Als door een adder gebeten reageerden Kamerfracties op de kritiek van de Goudse politiecommissaris Jan Stikvoort dat de parlementariërs het debat over Marokkaanse jongeren in zijn gemeente op te hoge toon voerden. Maar bestuurders en politici gaven hem gelijk. Is de Tweede Kamer het hogedrukventiel van de samenleving geworden?
Nee, spijt heeft het CDAKamerlid Coskun Çörüz niet van zijn verzoek afgelopen dinsdag om ook nog eens tijdens het mondelinge vragenuurtje de degens te kruisen met minister Ter Horst (binnenlandse zaken) over de toonhoogte van het ’Gouda-debat’, zoals het probleem met een groepje Marokkaanse jongeren kan worden genoemd. Een debat dat volgens zijn CDA-collega Jan Schinkelshoek al grensde aan ’politieke hysterie’.
Dus waarom dit, nadat het onderwerp tijdens de algemene beschouwingen en in een spoeddebat was behandeld, nog eens dunnetjes overdoen? „Omdat ik me door de hoofdcommissaris persoonlijk voelde aangesproken en ik het oneens was met zijn oordeel dat De Politiek het debat op een te hoge toon voerde. De Tweede Kamer bestaat uit uiteenlopende fracties met uiteenlopende meningen. Bovendien gaan wij zelf over de toon en de toonhoogte, en niet een hoofdcommissaris’’, meent Çörüz.
In dat debat over de toonhoogte vroeg Çörüz wel om ’keiharde maatregelen’ en meende VVD-Kamerlid Laetitia Griffith dat de Goudse korpschef de nuances ’totaal uit het oog had verloren’. Datzelfde Kamerlid zei eerder dat ’Nederland in brand stond’. Niet vanwege de kredietcrisis, maar vanwege het gedrag van Marokkaanse jongeren in Gouda en in enkele andere steden.
Ter Horst onderbouwde met cijfers dat het juist veel beter ging met de Marokkaanse jongeren in de Zuid-Hollandse stad. Het mondelinge vragenuurtje afgelopen dinsdag was nog niet afgelopen of PVV-Kamerlid Hero Brinkman vroeg opnieuw een spoeddebat aan over de problemen in Gouda, omdat er eerder ’slechts slappe vragen’ waren beantwoord. De PVV wilde het leger terughalen uit Uruzgan om de vrede in Gouda te bewaren.
Waarom wordt er zo’n opgewonden, bijna hysterische toon aangeslagen in de Tweede Kamer, vroeg Jan Schinkelshoek zich af. Schinkelshoek, die zich ontwikkelt tot het geweten van zijn fractie én de Kamer, ergerde zich aan de ’hoge opgewonde toon’ van zijn collega’s. „Zo’n debatje laat zien, als ware het een seismograaf, hoe Nederland van slag is. Hoe alles binnen de kortste keren wordt opgeblazen tot ongelooflijke proporties. Hoe bijna iedereen zich laat meeslepen. Hoe de nuance verbleekt. Hoe moeilijk traditionele Hollandse deugden als gematigdheid, nuchterheid en gemoedelijkheid het hebben’’, schrijft Schinkelshoek in zijn eigen nieuwsbrief. Desgevraagd weet hij ook wanneer zijn seismograaf onrustbarende trillingen begon te registreren. „Met de komst van Pim Fortuyn werd alles anders. Die heeft de politiek op zijn kop gezet.’’ Daarna de komst van de PVV van Geert Wilders in 2006. En, voegt hij er ook aan toe, de rol van de media, die zaken uitvergroten tot soms extreme proporties.
Schinkelshoek staat zeker niet alleen in zijn kritiek op zijn collega’s. Tjeenk Willink, de vice-president van de Raad van State, meent dat de huidige generatie politici van haar ankers is geslagen. „Evenals de staat zijn de politici door de ontzuiling op zichzelf teruggeworpen. Hun ’houdbaarheidsdatum’ is beperkt. Hun (politieke) toekomst ongewis. De doorstroming, overigens niet alleen van politici, is groot. Dat belemmert de ontwikkeling van een politiekbestuurlijke elite – geworteld in de maatschappij, gepokt en gemazeld in de publieke dienst – met kennis van de staatsrechtelijke regels en de gemeenschappelijke omgangsnormen in deze democratische rechtsstaat. Het besef van de waarde van de instituties neemt af’’, zei Tjeenk Willink eind vorig jaar bij het 45-jarig bestaan van parlementair perscentrum Nieuwspoort.
Zijn waarneming weerspiegelt zich, in een notedop, in het ’Goudse debat’, dat in mindere of meerdere mate symbool staat voor een reeks debatten in de afgelopen jaren op het snijvlak van integratie en islam. Korpschef Jan Stikvoort, en later de burgemeester, Wim Cornelis, kwamen in opstand tegen het beeld dat ’de politiek’ creëerde van hun stad.
„Ik ben klaar met politici die iets kleins heel groot maken en vervolgens zeggen dat de politie niet haar werk goed doet’’, zei Stikvoort in de Volkskrant. Terwijl zij juist de professionals zijn van wie politici zeggen zo graag naar hen te luisteren omdat ze met hun poten in het bluswater staan. Stikvoort ging nog een stap verder. „Politici hebben de mond vol over de integratie van buitenlanders, maar scheuren zelf de samenleving uiteen.’’
Pijnlijk voor de Tweede Kamer als geheel en voor de rechtse fracties in het bijzonder was de steun die Stikvoort kreeg van bekende bestuurders. De Amsterdamse burgemeester Cohen, tevens voorzitter van het beraad van korpsbeheerders, zei het begrijpelijk te vinden dat Stikvoort zijn hart luchtte. Hij kreeg bijval van VVD’er Jan Franssen, commissaris van de koningin in Zuid-Holland. „De afgelopen jaren heb ik de aanpak van probleemjongeren in Gouda op veel fronten zien verbeteren. In het beeld dat de laatste weken over Gouda is gegeven, zie ik hier niets van terug.’’ Minister Hirsch Ballin (justitie) ergerde zich eveneens aan de toon van het debat, bleek op een bijeenkomst van CDA-bestuurders. Ook collega-minister Ter Horst toonde begrip voor de politiechef en de burgemeester.
Wat vinden de Kamerleden zelf van hun rol in dit debat? De PVV zit nergens mee. Dit moet kunnen. SP-fractievoorzitter Agnes Kant reageerde al tijdens het afgelopen vragenuurtje. „Ik vind dat wij diep gezonken zijn als wij in een vragenuur vragen stellen over een korpschef die een mening heeft over een toon in een debat.’’ CU-fractievoorzitter Arie Slob: „Het parlement moet zichzelf serieus nemen. Dat betekent stoppen met spoeddebatten over onderwerpen die zich daar geenszins voor lenen en door enkele fracties worden gebruikt om de overtreffende trap van verontwaardiging te bereiken. En zeker geen debatten voeren over commentaren die vanuit de samenleving op gevoerde debatten worden gegeven. Dan is het eind helemaal zoek. Hoor en wederhoor toepassen. Het parlement heeft instrumenten genoeg.’’
Alexander Pechtold (D66) deed niet mee aan het spoeddebat. „Ik zag de bui al hangen. Het is voor de PVV en VVD bumperkleven en dan wordt het qua geluid alleen maar hard, harder, hardst zonder enige oplossing. Ik erger me ook mateloos aan het CDA, dat wankelmoedig opereert. Je ziet het bij alle grote partijen, ook bij de PvdA en SP: angst voor de PVV en hun aantrekkingskracht op het electoraat. Ze laten zich gijzelen. Maar mijn agenda wordt niet bepaald door de PVV.’’
Laetitia Griffith ontkent dat haar VVD gegijzeld wordt. Haar zorg is vooral de situatie rond criminele Marokkaanse jongeren in de wijken, benadrukt ze. Toch is ze niet helemaal gelukkig over haar inbrengt. „’Nederland staat in brand’ was een ongelukkige opmerking, die ook nog eens uit zijn context werd gerukt door de media. Lees het stenogram er maar op na. Ik wilde ermee benadrukken dat de problemen ernstig zijn en zich op diverse plaatsen voordoen.’’ Tegelijkertijd vindt ze dat er ruimte moet zijn voor emoties in het debat. „Ik debatteer met passie en betrokkenheid. Als dat niet mag, word je een soort robot die alleen maar zouteloze zinnen uitspreekt.’’
In het stenogram staat het volgende: Griffith tegen minister Ter Horst: „Terwijl het land in brand staat, faciliteert u alleen maar.’’
Jan Schinkelshoek pleit voor de terugkeer van redelijkheid en bedachtzaamheid. „Wat ik zou willen, is minder wat ik noem overijling, minder waan van de dag, minder spoeddebatten en minder schriftelijke vragen. Spierballentaal – ’Het leger de wijken in’ – staat alleen maar oplossingen in de weg.’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.