Nederlanders zijn fervente kampeerders. Toch wisselen steeds meer mensen hun tent in voor een camper. De behoefte aan comfort en vrijheid neemt toe.
De vakantie is ons heilig, daar lijkt geen financiële crisis iets aan te kunnen veranderen. Het consumentenvertrouwen mag dan volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek dramatisch zijn gedaald, dat geldt niet voor mensen die van kamperen houden.
Nederland kent misschien wel de hoogste caravandichtheid in Europa. In 1980 werden hier al meer dan 400.000 caravans geteld, vorig jaar 470.000 en dit jaar zou, volgens de organisatie van de Kampeer & Caravan Jaarbeurs, de magische grens van een half miljoen wel eens overschreden kunnen worden.
Nog opvallender zijn de verkoopcijfers van kampeerauto’s, die vergeleken met vorig jaar met bijna een kwart zijn gestegen. Weliswaar gaat het bij de campers nog om kleine aantallen: vorig jaar werden er 1321 nieuwe kampeerauto’s verkocht, dit jaar stond de teller al na acht maanden op 1638 exemplaren. In totaal rijden er in Nederland ongeveer 50.000 campers rond. Dat is overigens maar een schijntje vergeleken met Duitsland, Frankrijk en Italië, waar de camper veel populairder is. Nederlands is veel meer een caravanland.
Standhouders op de Kampeer & Caravan Jaarbeurs 2008, die donderdag 16 oktober in Utrecht opengaat, hopen dat de groeiende belangstelling voor de camper doorzet. Vanwaar die ’spectaculaire’ groei? Margreet Toonen, richtingscoördinator functiegericht toerisme en recreatie op de NHTV internationaal hoger onderwijs (de ’hogeschool voor toerisme’) in Breda, tempert meteen de euforie. „Die spectaculaire groei in de verkoop van caravans en kampeerauto’s is betrekkelijk. Sinds 2004 was er sprake van een duidelijke daling, zeker bij de caravans. Merken als Château en Kip gingen zelfs failliet, al volgde er dan wel een doorstart. In die zin gaat het nu iets beter met de verkoop van caravans, en groei van de campers is echt super.”
Dat laatste is volgens Toonen onder meer te danken aan het feit dat staatssecretaris De Jager (financiën) vorig jaar besloot een aantal belastingmaatregelen die nadelig uitpakten voor kampeerauto’s, zoals de ’slurptaks’ en de ’roettaks’, te schrappen. Door die maatregelen zou de aanschaf van een camper dit jaar 15.000 tot 20.000 euro duurder zijn geworden. Vooralsnog zullen deze belastingen niet voor 2010 worden ingevoerd. Ook het afbouwen van de BPM (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) voor kampeerauto’s scheelt de toekomstige kampeerder-op-wielen behoorlijk in zijn portemonnee.
„Nederlanders zijn fervente kampeerders; dat speelt ook een rol bij de groei van de campermarkt”, zegt Toonen. „Aan de ene kant is er bij Nederlanders een sterke hang naar een vakantie in de natuur, aan de andere kant hechten zij steeds meer aan luxe. Zij willen niet meer afzien, en zeker niet als het weer tegenvalt. Zij verlangen naar een mooie sauna op de camping en naar andere vormen van ’wellness’. Er zijn tegenwoordig al campings met aparte badkamers in plaats van de bekende douchehokjes. Eigenlijk wil men op vakantie de voorzieningen die men thuis ook heeft. Naast zaken als rust, bezinning en je iets aan je gezondheid doen. En daarvoor zit je helemaal goed bij een kampeerauto. Daarin kun je luxe beleven in vrijheid.”
Uit bevolkingscijfers blijkt dat in 2025 naar schatting ruim zeven miljoen Nederlanders vijftig jaar of ouder zullen zijn. Dat zijn mensen met veel vrije tijd, ze blijven langer gezond, ze beschikken vaak over een aardig gevulde portemonnee en ze houden van reizen. Het is dus een ideale doelgroep voor de campingbranche. Die krijgt steeds meer oog voor de wensen van deze leeftijdscategorie, vindt Toonen. Al wordt er in deze tak van sport volgens haar ’op een paar grote groepen bedrijven na’ nog maar weinig aan marktonderzoek gedaan. „Je ziet dat men er voorzichtig op inspeelt door invoering van wellness, privésanitair, voorzieningen te overdekken en specialisatie zoals extra aandacht voor golfers. Ook komen er grotere staanplaatsen en aparte voorzieningen voor kampeerauto’s, die in het buitenland vaak beter ontwikkeld zijn.”
Mark Meerbeek, die met zijn broer in Doetinchem een showroom van caravans en kampeerauto’s heeft, weet wel waarom de camper het steeds beter doet. „De Nederlandse kampeerder is ongedurig. Die wil veel op stap en naar verschillende locaties. Hij wil graag zo veel mogelijk zien. Dan biedt de camper meer mogelijkheden dan de caravan. Je auto is je huis. Als je ’s morgens wil verkassen, hoef je alleen maar de motor aan te zetten en weg te rijden. Dat is de ultieme vrijheid. Of een camper duur is? De nieuwprijs ligt tussen 50.000 en 70.000 euro. Men ziet dat als een goede investering, de inruilwaarde van een camper is ook na meerdere jaren nog hoog. Je ziet steeds meer mensen overstappen van een caravan naar een camper, omdat ze vrij willen zijn en ook geregeld vrij willen kamperen.”
Ook Patrick van der Burgh, directeur van Eriba-Hymer Nederland, vindt dat de camperbranche de laatste jaren in ontwikkeling is. „Die ziet ook dat er een grote doelgroep is die wat te besteden heeft. De camper is hip, voor steeds meer mensen een droom. Daar moet je op inspelen. Zorg voor goede camperplaatsje kunt oprijden met goede voorzieningen, zodat je meteen je watertank kunt vullen en je toilet kunt legen.” Ook de producenten van campers luisteren naar de markt, vindt de importeur van het Duitse campermerk Hymer. „Hymer zorgt voor een vast bed met een binnenvering zoals je thuis in je slaapkamer gewend bent, met een keuken die er niet alleen mooi uitziet maar ook alle mogelijkheden heeft en met zitmeubelen die je ook thuis zou kiezen. Mensen willen meer comfort; luxe wordt de standaard.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.