De Raad voor de Kinderbescherming moet toetsen of een gezinsvoogd wel de juiste beslissingen neemt. Die taak laat de raad te vaak liggen, constateert de inspectie.
De Raad voor de Kinderbescherming faalt soms in haar taak op te komen voor mishandelde of verwaarloosde kinderen. Wanneer zij uit huis geplaatst zijn en na enige tijd weer mogen terugkeren naar hun ouders, zou de raad moeten beoordelen of dit veilig is. Die toetsing blijkt niet of onvoldoende te gebeuren. De veiligheid van de kinderen kan daardoor in gevaar komen.
Deze harde kritiek uit de Inspectie voor de Jeugdzorg in een gisteren gepubliceerd rapport. Een kind dat door de kinderrechter onder toezicht van de overheid wordt gesteld, krijgt een gezinsvoogd die werkt bij Bureau Jeugdzorg. Deze moet ervoor zorgen dat de gevaren die de ontwikkeling van het kind bedreigen, verdwijnen.
De Raad voor de Kinderbescherming is een onafhankelijk orgaan dat belangrijke besluiten van gezinsvoogden toetst. De onafhankelijke toetsing dient om te voorkomen dat er foute inschattingen worden gemaakt door de gezinsvoogd. In de praktijk, zo blijkt uit onderzoek van de inspectie, voert de raad deze taak onvoldoende uit.
De inspectie constateerde overigens in 2005 al dat de kinderbescherming niet toetste. Toen onderzocht de inspectie de gewelddadige dood van peuter Savanna. Ook dit mishandelde meisje was uit huis geplaatst en na enkele maanden weer teruggekeerd bij haar psychisch zieke moeder. De gezinsvoogd schatte de situatie veilig in, maar dat bleek een fout. Het kind overleed door mishandeling. De Raad voor de Kinderbescherming controleerde het oordeel van de gezinsvoogd ook toen niet.
„Het heeft ons verbaasd dat deze toetsing nog steeds niet goed gebeurt”, reageerde gisteren hoofdinspecteur Joke de Vries. De inspectie legt een deel van de verantwoordelijkheid voor het falende optreden van de kinderbescherming bij de Bureaus Jeugdzorg. Deze informeert de raad vaak te laat en onvolledig.
Die Bureaus Jeugdzorg kregen in een ander, maar eveneens gister gepresenteerd inspectieonderzoek nog meer kritiek. Bij het inschatten van veiligheidsrisico’s voor kinderen werken gezinsvoogden niet altijd professioneel en systematisch. Hierdoor kan mogelijke mishandeling, verwaarlozing of misbruik onzichtbaar blijven.
Begin volgend jaar moeten zowel alle Bureaus Jeugdzorg als de Raad voor de Kinderbescherming de geconstateerde problemen hebben verholpen, reageerde gisteren minister André Rouvoet (jeugd en gezin).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.