Prima om een kind met een stoornis op een basisschool te doen. Maar het speciaal onderwijs is hiervoor beter ingericht.
Elma Drayer schreef vorige week over regulier onderwijs aan kinderen met het Downsyndroom. Vrienden van haar hebben een zoon met het Downsyndroom voor wie, door de huidige reguliere basisschool, een verwijderingprocedure in gang is gezet. De bestaande wet is volgens Drayer te vrijblijvend wat betreft het aanbieden van passend onderwijs. Het is begrijpelijk dat iemand opkomt voor vrienden, maar de auteur verliest een aantal dingen uit het oog.
In Drayers betoog wordt het standpunt van het kind, een jongen van negen jaar, niet genoemd. Voelt hij zich happy op school? Hoe denkt hij over de situatie die nu ontstaan is? Wat wil hij het liefste? Ik mis een genuanceerde uiteenzetting van de sterke en zwakke kanten van het kind en de mogelijkheden hiervoor op school. Hoeveel kinderen zitten in deze klas? Is er hulp aanwezig? In het speciaal onderwijs staan minstens twee leerkrachten/klassenassistenten voor een klas van ongeveer tien kinderen.
De school spreekt over een discrepantie tussen de ontwikkelingsfasen van de jongen. Wat doen ouders met dit slechte nieuws? Het onthouden of te lang uitstellen van de juiste zorg kan schadelijk zijn voor een kind. Is het mogelijk dat juist de leerkracht van het afgelopen jaar signaleerde dat er geen sprake meer was van een veilige, op het kind afgestemde leeromgeving voor dit kind? Op welke gronden vinden de ouders juist deze school het beste voor hun kind? Begrijpelijk dat het kind in de onderbouw nog niet zo opviel, zijn ontwikkelingsniveau liep waarschijnlijk nog niet zover uiteen met dat van zijn leeftijdgenoten.
Zonder assistentie van de leerkracht is de bovenbouw van een reguliere basisschool veel minder toegankelijk voor een kind met een grote zorgvraag. Dat ligt niet aan de onderwijzer, dat ligt aan de mogelijkheden die de onderwijzer van het ministerie krijgt om de kinderen te begeleiden. Kinderen met en zonder extra zorgvraag kun je niet hetzelfde behandelen. Met voorlichtingsmateriaal over kinderen met het Downsyndroom kom je er niet.
Passend onderwijs behoeft als eerste voldoende scholing (over onderwijs aan kinderen met een handicap of stoornis) van leerkrachten in het reguliere basisonderwijs en voldoende financiƫle- en didactische middelen om adequaat in te kunnen spelen op de zorgbehoeftes van de leerlingen. Logisch dat scholen vaak nog onwelwillend overkomen. Met alleen wat uurtjes ambulante begeleiding vanuit een rugzakje kom je er niet.
Gehandicapten kunnen volwaardig aan de maatschappij deelnemen als er voldoende middelen en kennis zijn om aan hun zorgvraag tegemoet te komen. Op het reguliere onderwijs, op het speciaal onderwijs of op het speciaal basisonderwijs. Willen we goed inclusief onderwijs, dan zal de minister eerst meer geld beschikbaar moeten stellen.
Elma Drayer zou haar vrienden kunnen adviseren na te gaan wat de bewuste school wel en niet kan bieden. Misschien kan een herindicatie bijdragen aan een hoger budget van de leerling gebonden financiering. Ook kunnen de ouders ter bemiddeling hulp inroepen van een onderwijsconsulent van de adviescommissie toelating en begeleiding (ACTB). Het belang van het kind hoort voorop te staan. Niet ongegronde angst voor gespecialiseerd onderwijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.