Het lukt maar niet om goede criteria te stellen voor biomassa en de biobrandstoffen daar ook daadwerkelijk aan te toetsen. Reden voor het kabinet om de doelstellingen te verlagen.
Na een aantal jaren de inzet van biobrandstoffen te hebben gestimuleerd, gaat het kabinet nu het verplichte aandeel biobrandstoffen in benzine en diesel verlagen. „We willen de enorme toename van biobrandstoffen, zeker in de VS, iets temperen om de ontwikkeling in de hand te houden”, aldus minister Cramer van milieu.
Belangrijkste reden daarvoor is dat een betrouwbaar certificeringssysteem nog ontbreekt. Over de duurzaamheid van biobrandstoffen wordt al enige tijd gediscussieerd. Cramer: „Van restafval weten we zeker dat het duurzaam is, maar van deze tweede generatie biobrandstoffen is nog lang niet voldoende.”
De ministerraad stemde gisteren in om de biobrandstoffendoelstellingen voor 2009 en 2010 naar beneden aan te passen. Over twee jaar moet diesel en benzine voor 4 procent uit biobrandstoffen bestaan, in plaats van het eerder beoogde 5,75 procent, wat in 2003 door het Europees Parlement was besloten.
Nederland volgde deze richtlijn - alhoewel met enige vertraging - aanvankelijk door in 2006 het bijmengen van biobrandstoffen bij fossiele brandstoffen fiscaal te stimuleren. In 2007 werd het belastingvoordeel afgeschaft en vervangen door een bijmengingverplichting. Alle grote oliemaatschappijen werden verplicht om 2 procent biobrandstoffen toe te voegen aan hun Nederlandse diesel- en benzineverkopen. Dit percentage zou jaarlijks oplopen tot 5,75 in 2010.
Cramer wilde vorig jaar nog laten onderzoeken of een bijmengregeling van 20 procent in brandstof ook mogelijk is. Dat zou dan wel moeten volgens de zogenoemde Cramercriteria - milieueisen waar biomassa aan moet voldoen - maar die criteria zijn nooit goed van de grond gekomen.
Vervolgens is wel uit meerdere onderzoeken gebleken dat het stimuleren van de vraag naar biobrandstoffen nadelige gevolgen kan hebben. De teruglopende voedselproductie in ontwikkelingslanden is een voorbeeld daarvan, alhoewel minister Verburg (landbouw) en minister Koenders (ontwikkelingssamenwerking) dit nadeel enkele maanden geleden nog probeerden te weerleggen.
„Slechts één tot anderhalf procent van de mondiale landbouwgrond wordt nu gebruikt voor biobrandstof”, aldus Verburg. Volgens beide bewindspersonen is het wel goed mogelijk om biobrandstoffen te produceren zonder de landbouwproductie te benadelen. Nog sterker, Koenders zag kansen voor kleine boeren in Afrika om nieuwe gewassen voor de brandstofmarkt te produceren.
Koenders, maar ook Cramer, ziet die mogelijkheid nog steeds. „Maar de instrumenten zijn er nog niet om alle vormen van biobrandstoffen goed te beoordelen. Ik verwacht dat dat in 2011 in orde is”, meldde de minister van milieu gisteren. Voor 2020 blijft het streefpercentage biobrandstof 10.
Milieuorganisaties wijzen al enkele jaren op de nadelen. Volgens hen wordt in landen als Maleisië en Brazilië oerwoud gekapt om biogewassen te verbouwen. En biodiesel wordt gemaakt van onder meer maïs en suiker, terwijl de voedselprijzen sterk zijn gestegen.
Ook de Europese leiders twijfelen inmiddels aan het gebruik van biobrandstoffen en willen daarom niet meer per se vasthouden aan de ambitieuze doelstellingen. Minister Cramer en collega Koenders vielen hen gisteren bij, en houden het nu bij een verplichte inzet van 4 procent brandstoffen uit gewassen als koolzaad en palmen voor benzine en diesel.
Een meerderheid van de Kamer wil wel dat de transportsector de lagere inzet van biobrandstoffen op andere manieren compenseert. PvdA-Kamerlid Samsom denkt bijvoorbeeld aan een grotere inzet van ’schone’ auto’s, zoals hybride auto’s.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.