Het is het niet nodig om ieder nieuw Rebus-boek van Ian Rankin te bespreken. Ze zijn altijd goed, op zijn ergst een beetje minder goed dan de vorige. Maar ’Laatste ronde’ (uit 2006) verdient hier een plekje, want het is waarschijnlijk de laatste van de reeks. De dwarse inspecteur John Rebus gaat met pensioen. Als het verhaal begint, met een verse moord op een Russische dichter, begint Rebus aan zijn laatste dagen. Per hoofdstuk worden de dagen afgeteld en John Rebus gaat er harder tegenaan dan ooit, schopt tegen schenen, wordt weer eens geschorst en bokst op tegen zijn omgeving, die hem pijnlijk genoeg al aan het afschrijven is.
Naast de moordzaak ontwikkelt zich een mooie schets van het moderne Schotland. Nationalisten streven afscheiding na van de erfvijand Engeland, hoewel Schotland economisch nauwelijks op eigen benen kan staan. Daarom pappen ze aan met Russische oligarchen, die met hun kapitaal een rustiger omgeving zoeken dan hun eigen chaotische land. De vermoorde dissidente dichter sloeg ze met schimpende poëzie om de oren, maar of dat zijn eigen dood veroorzaakte? Rebus en zijn gedoodverfde opvolgster Siobhán Clarke kunnen er maar geen vinger achter krijgen.
Het plot is nogal gekunsteld, maar wat een genoegen is het om Clarke en Rebus te volgen door oud en nieuw Edinburgh, waar ze onder meer een voet tussen de deur proberen te krijgen bij een machtige bank, met torenhoge winsten, een megalomaan nieuw hoofdkantoor en dito hooghartige houding.
Rebus’ cynische commentaar hierop lijkt wel met vooruitziende blik geschreven; want van de huidige financiële crisis is nog geen sprake. We zouden hem nu er wel even over willen horen. Want dat is Rankin gelukt: voor de lezer is Rebus het boek ontstegen. Hij bestaat, rookt ergens op een straathoek een sigaret of zit in een pub een biertje te drinken. We zullen hem missen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.