ’ja’ zeggen. Dát is overgave. Dat is iets wat ik heb moeten leren.”
VIII - Gij zult niet stelen
„Picasso zei: ’Je bewondert iemand. Die doe je na. Dat lukt niet. En dat ben jij.’ Daar klopt wel, denk ik. Mijn grootste voorbeeld is Sándor Márai. Ik vind zijn reflectieve, weemoedige manier van schrijven prachtig. Voor ik met een verhaal begin, lees ik Marai. Hij inspireert me, maar hij niet alleen. Als schrijver sta je overal voor open, ook voor de geluiden om je heen. Laatst hoorde ik iemand zeggen: ’Iedereen heeft het altijd over onverwerkt verdriet, maar bestaat er dan ook zoiets als onverwerkt plezier?’ Dat vond ik zo’n mooie uitspraak. Ik heb meteen gevraagd of ik hem mocht jatten. Dat mocht. Nu wacht ik op het juiste moment om hem te gebruiken. Onverwerkt plezier. Prachtig.”
IX - Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
„De enige manier waarop ik mensen in columns, boeken of tijdens lezingen kan bereiken, is door kwetsbaar, openhartig en waarachtig te zijn. Dat ik niet altijd word begrepen, is niet belangrijk. Begrepen worden is een luxe. We hebben allemaal een wereld in onszelf die niet één op één is uit te dragen en misschien hoeft dat ook niet – zolang je dierbaren je maar begrijpen.
In het begin, toen ik net bekend begon te worden, heb ik wel strijd geleverd tegen het onbegrip, maar nu heb ik me erbij neergelegd. Laatst las ik het weer eens in de Volkskrant: ’Susan Smit, het schrijvende model’. Het dedain dat daaruit spreekt – alsof het feit dat ik langer dan tien jaar geleden, naast mijn studie, een centje heb verdiend met modellenwerk ook maar iets zegt over wie ik nu ben. Of toen was.
Ik heb mijn hele leven al de behoefte gehad om de wereld in mijn hoofd, die diffuus is en verwarrend, met woorden ordelijk te maken. Ik wil begrijpen. Schrijven is voor mij hardop nadenken. Een column helpt mij altijd. Ik denk: hoe zit het nou, in mezelf, in anderen? Dan ga ik het opschrijven en aan het eind begrijp ik het. Uitknobbelen. Dat is mijn voornaamste drijfveer, maar de gedachte dat ik – door het juiste woord op de juiste plaats te zetten – mensen kan raken, ontroeren of verder helpen, is minstens zo fijn. Het is niet alleen maar altruïsme, het geeft me ook het gevoel waarde te hebben in deze wereld. Iets te bieden te hebben, meer te zijn dan alleen een pretty face. Wat dat betreft heb ik de tijd aan mijn zijde: ik wórd ouder en het plaatje gáát steeds minder spelen. Straks wordt voor anderen ook duidelijk wat ik al sinds mijn kinderjaren weet. Ik ben een schrijfster, altijd al geweest.”
X - Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
„Bewondering, de andere kant van afgunst, is voor mij veel belangrijker. Als ik iets in iemand bewonder, wil ik als een spons bij die persoon in de buurt zijn: in me opnemen wat ik zo in die ander waardeer. Ik ben ook niet jaloers op het succes van collega-schrijvers, ben je gek! Waarom denk je dat ik voor Het Gesprek al die schrijvers wil interviewen? Waarom denk je dat ik dat voor Margriet doe? Waarom denk je dat ik überhaupt naar boekpresentaties ga, of waarom ik ooit een literair clubje heb opgezet? Ik wil me verbinden met mensen in wie ik iets zie, mensen die ik hoogacht, van wie ik iets kan leren. Niet per se Harry Mulisch, Jan Siebelink of Arthur Japin – in mijn ogen de drie grote Nederlandse schrijvers – maar ook de vrouwen met wie ik ooit aan de start ben verschenen. Marion Pauw, Simone van der Vlugt, Siska Mulder. Ik juich hen toe, ik zie hoe ze zich ontwikkelen en als ze mij in verkoop voorbij streven, voel ik daar geen enkele vorm van jaloezie bij* Nee, weet je, heel oppervlakkig, hoor, wanneer ik jaloers ben? Als ik zo’n grietje voorbij zie komen in spijkerbroek maatje 28. Het kost mij de laatste jaren meer moeite om in shape te blijven en wat daar voorbij dwarrelt, is zich daar helemaal niet van bewust. Mijn tweede gedachte is: zou ik met het meisje willen ruilen? Het antwoord is natuurlijk: nee.
Het past wel bij een melancholieke kant van mij: dat alles voorbij gaat, kan mij tot tranen toe roeren. Schoonheid vergaat. Zelfs gevoelens gaan voorbij. Ik vind het soms echt onverteerbaar. Daarom schrijf ik, denk ik, om vast te leggen en te onthouden. Ik leg er een laagje vernis over zodat het altijd bewaard blijft, zodat ik het op kan pakken, terug kan lezen en herbeleven. Dat geeft mij troost.
Ik kan me net zo hevig in verdriet storten als in vreugde – de relativerende stem van mijn moeder helpt me er niet in door te schieten. Er is geen dag zonder nacht.
Maar er is nog iets, een aanwezigheid die ik mijn leven lang heb gevoeld. Onzichtbare krachten die ik, voor het gemak, mijn geestelijke vrienden ben gaan noemen. Het is het gevoel, het innerlijk weten, nooit alleen te zijn. Niemand is alleen. Soms, als ik het even niet meer weet, ga ik bij die vrienden te rade. Dan vraag ik om tekens. Ja, ik krijg ze. Ik ga het je niet proberen uit te leggen, maar ik geloof daar heilig in. Niets gebeurt voor niks, alles heeft zin. Tegelijkertijd geloof ik in causaliteit; in een simpel oorzaak en gevolg.
Dat is de vraag die mij al jaren bezighoudt: hoe verhoudt lotsbestemming zich tot de vrije wil? Volgens mij is het twintig, tachtig. Twintig procent ligt min of meer vast. Dit zijn je ouders, dat zijn de dingen die we met elkaar hebben afgesproken, dit zijn de belangrijkste lessen die je, op jouw manier, zult aangaan, en na dit leven kun je reflecteren op de dingen die je hier hebt geleerd.
Maar een mens kan ervoor kiezen een les niet te willen leren. Zoals een van mijn vriendinnen, die keer op keer op foute mannen valt. De ziel wil verder, die trekt keer op keer hetzelfde type kerel aan om er eindelijk wijzer van te worden. Maar die vriendin van mij gaat die reflectie niet aan. Ze doet niets met haar ervaring, gaat iedere keer weer voor de bijl. Zo heeft ieder mens, om een of andere reden, zijn verzet. Welke belangrijke les ik maar niet wil leren? Oei, dat is een lastige vraag* Ik weet het niet. Mag ik er nog even over nadenken?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.