Het zijn uitputtende weken voor Wouter Bos. Maar het tekent hem fysiek niet of nauwelijks. Ook in de vele uren, die hij de afgelopen dagen debatterend in de Kamer doorbracht, bleef hij ontspannen ogen. De voorman van de PvdA lijkt zijn habitat gevonden te hebben. Ook in Duitsland en Engeland trekken sociaal-democraten de aandacht naar zich toe.
Het werd Wouter Bos van vele kanten afgeraden. De partijleider, die vice-premier wilde worden vanaf het ministerie van financiën, het moest wel tot ongelukken leiden. Was het met zijn voorganger Wim Kok op dezelfde plek in het derde kabinet-Lubbers ook niet kantje boord geweest? De kritiek kende een hoogtepunt tijdens de verkiezingen voor het partijvoorzitterschap van de PvdA. Partijveteraan Jan Pronk liet geen mogelijkheid onbenut om de zere vinger te leggen op deze ’strategische fout’.
Bos nam inderdaad een groot risico. Zoals bleek bij de voorbereiding van de begroting voor 2009 in april. De uitgaven voor de kinderopvang en de AWBZ, twee ’kroonjuwelen’ van de PvdA, bleken gierend uit de hand te lopen. Bos kon op grond van zijn eigen begrotingsregels niet anders dan bezuinigingen afdwingen bij zijn partijgenoten, de staatssecretarissen Sharon Dijksma (kinderopvang) en Jet Bussemaker (bijzondere ziektekosten).
Het leverde Bos definitief het vertrouwen op van de tot dat moment tegenover de PvdA nog altijd wantrouwige premier Jan Peter Balkenende, maar in zijn eigen partij en ver daarbuiten werd Bos niet begrepen. Dat Bos zijn eerste begroting al een duidelijk PvdA-stempel meegegeven had, dat hij het CDA had kunnen dwingen in deze kabinetsperiode uit te gaan van een realistische groeiraming van de economie in plaats van de doelbewuste zuinigheid van zijn voorganger Gerrit Zalm, het kwam allemaal niet over. De PvdA duikelde en duikelde in elke peiling, die verscheen.
En elke keer borrelde de discussie maar weer op over bonussen en andere excessieve beloningspakketten in het bedrijfsleven. Dat Bos daar zelf niet al te veel aan kon doen en afhankelijk is van de inzet van aandeelhouders, moge duidelijk zijn, de kiezer vertaalt het als slapheid en keerde Bos en de PvdA de rug toe.
Toch waren de nieuwe begrotingsregels en de begroting voor 2008 staaltjes van vakmanschap. Het werd niet herkend, maar Bos liet voor de ingewijde zien tot een minister van financiën te kunnen uitgroeien, die zijn vak meer dan verstaat. Sterker, die een specifieke sociaal-democratische inhoud aan het ministerschap zou kunnen geven. Zo dook bij de begroting van 2008 de term nivellering weer op.
Wouter Bos zal nooit kunnen instemmen met de observatie dat de kredietcrisis voor hem als geroepen kwam. Het zou ook te zot voor woorden zijn om het daarbij te houden. Maar de razendsnelle ontwikkelingen gaven hem wel de kans om zijn specifieke talenten breed uit te meten voor een groot publiek.
Bos kan nog zo geroutineerd kritiek uit de Kamer op zijn begroting pareren, de Kamer kan een week lang tevergeefs gaten trachten te schieten in het verdedigingswerk van Bos, het beklijft niet bij het bredere publiek. Plotselinge mededelingen, laat op de avond in crisisachtige situaties blijven wel hangen. Dat de leiding van het team dat een Nederlands antwoord tracht te verzinnen op de gevolgen van de kredietcrisis op het Nederlandse financiële systeem feitelijk in handen ligt van de president van de Nederlandsche Bank, Nout Wellink en topambtenaren van Bos, doet niet ter zake. Bos staat er op de persconferenties en maakt een zelfverzekerde en zelfbewuste indruk.
De kredietcrisis geeft Bos een niet-gedachte kans wel eens iets betekenisvols te doen tegen overmatige bonussen en beloningspakketten. Hij kan het einde aankondigen van het mondiale superkapitalisme, dat zich van de staat en van sociale verantwoordelijkheid niets aantrok. Hier staat een politicus, die niet twijfelt en spaarders niet alleen met woorden, maar ook met daden geruststelt. „We are all socialists now”, stelde hij tevreden vast tegenover zijn Luxemburgse collega Juncker.
Bos profiteert ervan. In alle opiniepeilingen stijgt het vertrouwen in zijn persoon en ook zijn partij, de PvdA, begint er, zij het aarzelend, van te profiteren. Zoals het vaker gaat bij politici die aan de winnende hand zijn, doen foutjes en ongelukkige uitspraken daar even niets aan af.
Toch maakte Bos een paar behoorlijke fouten. Op de dinsdag na de gedeeltelijke overname van het Nederlandse deel van Fortis, suggereerde de minister van financiën in het Kamerdebat dat er met de boeken van Fortis meer aan de hand was dan gebracht. Daarmee kwam de suggestie in de wereld, dat er bij Fortis nog wel lijken uit de kast zouden rollen. Bos moest later in de week zichzelf haastig corrigeren. Hij had slechts bedoeld dat toestemming voor een overname door Fortis van ABN Amro door hem en de Nederlandsche Bank niet gegeven zou zijn, als destijds over dezelfde kennis als nu over dubieuze kredieten bekend was geweest.
Bos onderhandelde toen hij dit zei al over een volledige overname door de staat van het Nederlandse deel van Fortis en, dit keer ook, ABN Amro.
Over de positie van ABN Amro bestond vanaf de zondag van de gedeeltelijke overname forse onduidelijkheid. Vrijdags was de bank in handen van de staat. De volledige overname was, aldus Bos die vrijdagavond, mede bedoeld om te voorkomen dat gezonde delen van Fortis (toevallige de Nederlandse delen) zouden worden besmet door het virus van de Belgische moeder.
Er zal nooit meer bewezen kunnen worden, dat deze opmerking een fors stuk afhaalde van de prijs die de Belgische en Luxemburgse regeringen konden beuren voor de delen van Fortis, waarmee zij achterbleven. De Belgische pers meent dat Bos hun regering een streek leverde, Bos zelf houdt het er op dat zijn Belgische en Luxemburgse collega's hem allervriendelijkst bleven bejegenen en dat er dus niets aan de hand was.
De Nederlandse kiezer maalt er niet om. In België mag de publieke opinie Bos voor alles en nog wat uitmaken, hier te lande overheerst het gevoel dat Bos een Nederlandse bank van de ondergang redde en niet aarzelde de IJslanders tot de orde te roepen toen Nederlandse spaarders de dupe dreigden te worden. „Dit zijn krankzinnige dagen. Waarschijnlijk, en laten we het hopen, once in a lifetime dat we dit meemaken. De situatie op de financiële markten is ernstig en de manier waarop we ingrijpen is niet eerder vertoond”, schrijft Bos in zijn laatste weblog, vlak voor het afgelopen weekeinde. Hoe lang zijn eigen nieuwe imago beklijft, weet ook de PvdA-leider niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.