*

 

De techniek maakt ons getuigen van intimiteiten

slingerland − 14/10/08, 00:00

De techniek brengt ons soms in ongemakkelijke situaties. Neem het handsfree bellen in de auto. Het kan tegenwoordig maar zo gebeuren dat je via een mobiel nummer een bepaalde persoon belt, maar dat vervolgens, zonder dat je het weet, de hele familie meeluistert naar het gesprek, als de telefoon op de luidsprekerstand gezet is.

De man die ik onlangs belde, was zo vriendelijk dat meteen te melden. Hij zat met zijn gezin in de auto, en terwijl ik met hem overlegde, hoorde ik op de achtergrond gezellig gebabbel van zijn kinderen en zijn vrouw. Ik merkte dat ik me ongemakkelijk voelde. In die kleine huiskamer op wielen, waar de gezinsleden dicht bij elkaar zitten, paste geen zakelijk gesprek, gevoerd via de luidspreker van de telefoon. Ze waren onder elkaar, en daar kwam ongevraagd en onverwacht een indringer, die in eerste instantie niet eens wist dat ze een indringer was. Terwijl ik het gesprek zo kort mogelijk door de bocht probeerde te beĆ«indigen, en daardoor barser was dan gewoonlijk, ging ik na waar dat ongemakkelijke gevoel vandaan kwam. Het had te maken met de ruimte. Hoe kleiner die is, hoe sterker het gevoel van de intimiteit. Door de telefoon heen voelde ik de vertrouwelijkheid en de huiselijkheid die bijeen gezin horen. Het klonk op uit de vage geluiden vanaf de achterbank. Dat waren geen hele zinnen, maar de korte geluiden die kinderen maken als ze vertrouwd zijn en onder elkaar. Af en toe een woord, of twee woorden, en wat wat gelach. Meer niet. Tussendoor zei de moeder af en toe wat, al even kort. Het gevoel van gegeneerdheid had er ook mee te maken dat het gezin geen gelegenheid had om zich aan het gesprek, dat hen ongetwijfeld niets interesseerde, te onttrekken, zoals in een woonkamer wel het geval geweest zou zijn. Bij deze vorm van bellen weet je niet waar je aan toe bent. Wie luisteren er allemaal mee? En hoe reageren ze: verveeld, geïrriteerd, geamuseerd? Juist dat niet weten vraagt om daadkrachtige afbakening van dat deel van het bestaan dat intiem is, van dat wat zich in de openbaarheid afspeelt. Die daadkracht ontbreekt soms. Zo zat ik pas naast een man in de auto die me naar het station bracht. Ook hij had de mobiel op handsfree staan. Via de luidspreker hoorde ik op een gegeven moment de stem van een vrouw. Ze was boos. Een stroom verwijten, afgewisseld met kinderlijk gejammer, klonk door de auto. Het ergste was, dat de man blijkbaar allang thuis had zullen zijn en zij voor de zoveelste keer zat te wachten met het eten. Vreemd genoeg voelde hij zich niet gegeneerd, of misschien kon hij het heel goed verbergen.

Omdat ik deze meneer nauwelijks kende en zijn vrouw helemaal niet, voelde ik me niet in de positie om geluid te maken. Wat had ik moeten zeggen? Beste mevrouw, stil nu eens even, ik zit bij uw man in de auto en hij is zo aardig om me naar het station te brengen. Daarna komt hij direct naar huis. En niet zo jammeren. Daarmee jaagt u hem van tafel. Mij leek het dat de meneer de enige was die uitkomst kon brengen. Als ik hem beter had gekend, had ik hem een por gegeven, kom op, zeg dat er iemand meeluistert naar dit echtelijke gekrakeel. Hij deed dat niet. Hij suste wat en dempte wat en reed toen veel te hard naar het station om mij daar af te zetten.

Het duurde lang voor ik me weer op mijn gemak voelde.

mailIcon print |