*

 

Verbannen Chagossians mogen niet terug

Marry Kooy − 23/10/08, 00:00

Het Britse Hogerhuis heeft gesproken: de verbannen Chagossians mogen niet terug naar hun eilanden in de Indische Oceaan, waar de VS een legerbasis hebben.

  • (Trouw)
  • (Trouw)

De uitspraak van de hoogste Britse gerechtelijke instantie gisteren dat de Chagossians niet mogen terugkeren naar hun eilanden zet een punt achter een jarenlange rechtsstrijd. De uitspraak is een grote teleurstelling voor hen.

De ongeveer tweeduizend Chagossians werden een kleine veertig jaar geleden gedwongen hun eilanden in de Indische Oceaan – tussen Afrika en India – te verlaten. De grootste van deze Britse eilanden, Diego Garcia, verhuurde Groot-BrittanniĆ« vanaf dat moment namelijk aan de Verenigde Staten voor de bouw van een Amerikaanse legerbasis. Daarvandaan voerde Amerika onder meer aanvallen op Irak en Afghanistan uit in de ’strijd tegen terrorisme’.

De Chagossians werden gedropt op Mauritius en de Seychellen, honderden kilometers verderop, en belandden zo in een ander bestaan. Het leven op de Chagos-eilandengroep werd bepaald door de productie op plantages van kopra, het gedroogde vruchtvlees van de kokosnoot.

„De bel ging om zeven uur, en dan gingen we aan het werk’’, zegt een oude vrouw. Ze vertelt dat er altijd genoeg voedsel was en dat ze zelf hun huizen bouwden. Maar dat leven is voorbij. Nu zit ze verdrietig in een stoel in een vierkant betonnen huis, bewoond door meerdere gezinnen, in een visbuurt van de hoofdstad van Mauritius, Port Louis. In de kale kamer staan een tafel en enkele stoelen. In de deuropening naar een andere kamer waar een televisie hard aanstaat, staat haar dochter met een zoontje op haar arm. Hij heeft slechts een shirtje aan en er hangt een geur van urine om hem heen. Veel wil de vrouw niet kwijt over het leven in Chagos. „Mijn hart doet zeer, want hier leven we in ellende.’’ In liederen uiten Chagossians hun diepe heimwee.

Mauritius is in Nederland vooral bekend van plaatjes van witte stranden en palmbomen. Naast de stranden zijn er de glooiende suikerrietvelden, een havenstad, vis- en textielfabrieken, ICT-kantoren en beboste heuvels. In de dorpjes rijden bussen in volle vaart langs winkels met rolluiken, mangobomen en golfplaten hutjes. Het eiland werd in 1598, toen er nog niemand woonde, door Nederlanders bezocht en genoemd naar prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje. Later kwam het in Franse en daarna in Britse handen, net zoals de Chagos-eilanden ongeveer 1600 kilometer verderop.

Toen Mauritius in 1968 onafhankelijk werd, bedong de Britse overheid dat de Chagos-eilanden onder haar bestuur zouden blijven, zodat ze deze konden verhuren aan Amerika, voor de bouw van een militaire basis. De bewoners van Chagos – die oorspronkelijk afstammen van slaven uit Afrika en contractarbeiders uit India – moesten daarvoor hun eilanden verlaten. Alhoewel zij claimen er al meerdere generaties te wonen, werden ze bij hun deportatie bestempeld als niet meer dan contractarbeiders. Chagossians die in die tijd in Mauritius verbleven voor bijvoorbeeld medische zorg, kregen te horen dat ze niet meer terug mochten keren naar Chagos. De anderen werden gedwongen verscheept.

Een deel van de Chagossians heeft in die beginperiode wel enige financiƫle compensatie gekregen, al is daarover veel onduidelijkheid. Het heeft ook niet verhinderd dat zij op Mauritius een soort derderangs bevolkingsgroep zijn geworden. Velen kampen in de sloppenwijken van de hoofdstad Port Louis met problemen door prostitutie, drugs, scheidingen, werkloosheid, discriminatie en schooluitval.

Maar terug mogen ze dus niet. En dat komt de Amerikanen gelegen, want die willen geen ’pottenkijkers’ in de buurt. Tegenstanders brachten ook in dat bewoning van de Chagos eilanden te kostbaar zou zijn, nadelig voor het milieu, of teveel risico’s voor de bewoners met zich mee zou brengen in verband met de zeespiegelstijging. Maar een groep Chagossians had een plan tot heropbouw – met visindustrie en ecotoerisme – al klaarliggen. Volgens dat plan gaven vierhonderd van de achthonderd Chagossiaanse familiehoofden aan permanent terug te willen keren. „We zullen de bittere groente hier niet meer hoeven eten’’, zei de oude vrouw onlangs nog, dromend over terugkeer en doelend op het einde van een leven in armoede. Maar zeer waarschijnlijk zal zij een terugkeer niet meemaken.

mailIcon print |