*

 

’Een kleine groep haalt de top, de rest valt in een gat’

Antal Crielaard − 11/10/08, 02:27

Hoe moeilijk is het om je als talent te handhaven bij een professionele voetbalclub? Jeroen Siebeling schreef er het boek ’De voetbalbelofte’ over.

Natuurlijk, schrijver Jeroen Siebeling stapte onbevooroordeeld en open in het avontuur een boek te schrijven over de Nederlandse voetbalopleiding. Nu De Voetbalbelofte in de schappen ligt, durft hij te stellen: „Het is me meegevallen. Veel mensen vragen me nu welke negatieve dingen ik heb meegemaakt. Dat valt reuze mee. Er vallen soms harde woorden en er zijn nog een hoop dingen die beter kunnen. Maar in negentig procent van de gevallen gaat het goed. Ja, het is me meegevallen. Dat is het juiste woord.”

Het beeld van de Nederlandse voetbalopleiding kreeg een flinke knauw door de film ’Daar hoorden zij engelen zingen’ uit 2000. De film toont een ontluisterend beeld over de manier waarop Ajax met talenten omging. De scène waarin jonge Ghanese voetballers worden ’gekeurd’ is wellicht het meest treffende voorbeeld van de Amsterdamse manier van scouten dat in de film wordt getoond.

Van die wantoestanden merkte Siebeling het afgelopen jaar weinig. Hij trof op de meeste plaatsen een redelijk geoliede opleiding, waarin de voetballertjes in hun waarde werden gelaten. „Zeker in de leeftijdscategorie tot 10 jaar houden de clubs er echt wel rekening mee dat ze te maken hebben met kinderen. Maar hoe hoger het talent komt, hoe harder het wordt. En dan zeker bij de oudste jeugd, als de mindere voetballers al zijn afgevallen. Er is maar een kleine groep die het haalt, de rest valt in een zwart gat.”

Het boek van Siebeling leest als een handboek. De schrijver geeft tips, heft soms zelfs de waarschuwende vinger. „Er bestond geen recept voor de meest voorkomende jongensdroom”, zegt hij. „En met dit boek is dat er nog steeds niet. Maar ik zag bij de jongetjes op de club waar ook mijn zoontjes spelen dat ze niet goed wisten wat ze moesten doen als er een scout van een grote club kwam kijken. Met die onzekerheid wilde ik wat doen.’’

Siebeling volgt in het boek de ontwikkeling van veertien jonge voetballers, van wie sommigen inmiddels zijn gestopt. In korte, vaak ontroerende portretten geeft hij een inkijkje in de harde wereld van het profvoetbal. „Het viel me op dat die jongens de energie écht uit zichzelf haalden. Ze zijn onafhankelijk, worden niet onzeker van geschreeuw of van complimenten. Die eigenschap hadden ze gemeen; ze trokken zich niets aan van applaus. Ik zag in hun ogen een enorme kalmte.”

Siebeling hoopt dat het boek een handleiding kan zijn voor jonge voetballers, met de droom profvoetballer te worden. „Het moet inspireren, maar ook tonen wat de jongens en meisjes te wachten staat. Het is aan de ene kant hoopvol, maar ook realistisch; de kans om profvoetballer te worden is niet zo groot. Ook dat aspect heb ik beschreven.”

„Oorspronkelijk was het bedoeld als een laagdrempelig boek voor de jeugd, maar we merken nu dat juist trainers en begeleiders interesse tonen. Vandaag heeft PSV nog 50 exemplaren besteld. Blijkbaar is het instapniveau vrij hoog geworden.”

mailIcon print |