De aanpak van probleemwijken in Nederland is uit balans. Er is veel geld voor grote projecten, maar nauwelijks voor beheer en onderhoud. „Een plein verdient een pleindirecteur.”
Mensen willen snel resultaten zien, politici al helemaal. Het is volgens Lex de Boer, directeur van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) een reden waarom de wijkaanpak in Nederland gepaard gaat met veel grote projecten, terwijl er nauwelijks aandacht is voor onderhoud. Het SEV organiseert vandaag een congres, bedoeld om het ’beheer’ op de politieke agenda te krijgen.
Waar het verwaarlozen daarvan toe kan leiden, is nu paradoxaal genoeg in veel Vogelaarwijken te zien, zegt De Boer. „Neem de vier wijken in Arnhem. Terwijl men praat over wat ze daar in de toekomst gaan doen, houdt iedereen nu even het geld op zak. Je wilt niet investeren in een gebouw dat misschien over een paar jaar gesloopt wordt. In de tussentijd verloedert de boel zichtbaar.”
Veel pleinen lijden onder de spanning tussen prestigieuze projecten en ondermaats beheer, vertelt Radboud Engbersen, hoofd trends en onderzoek van bureau Movisie. Hij onderzocht pleinen in Rotterdam, zoals het Afrikaanderplein. „Dat is een paar jaar geleden opnieuw ingericht, en kreeg toen een architectuurprijs. Maar al snel kon je er een kanon afschieten.”
Engbersen vergelijkt een plein met een schouwburg. „Net als een schouwburg moet je een plein programmeren, om verschillende groepen naar zo’n plein te lokken. Het is niet voldoende om iets moois neer te zetten, je moet ervoor zorgen dat er geen achterstallig onderhoud is, dat er activiteiten voor verschillende doelgroepen plaatsvinden, dat het veilig blijft, dat winkeliers en horeca zich bij het plein betrokken voelen.”
Een hell of a job, volgens Engbersen, die niet op waarde wordt geschat. „Niet iedereen kan zomaar schouwburgdirecteur worden. Maar het beheer van een nieuw plein wordt vaak aan de eerste de beste Melkertbaner overgelaten. Het moet allemaal voor een dubbeltje.” En dan gaat er dus een hoop mis. „Het ziet er snel afgetrapt uit. Of één groep neemt het plein in bezit, waardoor andere groepen zich er niet meer prettig voelen.”
Engbersen neemt Central Park in New York als voorbeeld. „De halve wereld komt daar bij elkaar, en het gaat goed. Maar daar zit heel wat beheer achter.” Zoiets zou hij ook in Nederland graag zien. „Integratie gebeurt nauwelijks op scholen, die zijn vaak gesegregeerd. Op een plein kan je wel bouwen aan wat sociologen ’publieke familiariteit’ noemen. Dat hoeven niet direct warme contacten te zijn, als mensen elkaar maar tegenkomen zonder dat er problemen ontstaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.