*

 

Is het terecht dat de spaarder blindelings op zijn tegoed moet kunnen rekenen?

Willem Breedveld − 11/10/08, 00:00

Onder normale omstandigheden prikkelt een naam als Landsbanki de lachtlust. En roept Icesave eerder associaties op met bevriezen dan met geld verdienen. Maar de afgelopen week openbaarden zij hun volle betekenis. De bank bleek een ’banki’, dat gemakkelijk om kan vallen en Icesave deed zijn naam eer aan door alle spaartegoeden te bevriezen, tot afgrijzen van 125.000 Nederlanders die daar een slordige anderhalf miljard euro hadden gestald.

Het is nauwelijks overdreven dat Landsbanki en Icesave het wereldbeeld van de spaarder op zijn kop hebben gezet. Sparen gold als het toppunt van zekerheid. Velen kennen het nog uit de tijd van het spaarvarken, dat gevuld met dubbeltjes en kwartjes zijn tweewekelijkse gang maakte naar de spaarbank, waar een gewichtig uitziende heer het geld zorgvuldig uittelde en de som met een vulpen noteerde in het spaarbankboekje. Het hele ritueel strekte ertoe om duidelijk te maken dat het geld bij de bank in veilige handen was. Het diende een hoger doel. Het stelde ondernemers in staat hun heilzame activiteiten te ontplooien en de klant werd bedankt met een schouderklopje in de vorm van rente.

Van dat wereldbeeld is sinds het internetbankieren niet veel meer over. Het viel zelfs compleet aan diggelen toen Icebank in mei van dit jaar het ingedutte spaarderswereldje in rep en roer bracht. Dik vijf procent bood de nieuwe bankier, waar de gevestigde banken hun klanten niet meer dan een schamele tweeëneenhalf procent boden. Wij kunnen dat, zo verzekerde Icebank-topman Martijn Hohman, omdat ’we geen last hebben van bestaande, oude structuren. We hebben gekozen voor een volledige online bank, dus we hebben geen kantoren’. Het oude had afgedaan en al spoedig dienden zich horden spaarders aan om te kunnen delen in de zegeningen van het nieuwe.

De stormachtige opkomst van Icebank riep twee reacties op. De eerste was er één van opluchting. Eindelijk een bank die brak met de bevoogding van de traditionele banken, die over de ruggen van de spaarder hun winstmarges hoog hielden door te beknibbelen op de spaarrente. Bijna tot de grens dat het als een gunst beschouwd moest worden om je geld aan zo’n bank te mogen toevertrouwen. De andere reactie was er één van bezorgdheid. Zo waarschuwde de topman van de Rabobank, Bert Heemskerk, dat Icesave onverantwoorde risico’s nam, waarvoor fatsoenlijke banken mogen opdraaien als het fout gaat en wel krachtens de garantieregeling.

Vanzelfsprekend werd Heemskerk smakelijk uitgelachen, als een in zijn hemd gezette concurrent die zijn verlies niet kan verkroppen. Maar inmiddels dwingen de omstandigheden nog eens grondig te kijken naar de wereld van de spaarder. Is dat nog altijd het universum waarin naar het woord van Wouter Bos de spaarder ’linksom of rechtsom’ op zijn tegoed moet kunnen rekenen? En zo ja, want daar valt veel voor te zeggen, betekent dit dan ook dat de spaarder geen enkel risico mag lopen, ook al gedraagt hij zich intussen net zo als een aandeelhouder, dankzij de zegeningen van het internetbankieren?

Misschien moeten we deze vraag met ’ja’ beantwoorden. Vanwege de hogere belangen die met het sparen het geding zijn. Maar dan rijst wel de vraag hoe de Landsbanki’s in de tang te houden. Dat lukte zelfs de president van de Nederlandsche Bank niet, getuige zijn vergeefse gang naar IJsland in augustus. Vandaar mijn vraag: is het terecht dat de spaarder blindelings op zijn tegoed moet kunnen rekenen?

mailIcon print |