*

 

Saamhorigheid in tijden van crisis

Nico de Fijter en Sandra Kooke − 11/10/08, 00:00

De kredietcrisis drukt burgers op het feit dat veel zekerheden op wankele bases zijn gestoeld. Hoe reageert de psyche op de crisis?

  • (Trouw)
  • (\N)

Het is een fantastische tijd voor psychologen. Want nu de kredietcrisis mensen in grote onzekerheid brengt, is weer eens te zien hoe mensen omgaan met een onverwachte crisis. Psychologen aan het woord over vijf crisis- gevoelens.

Het is niet zomaar een crisis, legt sociaal-psycholoog Sander Koole, als hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit, uit. „Het gaat hier om een existentiële crisis. De basis onder het bestaan valt weg. Mensen hebben er altijd op vertrouwd dat hun geld veilig was bij de banken. Dat blijkt nu nog maar de vraag.” Terwijl men, denkt Koole, al veel eerder had kunnen zien dat het financiële stelsel niet zo betrouwbaar is als we altijd dachten. „Maar nu kunnen mensen er niet meer onderuit. Eigenlijk is het ook gewoon goed dat de werkelijkheid een keer aan het licht komt.”

Maar dat is wel een pijnlijke ontdekking, die de consument meteen doet belanden in een sfeer waarin de toekomst is ondermijnd, zegt Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie aan de Tilburgse universiteit. „Waar eindigt dit? Heeft het gevolgen voor mijn huis, mijn baan, mijn pensioen, mijn verzekering? We weten het niet en dat raakt ons diep.”

Door die onzekerheid en die onbeantwoorde en gevreesde vragen kunnen mensen zomaar in paniek raken, zegt de hoogleraar. „Dat is een vrij normale reactie. Beurshandelaren, die het ook allemaal niet lijken te weten, reageren impulsief, in de hoop te redden wat er te redden valt. Want, denk je dan, ik móet toch iets doen. Als dan de maatregelen die centrale banken en overheden treffen ook niet echt lijken te werken, wordt het alleen nog erger. Weer denkt die handelaar: Ik móet iets doen. En de onzekerheid groeit maar door.”

In angstige situaties willen alle partijen onzekerheid wegnemen. Niet alleen beleggers en handelaars doen dat, ook de overheid. Koole: „Wouter Bos doet dat door banken die in gevaar zijn te nationaliseren. En gewone burgers proberen hun geld op een veiligere rekening te zetten.”

Als de situatie angstig is en er bovendien verlies dreigt, zijn mensen bereid daar zelfs fikse risico’s voor te lopen, zegt Van Raaij. „Er dreigt verlies. En, blijkt uit onderzoek, mensen reageren veel sterker op verlies dan op winst. Ze zijn bereid om veel meer risico’s te nemen om verlies tegen te gaan dan om de winst hoger uit te laten vallen. Casino’s weten dat ook heel goed: als iemand na een avond gokken alleen nog maar verloren heeft, durft hij veel meer risico’s te nemen met z’n laatste centen om toch nog wat te winnen.”

Angst kan ook leiden tot passiviteit, als bij een konijn dat in de koplampen van een naderende auto staart. „Dat zie je niet bij beurshandelaren, maar juist wel bij de meeste burgers gebeuren. Zo gek is dat niet: de situatie is zó complex en onoverzichtelijk dat mensen geen idee hebben hoe ze de angst weg moeten nemen. Afwachten lijkt dan de beste remedie. Hopen dat het vanzelf weer goed komt en dat het spaargeld er dan nog steeds is en de hypotheek gegarandeerd. Ze hebben er nog gelijk in ook. Rust is de beste remedie tegen angst en paniek. Het is niet voor niets dat in sommige landen, om erger te voorkomen, de beurshandel werd stilgelegd. En niet voor niets manen mensen als minister Bos van financiën en Nout Wellink van de Nederlandsche Bank tot kalmte: ’Doe maar niets, alles is veilig’, zeggen ze. Het laatste waar ze op zitten te wachten is dat bankklanten in paniek massaal hun geld gaan opnemen.”

„In onzekere tijden wordt rechtvaardigheid belangrijker”, zegt Koole. „Daarom zijn mensen juist nu heel boos op degenen die de banken naar de rand van de afgrond hebben gebracht en straks met een gouden handdruk naar huis kunnen, terwijl de overheden hun troep kunnen opruimen. Ze moeten oppassen voor lynchpartijen.”

Mensen hebben de behoefte om de bedreigde orde te herstellen, verklaart Koole. „In tijden van onzekerheid wil men een voorspelbare, overzichtelijke wereld. Rechtvaardigheid en eerlijkheid zijn daarin belangrijk. Niemand gaat er persoonlijk op vooruit als een gouden handdruk wordt afgestraft. Het heeft puur de symbolische functie van rechtvaardigheid.”

Leedvermaak is ook zo’n manier om om te gaan met verongelijkte gevoelens. Heel begrijpelijk, denkt Van Raaij. „Zij daar op Wall Street met hun dikke nekken, ze hebben ons belazerd. Zij hebben verdiend en wij zijn het slachtoffer, klinkt het dan. Als de bankier die een grote bank naar de afgrond heeft geleid vervolgens z’n bonus niet krijgt, klinkt het eensgezind: Net goed!”

Als je onzeker of gekrenkt bent, is leedvermaak een emotie die je eigenwaarde rechtzet, zegt Koole. „Je voelt geen leedvermaak ten opzichte van zielige mensen.”

„Gek genoeg ga je in een tijd van wantrouwen juist op zoek naar vertrouwen”, zegt Koole. Daarom ook buigt niemand zich nu het hoofd over de vraag of de staat, die Fortis Nederland inclusief ABN Amro heeft overgenomen, ook om zou kunnen vallen. „Je richt je juist op wat je wel kunt vertrouwen.”

Daar zit een risico in, denkt de sociaal-psycholoog. „Uit onderzoek blijkt dat mensen juist in dit soort situaties openstaan voor een charismatische leider die ideeën heeft die je normaal gesproken niet zou omarmen. Zo kun je de opkomst van Pim Fortuyn, een dandy-achtige, on-Nederlandse man, verklaren uit de behoefte aan charisma en duidelijke visie kort na de aanslagen op het WTC in New York op 11 september.”

Mensen gaan zich, zegt Koole, ook vastklampen aan andere denkbeelden waaraan ze zekerheid ontlenen: geloof, een ideologie, nationalisme, vaak ook waanbeelden en schijnzekerheden. „De zoektocht naar nieuwe symbolische zekerheden gaat gepaard met een conservatieve levensinstelling. Mensen worden voorspelbaarder, behoudzuchtiger. Degelijk en saai worden pluspunten. De Rabobank doet het opeens goed.”

Vertrouwen is het cement van de samenleving, denkt Van Raaij, en daarmee ook het cement van het financiële stelsel. „Maar hoe weten we of de banken hun verplichtingen nog kunnen nakomen? Hoe weten we of de overheden de juiste ingrepen doen? Dat weten we niet en dat is het grote probleem. Zelfs de experts weten het niet, en dat maakt het er niet beter op.”

De burger heeft geen zicht op de financiële wereld; in de loop der tijd zijn banken op steeds grotere afstand komen te staan. Van Raaij: „Terwijl rechtstreeks contact juist van levensbelang is voor het vertrouwen. De banken hebben lange tijd het ene na het andere plaatselijke kantoor gesloten. Je krijgt je bankafschriften alleen nog opgestuurd als je ervoor betaalt. Ons contact met de bank beperkt zich doorgaans tot de onpersoonlijke pinautomaat.”

Bovendien, zegt Van Raaij: „Mensen vermoeden bij de banken commerciële eigenbelangen. Die mogen ze best hebben, maar alleen als consumenten ervan op aan kunnen dat ze goed met hun geld omgaan. En bij dat laatste hebben we steeds meer vraagtekens geplaatst.”

Toch ziet Van Raaij ook dat banken wat terugkomen van die onpersoonlijke aanpak. „Ze proberen – al dan niet daartoe gedwongen door toezichthouders – het contact te herstellen, persoonlijker te maken. Dat is verstandig: mensen zijn er enorm aan gehecht om een goed contact te hebben. Uit onderzoek dat we hier op de universiteit hebben gedaan, blijkt dat ook: mensen beweren vaak dat ze heel rationeel te werk gaan bij de keuze voor een financieel product. Maar in de praktijk spelen andere factoren een grotere rol. Waarbij de vraag of de bankmedewerker een aardige man is van niet te onderschatten belang is.”

„Hoop lijkt er nu amper nog te zijn”, zegt Van Raaij. Een juiste voorspelling doen over wat de banken en beurzen morgen zullen doen, is een haast onmogelijke opgave. „Dat ontneemt mensen perspectief. Terwijl ze dat wel hard nodig hebben. Een ongeneeslijke zieke die nog één keer de verjaardag van zijn partner wil meemaken, blijkt soms in staat zijn eigen dood uit te stellen. Van hoop gaat kracht uit. En hoop geeft rust.”

Maar, zegt Van Raaij, „mensen voelen zich nu machteloos, overgeleverd aan andere partijen die het ook niet lijken te doorgronden. Hoe geruststellend de politici en (centrale) banken ook telkens spreken, hun maatregelen hebben geen of maar een gering effect.”

Juist in zo’n perspectiefloze, onzekere tijd is het bijzonder aangenaam als er iemand is die de burger geruststellend kan toespreken, vindt Van Raaij. „Iemand die boven de partijen staat, die geen dubbele agenda heeft en daar ook niet van verdacht wordt. Maar dat soort mensen zijn er amper. Als Wouter Bos na de redding van Fortis zegt ’Maakt u zich geen zorgen, we hebben alles onder controle’, dan kun je twee dingen denken. Eén: ’Hij heeft gelijk.’ Twee: ’Hij zegt dat nou wel, maar ik geloof er niets van.’ De eerste gedachte is natuurlijk het aangenaamst. Het geeft je rust en vertrouwen. Maar waarschijnlijk denken de meeste mensen toch het tweede. En dan hebben ze mogelijk nog gelijk ook: Bos had tenslotte twee ingrepen nodig om Fortis veilig te stellen. Maar had hij na de eerste keer ook al niet gezegd dat het allemaal goed zat?”

Maar Bos, stelt Van Raaij, deed ook iets verstandigs: „Hij zei pas ’ Wij weten het zelf ook niet zo goed, maar we doen er alles aan om de situatie onder controle te houden.’ Dat is een verstandige uitspraak: daarmee plaatst hij zichzelf naast de nietwetende, gewone burger. Hij maakt zich tot lotgenoot. Heel slim, ware het niet dat hij in de afgelopen weken ook een paar zeer onverstandige uitspraken heeft gedaan, waardoor hij juist aan geloofwaardigheid verloor.”

Koole ziet ook mensen die aan het negatieve van de crisis een positieve draai proberen te geven: ze geven er zin aan. „De crisis dient voor hen een hoopgevend doel. Dit is bijvoorbeeld het moment om te gaan consuminderen, zeggen ze.”

„Of het lukt om een nieuwe zekerheid op te bouwen, hangt ervan af hoe robuust datgene is waarop je je nieuwe vertrouwen bouwt”, zegt Koole. „Een van de sterkste medicijnen om vertrouwen te herwinnen blijken relaties met andere mensen te zijn. Mensen die veilig gehecht zijn, hebben er de minste moeite mee als er onzekerheden ontstaan. Je ziet als reactie op onzekerheid dan ook vaak dat mensen op zoek gaan naar intimiteit en liefde. Vandaar ook de babyboom die een goede negen maanden na 11 september plaatsvond. In tijden van crisis willen mensen weer bij elkaar zijn, tijd besteden aan degene die belangrijk voor hen is.”

Saamhorigheid is een andere vorm van dit gevoel, zegt de sociaal-psycholoog. „Het blijkt dat in onzekerheid mensen liever in een groep zijn dan alleen, zelfs als die anderen vreemden zijn met andere denkbeelden. Uiteindelijk blijkt de behoefte aan mensen belangrijker dan de symbolische zekerheden die worden gezocht.”

Mensen denken dat vertrouwen een rationeel proces is, gebaseerd op rationele afwegingen. Koole: „Maar dat is niet zo. Uit onderzoek blijkt dat als je mensen met een neusspray het hormoon oxytocine (dat je met moedermelk binnenkrijgt en voor de binding tussen moeder en kind zorgt) geeft, ze andere mensen meer vertrouwen. Je zou bijna zeggen: geef elke beurshandelaar zo’n neusspray en de crisis, die toch vooral een vertrouwenscrisis is, is voorbij.”

mailIcon print |