*

 

Om van verre verliefd te worden

Ronald de Rooy − 30/10/08, 17:25

Het duurde even voordat Antonio Delfini de faam verwierf die hij verdient. Nu zijn zijn mooiste vertellingen vertaald. Alle personages dromen ervan terug te keren naar een betere tijd. Het geluk ligt nooit in het heden.

Net als veel van zijn literaire alter ego’s, had Antonio Delfini (1907-1963) nooit regulier werk: „Omdat ik niets te doen had, en ook geen geschikte constitutie voor topatleet, ben ik maar schrijver geworden”, vermeldt hij in 1933 in zijn dagboek. Delfini behoorde tot een familie van zeer vermogende grootgrondbezitters uit Modena, die midden jaren dertig financieel volledig aan de grond raakte. Veel familiebezit moest worden verkocht, waaronder ook een gigantisch herenhuis in Modena. Waarschijnlijk mede door dit dramatische verlies van bezittingen en prestige, staat Delfini’s schrijversbestaan in het teken van een gedroomde terugkeer naar beter tijden, naar plaatsen, vrouwen en liefdes uit het verleden.

Ook Delfini’s personages kunnen niet zonder hun dromen en herinneringen. In dat opzicht vertonen Delfini’s verhalen ook invloeden van Stendhal. Net als bij deze Franse schrijver draait het bestaan en het zielenleven van Delfini’s personages helemaal om vervoering, liefde en verliefdheid. De liefde is een groots en meeslepend avontuur, maar de werkelijkheid achter de mooie herinneringen is vaak zo illusoir als in een droom. Bij vlagen doet Delfini, vanwege zijn onnavolgbaar opborrelende herinneringen, ook denken aan Proust.

De verhalenbundel ‘De laatste dag van de jeugd’ bevat meerdere juweeltjes van vertelkunst, maar was aanvankelijk niet bepaald succesvol. Sterker nog, toen hij werd gepubliceerd in 1938, was het, in Delfini’s eigen woorden, ‘de slechtst verkochte titel van de slechtst lopende reeks van de slechtst verkopende uitgever in Italië’. Bijna twintig jaar later, in 1956, verscheen er toch nog een tweede, vermeerderde druk en die won uiteindelijk in 1963 de belangrijke Premio Viareggio.

Vrijwel alle verhalen spelen zich af in en rond M***, overduidelijk Modena, en in de badplaats Viareggio. Voor het openingsverhaal liet Delfini zich inspireren door een schilderij van Cézanne, ’Madame Cézanne in een rode fauteuil’ (1877). De modiste Elvira komt hier tot leven in overweldigende herinneringen aan die éne, grote liefde van haar leven. Als minnares van de getrouwde Arturo droomde ze eens over een groot modehuis in Parijs, maar op een nacht nam hij afscheid en kwam nooit terug. Vermoeid staat ze op uit haar fauteuil en kijkt ontevreden in de spiegel. Ze kan niet terug in de tijd.

Ditzelfde probleem treft eigenlijk alle personages. In het titelverhaal van de bundel blikt een melancholieke man van vijftig terug op de dag, tien jaar tevoren, dat hij ’de laatste illusie’ van zijn jeugd beleefde. In die fase van zijn leven verbleef hij jaarlijks een dag of tien in Rome, ’om van verre verliefd te worden op een meisje in mijn eigen stad’. Dat jaar droomde hij over de onbereikbare Armenia. Tijdens de terugreis voert hij een eindeloze monoloog met zichzelf: „Dat was de dag waarop ik het meest intens mijn dromen en mijn jeugd beleefde.” Terwijl hij zich andere keren had geschaamd voor zijn onwerkelijke fantasieën, was hij die laatste keer echt overtuigd dat hij met de jonge, mooie, rijke Armenia zou trouwen. „Sinds die dag heb ik geen enkele aandacht meer geschonken aan welke vrouw dan ook, geen enkele droom meer gehad. De werkelijkheid begon voor mij op mijn veertigste*”.

Het laatste verhaal, ‘De herinnering aan het Baskische meisje’, gaat juist over een eerste liefdesdroom. Eind jaren dertig zag Delfini in de wachtkamer van het station van Viareggio een Baskische vluchtelinge die hem deed denken aan zijn ’meest vereerde dame’, die op het schilderij van Cézanne. De aanblik van Isabella uit Guernica betekent voor de jonge Giacomo letterlijk het begin van een nieuw leven. Als hij twintig jaar later terugkijkt, beseft hij dat dit ’de enige echte ontmoeting in zijn leven’ was, zijn eerste liefdesdroom, een openbaring. Maar op een noodlottige dag is de jongedame vertrokken.

Ook nu worden werkelijkheid en illusie subtiel met elkaar verweven. En twintig jaar later droomt Giacomo nog steeds van een reis naar Spanje, maar daar woedt dan de burgeroorlog.

mailIcon print |