*

 

Straatterroristen en harde hand waren er al in 1966 opinie

Alexander van Kessel − 14/10/08, 02:26

Provo’s en studenten eisten ludiek verandering, maar waren wel terroristen.

„De openbare orde wordt in de jongste tijd op onduldbare wijze geweld aangedaan door een gilde van straatterroristen, dat blijkbaar van stad tot stad reist om de zenuwen van de politie en van welwillende burgers op de proef te stellen, vooral op nationale hoogtijdagen. De politie kan, zolang zij voortgaat efficiënt en tactvol op te treden, op onze steun rekenen; óók wanneer een harde hand nodig mocht zijn.”

Aan het woord is niet Geert Wilders of Hero Brinkman – of, zo u wil, Laetitia Griffith of Henk Kamp – maar de voorzitter van de antirevolutionaire fractie in de Tweede Kamer, Bauke Roolvink, tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in oktober 1966. ’De politiek’ werd vanaf 1965 geconfronteerd met steeds grotere groepen jongeren – aanvankelijk in de ludieke vorm van Provo in Amsterdam, vervolgens door studenten en leeftijdgenoten ook elders – die hun eigen plaats in de veranderende samenleving claimden. De autoriteiten reageerden met soms blinde repressie.

Roolvink was niet de enige politicus die om law and order vroeg. CHU-collega Henk Beernink bijvoorbeeld meende: ’In een democratische staat kan niet worden geduld, dat een kleine groep, die veel van het bestaande wil omverwerpen en zich van het gezag niets aantrekt, steeds maar bezig blijft met straatterreur en het veroorzaken van relletjes. Wil men niet anders, dan zal met harde hand moeten worden opgetreden.’

Opvallend genuanceerd was overigens de inbreng van toenmalig VVD-leider Edzo Toxopeus. Ook hij vond: „Straatterreur kan niet worden geduld’, maar hij meende tevens: ’De indruk wordt gewekt, dat het kabinet alle uitingen van kritiek op één hoop gooit en daarmede als het ware ook de hele jeugd onder één noemer brengt. Dat is onjuist.”

Norbert Schmelzer, voorzitter van de KVP-fractie, riep het parlement op tot zelfbeheersing: „Met volledige erkenning van het parlementaire vragenrecht acht ik het stellen van ongenuanceerde vragen, veelal ontleend aan ongecontroleerde berichten, geruchten, verhalen of publicaties, niet ongevaarlijk.” Kom daar vandaag de dag nog maar eens om.

De jongerenrevolte waaide enkele jaren later overigens goeddeels over. Het kabinet-De Jong (1967-1971) bleek uitstekend in staat om bepaalde wensen van de jongeren te integreren in het beleid. Escalatie werd mede daarom voorkomen.

Het is verleidelijk te wijzen op historische parallellen met de actualiteit. Om niet in de valkuil van speculatie te vallen, wordt aan deze verlokking weerstaan. Overigens, de Kamer had ook in oktober 1966 belangrijker politieke zaken aan het hoofd dan de bestrijding van opstandige jongeren. Financieel-economische problemen vormden aan het einde van deze Algemene Beschouwingen de aanleiding voor de val van het kabinet-Cals in de Nacht van Schmelzer.

mailIcon print |