opinie Soms lijkt het er wel op dat wanneer Rabat niest, heel Nederland verkouden wordt. Zo strak is de band tussen die twee landen.
Een vijftigtal imams uit Nederland wordt naar Marokko teruggeroepen om te worden bijgepraat en onmiddellijk steigeren politici en vooraanstaande leden van de Marokkaanse gemeenschap.
Onacceptabel vinden ze de door de Marokkaanse regering gesubsidieerde reisjes met bijscholingscursussen. Waarom eigenlijk? Op enkele zuchtjes van verontwaardiging en het ontbieden van de ambassadeur na bleef het protest afgelopen februari toch beperkt. De Marokkaanse bemoeizucht werd toen in een stevige ideologische vorm gegoten: Mohammed Ameur, minister voor de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland, meldde dat Marokkanen in den vreemde ’moeten worden beschouwd als de zeventiende regio van ons land’. Die agressieve en provocerende uitlating werd gevolgd door gebeurtenissen als de infiltratie in de Rotterdamse politie door een spion en het terugfluiten van imams. Een groep mensen kan natuurlijk geen geografische entiteit vormen of je moet de buurten waarin ze in grote concentraties wonen als deelregio’s beschouwen – buitenlandse enclaves die samen die fameuze zeventiende provincie zouden kunnen vormen. Daarbij komt dat heel veel van die migranten naast de Marokkaanse, een buitenlandse nationaliteit bezitten. Kun je zomaar honderdduizenden Nederlanders annexeren? Dat Ameur zich toch aan deze schoffering waagde, is makkelijk verklaarbaar: die meer dan drie miljoen emigranten in de wereld vormen een enorme bron van inkomsten voor Marokko. Het zal mij – in deze tijden van kredietcrisis – daarom niet verbazen dat de teruggeroepen imams met maar één boodschap voor hun schaapjes terugkeren: houd de hand vooral nu niet op de knip en blijf storten.
Hoe dan ook kun je in deze context niet verwachten dat de conservatieve imams, die door Rabat kort worden aangelijnd, zich voor de integratie van die ’zeventiende regio’ in Nederland zullen inspannen. Ze zijn niet de enige. Soms hoeft Rabat maar te fluiten en de lokale Nederlandse overheden stellen zich in het gelid op. Denk aan al die gemeenten die bij geboorte van Marokkaanse baby’s lijsten hanteren van de Marokkaanse overheid waarop uitsluitend Marokkaanse namen voorkomen die door haar zijn goed gekeurd. Door deze slaafse houding zal het nog lang duren voordat de eerste Geert-Jan El Moussadoui wordt geboren. Ook de onmogelijkheid om een grondig debat te voeren over dubbele nationaliteit bij hoge functies, is een voorbeeld van de weke Nederlandse houding. Daarbij gaat het er niet om twijfel te zaaien over de loyaliteit van Kamerleden, staatssecretarissen of burgemeesters, maar wel om een krachtig signaal af te geven naar een buitenlandse overheid die zich geenszins geneert voor haar arrogantie en surrealistische claims. Nederland neemt te weinig afstand van een land dat in het jaarboek van Amnesty International in foute hoofdstukken grossiert. Een land dat kritische geesten, onafhankelijke journalisten en homoseksuelen het liefst in het cachot smijt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.