Het idee dat nertsen lijden en er een fokverbod moet komen, is op geloof en niet op kennis gebaseerd.
Nederland moet de nertsenfokkerij verbieden, om de rest van de wereld te kunnen overhalen dat ook te doen. Dat betogen Paul Cliteur en Claudia Linssen (Trouw, 23 oktober). Waarom de nertsenfokkerij verboden moet worden blijft onduidelijk.
Er zouden wantoestanden in de nertsenhouderij heersen en ter onderbouwing worden deze feiten gegeven: „In Nederland zitten 4,5 miljoen nertsen opgesloten in kleine, draadgazen kooitjes van 85 bij 30 bij 45 cm. Het gaat hier om van nature solitaire, niet-gedomesticeerde roofdiertjes die in het wild een waterrijk territorium hebben van 1 tot 5 vierkante kilometer. Volgende maand worden ze op een leeftijd van 7-8 maanden gedood.”
De feiten overtuigen niet en zijn bovendien goeddeels onjuist. Zo huist de helft van de nertsen in een door mij ontwikkelde groepskooi, bestaande uit boven elkaar gemonteerde kooien verbonden door kruipgaten. Dat nertsen solitair zijn geldt voor volwassen nertsen, dus na 9-10 maanden. Maar het leeuwendeel van wilde en gefokte dieren, haalt de volwassenheid niet. Groepskooien geven de ruimte aan natuurlijke groepen van moeder met jongen.
Dat nertsen niet gedomesticeerd zijn is een inhoudloze bewering. Domesticatie is geen scheppingsdaad, maar een evolutionair proces zonder voltooiing en nertsen zijn een eind op weg. Gefokte nertsen wegen drie keer zo veel als wilde nertsen, ze brengen twee keer zo veel jongen groot en hun hersenen zijn kleiner.
Wilde nertsen zouden een territorium van 100 tot 500 hectare hebben. Onnozelaars die geloven dat een nertsje uit 500 hectare alle indringers kan verjagen, moeten ook geloven dat een enkele kat alle andere katten uit een middelgrote stad kan verjagen. Overigens wordt territoriumgrootte bepaald door de hoeveelheid voedsel. Gefokte nertsen krijgen eten voor hun slaaphok zodat je hun ruimtebehoefte alleen mag afwegen tegen die van wilde nertsen die hun eten voor hun hol vinden
Juist is dat ze na 7-8 maanden doodgaan maar het doet niet ter zake. Een fokverbod is een verbod op geboren worden. Dat elk geboren wezen doodgaat, is geen argument om geboorten te verbieden.
Misschien willen Cliteur en Linssen hun slordigheid met feiten wel inzien, maar hun mening over de nertsenfokkerij zie ik ze niet bijstellen omdat het zo moeilijk te geloven is dat gekooide nertsen tevreden kunnen zijn. Ik begrijp dat wel. Als je de zon in het oosten ziet opkomen en in het westen ondergaan, is het ook moeilijk te geloven dat hij stilstaat. Deskundigen hebben vastgesteld dat de aarde en niet de zon draait en de zon kan zich onmogelijk zo gedragen dat ook leken zien dat hij stilstaat.
Nertsen kunnen zich niet zo gedragen dat leken zien dat ze happy zijn waardoor goedwillende mensen hen met uitroeiing bedreigen middels een fokverbod. Nertsen hebben dus hulp van deskundigen nodig. Mijn hulp is in 1984 door het ministerie van landbouw ingeroepen. Mijn conclusie was dat nertsen niet met grote welzijnsproblemen kampen. Antibont activisten hebben na mijn eerste optreden 25 jaar lang gezocht naar nertsenonderzoekers die concludeerden dat nertsen onaanvaardbaar lijden. Als die gevonden waren, dan zouden we ze uit elke talkshow kennen. Dat is niet gebeurd terwijl wel tientallen onderzoekers mijn bevindingen hebben bevestigd.
Ook heb ik honderden tegenstanders van de nertsenhouderij rondgeleid. Mijn vraag waaraan zij zien dat nertsen lijden, is nooit beantwoord. Nertsenfokkerijen staan open voor belangstellenden, maar antibont activisten sporen mensen nooit aan daarvan gebruik te maken omdat daar geen waarneembaar dierenleed is.
Er kan niet-waarneembaar leed zijn, maar dat voor waar aannemen is geloof. Het nertsenleven is natuurlijk niet probleemloos. Ieders leven is een afwisseling van lusten en lasten en om geluk te waarderen moet je ook ongeluk kennen. Bij dieren is dat niet anders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.