Zeer geëerde God s.s.t.t.. Pardon, maar ik weet niet hoe ik u precies moet aanspreken. Vandaar dat s.s.t.t. (titels voorbehouden). Zo ben ik zelf ook eens geadresseerd. Toen dacht ik nog dat er ssst! stond en de envelop een geheime, mogelijk ondeugende inhoud bevatte.
Ik richt mij tot u omdat ik werkzoekend ben. Hoe dat komt? Door de vrouw die u mij hebt gegeven. Die is jonger dan ik, zoals u weet. En jongere vrouwen, die willen wat. Na vijftien jaar duobaan met mij, wordt ze nu voltijds dominee. In Velserbroek. Ja, dat moest ik ook even opzoeken. We gaan dus verhuizen.
Ik ben geen bankier die zijn broek niet kan ophouden en een miljardje krijgt toegestopt. Van het kabinet Balkenende moet ik blijven verdienen tot mijn 65ste. Dat moet wel uw wil zijn, want ze hebben daar allemaal een diploma van de Vrije Universiteit. Niks dagen dwalen door de duinen die lui bij mijn nieuwe woonplaats liggen.
Voor elk konijnenhol staat een minister met een vlammend zwaard, die mij belet de economie te ondergraven en mij terugwijst naar de maatschappij.
Maar zegt u nou zelf, ben ik wel geschikt voor een baan in de maatschappij? Welke kwaliteiten beveelt uw grote Boek aan? ’Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.’
Wat wordt er echter gevraagd in de vacatures in deze krant, onder het motto: ’Your last stop before the top’? ’Ervaring met onderhandelingen met A-merk leveranciers; professionele no-nonsense mentaliteit; creatieve teamplayer die hands-on is; cijfermatig onderlegd en propositiegedreven.’
Kijk, dat heb ik nou allemaal nooit geleerd in mijn studie theologie. Wel heb ik geprobeerd in het gebed te onderhandelen met u, toch ook een A-merk leverancier. Maar u weet dat ik daar zelden winst uit heb gesleept. Niet no-nonsense genoeg, denk ik. En wat ’hands-on’ betreft, dat is niet slim voor een predikant. Handen thuis is veel beter.
Het is niet anders: u hebt mij alleen geschikt gemaakt voor het werk van theoloog (en therapeut). Daarom dien ik het volgende verzoek in.
Voor mijn ’last stop before God’ – want u bent toch het eindstation waar u mij hopelijk opwacht in de gedaante van Grace Kelly – verzoek ik u vriendelijk om een deeltijd aanstelling als predikant, ergens in mijn nieuwe regio. In een middeleeuws kerkje waarvan het dak niet lekt.
De muren daarvan zijn gevoegd met eeuwenoude gebeden; de tafel roept dat alle dingen gereed zijn; een grote luchter stopt zijn licht niet onder de korenmaat en het orgel zingt veelstemmig de engelenzang.
Zo’n kerkgebouw maakt geloven tot een kwestie van aanschuiven, samen met een gemeente die verlangt naar een diepere zin en een gevaarlijker geluk dan de wereld bieden kan. (Ja, de waarheid kan riskant zijn, dat beaamt zelfs mijn collega-columnist Bert Keizer die u maar niet met zijn stethoscoop kan vinden.)
Nu ik toch aan het verzoeken ben: bij dat kerkje hoort zo’n ouderwets kerkhof, met ruisende bomen. Is de kerk dicht bij zee, dan is zwijgzaam gras ook goed. De zee zorgt dan immers zelf voor het nodige ruisen, dat kun je gerust aan haar overlaten. Geruist moet er worden, opdat die heilige Geest van u niet vergeet om daar te gaan waaien en de knekels en botten nieuw leven in te blazen. (Om dezelfde reden ruist de ruimte, dat is zelfs wetenschappelijk aangetoond. Het heelal is één gebed om vernieuwing en voltooiing. U bent wel aan iets begonnen, zeg.)
Toen dit jaar mijn gezondheid me in de steek liet, mijn moeder op de vloer naast haar bed werd gevonden, er twee doden in de naaste familie vielen, en we wegens een fusie niet alleen het kerkgebouw maar nu ook de pastorie moeten verlaten, dacht ik wel eens: ik ervaar u dichterbij dan ooit, God, maar, hallo, waar blijft de actie?
Dat krijg je als je niet elke zondag, op weg naar de kerkdienst, over een kerkhof loopt. Ik was vergeten dat dood en afscheid bij dit leven horen, zelfs nieuw leven (of een nieuwe baan) mogelijk maken. Zoals de lente pas het verlegen hoofd opsteekt na de nors in zijn kraag gedoken winter.
Wat wil ik nog meer? Niet dat ik mij al die bijbelse deugden zoals vriendelijkheid, zachtmoedigheid en geloof perfect eigen ga maken. Gek is dat, maar bij het idee alleen al word ik onzachtmoedig en minder gelovig. Niet persoonlijk bedoeld, hoor.
Wel hoop ik dat het verlangen naar u mij ruisend in beweging houdt. Want dan loop ik waar ik lopen moet, en kom ik waar ik komen moet. Dan word ik ook niet bang, al lijk ik soms verloren en in de schaduw van de dood. Dan blijf ik open en creatief, ook nu ik wat ouder word.
Een jongere vrouw helpt ook.
(Ssst.)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.