Grofheid op het internet weerspiegelt een ongenoegen dat altijd al bestond maar nu zichtbaar wordt.
Een klein percentage Nederlanders leeft zich uit op het internet. Scheldt, vloekt en tiert dat het een aard heeft. Het is een vorm van verbaal zinloos geweld of mentale masturbatie. Het moet een aangenaam gevoel geven je opinies ongezouten te uiten zonder dat er sancties op staan. Je wordt niet voor de rechter gesleept, je omgeving spreekt er geen schande van, je wordt niet ontslagen, en je bent wel lekker je opwinding kwijt in een ontlading van krachttermen en vuilspuiterij.
Het wereldwijde web is platform en vuilnisbak, uitlaatklep en debatcentrum. Anarchistisch en chaotisch. Het is een open riool. Schelden op nieuwssites blijkt daarbij ’typisch Nederlands’ (de Verdieping, 6 oktober). Wat vroeger binnen de schedels van de mensen plaatsvond, wat vroeger hooguit in de kroeg of thuis aan de keukentafel werd gedebiteerd, wat dus in kleine kring en verborgen bleef, is nu openbaar. De mensheid heeft zijn vunzige geest binnenstebuiten gekeerd.
Dat heeft zo zijn voordelen. Wie zich op het internet te buiten gaat, is het kwijt. Onmiddellijke bevrediging. Die hoeft niet meer met gebalde vuisten de straat op. Schelden doet geen zeer, zeiden we vroeger. Liever de pijn van een vloek dan die van een kaakslag. Het percentage Nederlanders dat door rancune aan zijn gerief komt is hoogstwaarschijnlijk door de jaren heen gelijk gebleven. Het verschil met vroeger is dat we het nu allemaal kunnen zien.
Het beschaafde deel der natie schaamt zich voor het onbeschaafde deel, dat overigens goed opgeleid want gedigitaliseerd is. In het buitenland schijnt het minder grof en bot toe te gaan, daar wordt nog weleens met humor of op argumenten gediscussieerd. Ik denk dat het niet meer is dan een gradueel verschil en dat overal ter wereld virtuele potloodventers dagelijks hun regenjas openen om door te schokken hun genot te vinden.
Het zou allemaal tot daaraantoe zijn als het een geïsoleerd verschijnsel betrof: er is een nieuw speelterrein ontdekt (de internetfora) en iedereen moet er even zijn geurvlag planten. Maar zo is het niet. Ik zie het gretige gebruik van openbare expressiemiddelen en de heftige reactie daarop als onderdeel van een algemene hysterie die sinds pakweg twee decennia (niet voor niets de leeftijd van het internet) om zich heen grijpt als een besmettelijke ziekte.
Het aantal crises dat op ons bord wordt gedeponeerd is groot. De een is al erger dan de ander. We worstelen met het klimaat, het voedsel, de energie, met de globalisering, met de fundamentalisering, met individualisering, met vergrijzing, met hangjongeren, met de beurskrach, met de zeespiegelstijging, met het eind van de beschaving.
Telkens weer gaat een rilling vooral door de westerse wereld. En meer en meer wordt op de angst van mensen gespeculeerd. Zo kwam de Delta-commissie met opzettelijk onjuiste rampenscenario’s omdat men alleen door op de angst van de bevolking te spelen meende het doel te kunnen bereiken. Wie angst zaait krijgt aandacht. En kennelijk is die angst-zenuw makkelijk te prikkelen.
Het is mogelijk dat de westerse wereld (ik beperk me daar maar toe, omdat ik die het beste ken), in een zodanige staat van opwinding is geraakt dat iedere gebeurtenis extreem wordt opgeblazen, waarna de angst groeit en de ernst van de crisis dieper wordt. Waar je kijkt zie je dan de bewijzen dat het misgaat. Als lemmingen hollen we de ondergang tegemoet. Nuchterheid en rationaliteit schrompelen weg onder de hevigheid van de emotie. Emotie telt. Emotie scoort.
We verzuipen in emotie. In opgeklopte nep-emotie. Hysterie. Hoe komt dat toch? Zijn die crises de oorzaak van de algemene hysterie of is de algemene hysterie de oorzaak van de crises? Ik gooi het op het laatste. Waardoor werd de hysterie veroorzaakt? Ging het soms niet goed met ons? Het ging prima met ons. Ondanks wat rimpels in de vijver, wat ups en downs, werden we sinds de Tweede Wereldoorlog welvarender, gelukkiger, beter opgeleid, hadden we een redelijke greep op de wereld. Maar er loopt door de westerse traditie een kinky streep. Enerzijds lijken we bevangen door een geweldig optimisme, zijn we almaar op weg naar een betere toekomst, anderzijds worden we naar beneden getrokken door een grote behoefte aan doem.
Het apocalyptische denken, de overtuiging dat de eindtijd aanbreekt of op zijn minst nabij is, is een onderdeel van de beschaving waarvan we ons niet voortdurend bewust zijn, maar dat wel degelijk meespeelt, misschien juist als het allemaal te goed gaat. Schuldgevoelens begeleiden ons geluk.
Ook het schelden op het internet heeft te maken met schuld. De schelders zoeken schuldigen voor het onbehagen dat hen bevangt. Het is een teken van onmacht.
Marius Elling bracht in 1997 een aantal apocalyptische teksten bijeen onder de titel ’Het einde der tijden’. In de inleiding stelt hij: „Wij zijn een waarlijk eschatologische cultuur. In ons einde is onze zin. Wij behoren tot dat gebied van Eurazië waar het heelal slechts voorlopig bestaat en de tijd een eiland is in een tijdeloze zee. Over de termijn waarop dit eiland zal verzinken valt te discussiëren, de verwachting van de ondergang is ook niet altijd even virulent [...] maar dat het zál verzinken staat, op allerlei gronden, vast. Het staat in de geloofsbelijdenis van alle christelijke kerken en vormt het fundament van onze geschiedbeschouwing, van onze wetenschap.”
De glijbaan naar de apocalyps geeft een bijzondere sensatie. Het is misschien wel lekker. Huiverend stellen we ons een woeste en ledige wereld voor. Genietend griezelen we van de ondergang alsof we een enge film zien. Zelfbeheersing is ver te zoeken. In de overgangsperiode van de middeleeuwen naar de moderne tijd werden de wegen bevolkt door rondtrekkende flagellanten, die de mensheid verdoemden en zichzelf geselden om de schuld voor de eindtijd uit te boeten.
Als we doorgaan op het ingeslagen pad zullen we de moderne equivalenten van de doemdenkers en de boetepredikers overal tegenkomen. Dat vooruitzicht beangstigt mij meer dan alle aangeprate crises. Het is weer tijd voor nuchterheid. Laten we de ratio in ere herstellen. Ik zie nieuwe kansen en een nieuwe noodzaak voor een Renaissance en een Verlichting ineen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.