*

 

China breidt spoor uit

Van onze redactie buitenland − 28/10/08, 02:27

China investeert tot 2020 omgerekend 230 miljard euro in de bouw van spoorwegen. Dat moet helpen om de economie op stoom te houden.

Lag er eind vorig jaar nog 78.000 kilometer spoor in China, in 2010 moet dat zijn toegenomen tot 100.000 kilometer en in 2020 tot 120.000. Alleen al tot 2010 wordt daar zeker 80 miljard euro voor uitgetrokken.

Volgens het ministerie van spoorwegen kan de uiteindelijke investering voor uitbreiding van het spoorwegnet nog hoger uitkomen dan de 230 miljard euro die nu is begroot. De investering creëert banen bij de spoorwegen en bij toeleveringsbedrijven, en maakt economische ontwikkeling in meer westelijk gelegen regio’s makkelijker. Bovendien dient de uitbreiding van spoorwegennetwerk een politiek doel: het kan ver gelegen en onrustige regio’s als Tibet en Xinjiang vaster aan het oosten van China binden.

Het programma doet denken aan de enorme investeringen in het wegennet en de vliegvelden, die China deed na de Azië-crisis van 1997-1998. Die investeringen maakten mede de economische expansie van het afgelopen decennium mogelijk. Het spoor was daarbij enigszins achtergebleven: vrachtverkeer per spoor groeide tussen 2003 en 2007 met 3,4 procent per jaar, terwijl het totale transport in die periode met 8,7 groeide. Daardoor moet steeds meer vrachtverkeer over de weg, wat zorgt voor grote vertragingen. Zo komt de aanvoer van kolen, China’s belangrijkste energiegrondstof, geregeld in de problemen.

De economische groei van China is nog steeds stevig, maar lijdt wel onder de internationale economische crisis. De laatste vijf jaar lag de groei boven de tien procent, inmiddels wordt voor dit en komend jaar zo’n acht tot negen procent voorspeld. De Chinese beurs sloot gisteren op het laagste punt in twee jaar, en de index is 72 procent lager dan het hoogtepunt dat een jaar geleden werd bereikt.

Peking hoopt de binnenlandse vraag niet alleen met deze grote investeringen in de infrastructuur te versterken, maar ook met vrijere handel in vastgoed en met landhervormingen. In China vergelijkt men die laatste hervormingen met de liberalisatie die dertig jaar geleden onder Deng Xiaoping tot stand is gekomen.

Zo mogen boeren hun recht op het gebruik van land verhuren of verhandelen – waarbij het land uiteindelijk nog steeds het bezit van de overheid blijft. De Communistische Partij hoopt dat er zo effectievere landbouwbedrijven ontstaan, de opbrengst per hectare omhoog gaat, en boeren – zo’n twee derde van de Chinese bevolking – een hoger inkomen krijgen. Nu bewerken boeren in het algemeen zeer kleine stukjes land, gemiddeld een halve hectare per bedrijf. Onder de boerenbevolking ligt het inkomen per hoofd op zo’n 470 euro per jaar. Dat moet over twaalf jaar zijn verdubbeld.

Overigens hebben veel boeren die naar de stad zijn verhuisd om werk te zoeken de afgelopen jaren hun land al ’verhuurd’ aan anderen. Maar daarbij werden ze vaak slachtoffer van corrupte lokale functionarissen, die het land claimden voor de ontwikkeling van bouwprojecten of industrie.

mailIcon print |