*

 

Ankara masseert de pijn langzaam weg

Iris Ludeker − 11/10/08, 02:27

Turkije verbetert de banden met zijn buren. In Iran, Irak en Syrië wil dat aardig lukken, maar nu wacht een complexere regio: de Kaukasus. Daar moeten de Turken opboksen tegen Rusland.

  • In de buurt van de stad Kars lag vroeger de Armeense stad Ani. De vergane stad ligt letterlijk op de grens van Turkije en Armenië. De aardscheur, met een beek in het ravijn, vormt de grens. Linksonder: Een Koerdische bruiloft. Rechts: De overblijfselen van de bijbelse stad Edessa, die nu Sanli Urfa heet en een belangrijke bedevaartsplek voor moslims. (FOTO'S DAIMON XANTHOPOULOS)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)

Op de vlakte van Ani hangt de hemel laag en is het landschap woest en verlaten. De oude Armeense hoofdstad uit de 10de eeuw – een uitgestrekte verzameling kerken, moskeeën en citadellen – ligt in Turkije op de grens met Armenië. Toeristen komen er nauwelijks op deze afgelegen plek.

Ani is al eeuwen gemilitariseerd gebied. Dat was zo toen het nog in het buffergebied tussen het Ottomaanse en Russische Rijk lag. Tijdens de Koude Oorlog hielden aan weerszijden van de kloof Sovjetmilitairen en Turkse grenswachten elkaar nauwlettend in de gaten. Ook nu lopen er op het terrein Turkse soldaten rond, die hun Armeense collega’s aan de overkant observeren.

De gespannen situatie bij Ani is illustratief voor de moeizame relatie tussen Turkije en Armenië. Vooral de kwestie van de massamoord tijdens de Eerste Wereldoorlog op Armeense inwoners van het Ottomaanse Rijk verzuurt de relatie nog steeds. Turkije weigert te erkennen dat wat toen is gebeurd een genocide was, hoewel daar onder historici een bijna-consensus over bestaat.

Daar komen littekens uit de jaren negentig bovenop, toen Armenië een oorlog uitvocht met Azerbeidzjan over de Armeense enclave Nagorno-Karabach (in Azerbeidzjan). Turkije koos partij voor de (Turkstalige) Azeri, en gooide onverbiddelijk de grenzen met het buurland dicht. Nog steeds kunnen goederen en mensen alleen via omwegen tussen de twee landen reizen, en hebben Turkije en Armenië geen diplomatieke banden.

Sinds kort is er echter voorzichtige toenadering. Een paar weken geleden was de Turkse president Gül erbij toen in de Armeense hoofdstad Jerevan het thuisland tegen Turkije voetbalde. Het was een slechte wedstrijd, waarin het veel sterkere Turkije met 2-0 won. Toch waren er eigenlijk geen verliezers: het was de eerste keer sinds 1935 dat een belangrijk Turks politicus op bezoek was in het buurland. Om Turkse gevoeligheden te ontzien, pasten de Armeniërs ijlings hun voetbalshirts aan– het nationale wapen met de berg Ararat (op Turks grondgebied) werd verwijderd en vervangen door een onschuldiger embleem.

De toenadering van de Turken past in een diplomatiek offensief waar de huidige regering al enige jaren druk mee is. Tien jaar geleden stond Turkije nog op de rand van oorlog met verschillende buurlanden (zie kader) en was het als belangrijk Navo-lid bijna exclusief op het Westen – en vooral de Verenigde Staten – gericht. Nu is alles anders. Sinds de islamitische AK-partij van premier Erdogan aan de macht is, probeert Ankara betere relaties te krijgen met al zijn negen ’lastige’ buren, door een politiek van voorzichtige economische en politieke toenadering.

Turkije staat zich er inmiddels op voor dat het met íedereen praat en zo een perfecte bemiddelaar vormt, bijvoorbeeld tussen het Westen en Iran of Syrië. Tegelijkertijd bevordert het land met deze strategie zijn streven om een belangrijk doorvoerland van olie en gas te zijn en blijven. Vanuit Rusland, Georgië, Iran en Irak lopen al pijpleidingen Turkije in, en dat moeten er nog veel meer worden als het aan Ankara ligt.

Het enige buurland dat nog niet te maken had met het diplomatieke charmeoffensief van de Turken was, tot voor kort, Armenië. Maar de afgelopen maanden was te merken dat Ankara zelfs hier toenadering zocht. De Russische inval in Georgië was het laatste duwtje dat Turkije nodig had. Enkele weken later al stond Gül op de stoep in Jerevan.

De Turken kregen haast, omdat de korte oorlog om de afvallige Georgische provincie Zuid-Ossetië, in augustus, Ankara de stuipen op het lijf joeg. De Kaukasus, waar Georgië, Armenië en Azerbeidzjan deel van uitmaken, is politiek en vooral economisch een belangrijke regio voor Turkije, niet in de laatste plaats vanwege de Bakoe-Tbilisi-Ceyhan-pijpleiding die via Azerbeidzjan en Georgië olie van de Kaspische Zee naar de Turkse havenplaats Ceyhan voert. Er zijn plannen om via dezelfde route een gasleiding (Nabucco) en treinverbinding aan te leggen.

Onrust in Georgië heeft directe consequenties voor de betrouwbare doorvoer van olie via dat land, en dus voor Turkije als energie-hub. Rust is wat de Turken daarom willen. Maar, zo bedachten ze zich, er ligt op de Kaukasus na Zuid-Ossetië nóg een brandhaard te wachten op een lucifer: Nagorno-Karabach. Het rommelt al maanden in de enclave. Gaat de vlam echt in de pan, dan is er nóg een conflict dat de veilige doorvoer van olie uit de Kaspische Zee in gevaar brengt. De BTC-leiding loopt immers ook door Azerbeidzjan.

Vandaar dus dat Gül direct naar Armenië toog, want een oplossing voor het Nagorno-Karabachconflict moet via Jerevan lopen. En niet voor niets meldde hij zich een paar dagen later in Azerbeidzjan met de volgende boodschap: „Wij staatslieden kunnen het niet toelaten dat bevroren conflicten voortduren, maar moeten ze oplossen. We denken dat er een nieuwe mogelijkheid is om de Karabach-kwestie op te lossen.”

Het bezoekje van Gül moest de Azeri’s, altijd door dik en dun door Turkije gesteund, duidelijk maken dat ook zij met een frisse blik naar het oude probleem moesten kijken. Tijdens de recente jaarvergadering van de VN in New York kreeg het Turkse diplomatieke offensief een vervolg: in de marge van de top zochten de drie landen toenadering.

Turkije lijkt zo een eind te komen met zijn allemansvriendstrategie. Het land heeft slechts één probleem: Rusland. Want waar Ankara nog wel toenadering tot Iran kan zoeken zonder dat het zijn relatie met de VS geheel op het spel zet, is het zeer de vraag of Moskou de Turkse bemoeienis in de Kaukasus zal toelaten. De Russen hebben daar immers zo hun eigen directe belangen, die botsen met die van de Turken.

Zo vormt Armenië een soort vooruitgeschoven post van Rusland in de Kaukasus. Het land – totaal geïsoleerd tussen Turkije en Azerbeidzjan – leunt politiek, economisch en militair zwaar op Moskou. De Russen schieten er weinig mee op als Jerevan de betrekkingen met Ankara herstelt, en als de grenzen tussen beide landen opengaan. Met zijn inval in Georgië heeft Rusland bovendien eens te meer getoond dat het de Kaukasus nog steeds als zijn achtertuin beschouwt, waar het praktisch kan doen en laten wat het wil.

Daar komt oud zeer bij. De BTCleiding door Azerbeidzjan en Georgië werd in de jaren negentig onder grote Amerikaanse druk gepland, en was bedoeld om de westerse afhankelijkheid van Rusland op energiegebied te verminderen door Russische grondgebied te vermijden. Tot dan liepen alle pijpleidingen uit de gas- en olierijke Kaspische Zee via Rusland naar Europa. Het is de Russen nog steeds een doorn in het oog, zo bleek ook tijdens de inval in Georgië– een Russisch bombardement miste de leiding op een haar na. Azerbeidzjan besloot al om volgend jaar extra olie door Russische pijpleidingen te versturen, omdat het Georgië niet ’stabiel’ genoeg vindt.

Al met al heeft Rusland er geen baat bij als Azerbeidzjan en Armenië meer naar Turkije, en dus het Westen, kijken. Zeker niet als dat ertoe kan leiden dat er in de toekomst gas en olie uit de Kaspische Zee via Armenië naar Turkije zou kunnen stromen. Volgens sommige berichten liggen er plannen op tafel om de Nabucco-gaspijpleiding, óók specifiek bedoeld om de Europese afhankelijkheid van Rusland te beperken, niet via Georgië, maar via deze route aan te leggen.

Zo’n ontwikkeling, waarbij pijpleidingen niet meer over Russische grondgebied lopen en er zelfs steeds verder vandaan komen te liggen, zal Moskou niet bekoren. Gül zal al zijn diplomatieke kunsten uit de kast moeten halen om de Russen mee te krijgen met zijn vredesplannen voor de Kaukasus – anders staat het land straks voor strategische keuzes die het eigenlijk niet wil maken.

mailIcon print |