*

 

Inspectie is nog te zwak tegenover slechte scholen

Harriët Salm − 11/10/08, 00:00

Wethouders van vier grote steden vinden dat zwakke scholen te veel hun gang kunnen gaan. Leerlingen lopen daardoor ernstige achterstand op. Waarom grijpt de inspectie niet in?

  • (ANP)

Wethouder Lodewijk Asscher uit Amsterdam gebruikte gisteren harde woorden: kinderen op zwakke basisscholen worden zwaar verwaarloosd. Ze leren niet goed lezen en rekenen en daarmee ontneem je hun de mogelijkheid om volwaardig deel te nemen aan de samenleving.

Asscher ondertekende met drie andere wethouders van grote steden deze week een noodbrief aan de minister en de staatssecretarissen van onderwijs. De inspectie is te aardig voor zwakke scholen, de gemeenten willen daarom meer invloed op controle van de kwaliteit van het onderwijs.

De problemen die de wethouders signaleren worden allerminst ontkend door de verantwoordelijken: het onderwijsministerie en de inspectie voor het onderwijs. Er zijn te veel zwakke scholen en de resultaten van het onderwijs moeten omhoog, zeggen beiden. Maar ze hebben vooralsnog te weinig mogelijkheden om er wat aan te doen, vinden ze.

Zwakke scholen krijgen van de inspectie meestal twee jaar de tijd om een ’verbeterplan’ uit te voeren. Lukt dat niet, dan zou theoretisch de inspectie dit aan het ministerie moeten melden. Die kan dan stoppen met subsidie geven, met als gevolg dat de school de deuren sluit.

Dat is nog nooit gebeurd. Want, meldt de inspectie: zeer zwakke scholen weten zich altijd te verbeteren. Ze verdwijnen dan van de lijst met probleemgevallen en worden vervangen door andere scholen die zeer zwak geworden zijn. De lijst blijft lang, maar de samenstelling wisselt.

Of ze nu op een lijst staan of niet, het resultaat blijft bedroevend: te veel kinderen kunnen niet lezen of schrijven. Dus ergens gaat er in het toezicht op de onderwijskwaliteit toch echt wat mis.

Asscher ziet nog een andere oorzaak. De inspectie laat zich wel eens ringeloren door scholen die verwijzen naar grondwetsartikel 23, denkt hij. In dit artikel is vastgelegd dat scholen met een religieuze achtergrond net zoveel overheidssubsidie krijgen als openbare scholen. Scholen mogen daarbij zelf bepalen hoe ze het onderwijs inrichten, maar ze moeten zich wel aan bepaalde kwaliteitseisen houden.

De inspectie erkent dat er wel eens ’een spanningsveld’ zit tussen haar optreden op scholen en artikel 23, dat autonomie aan scholen geeft. Maar dat is uiteindelijk niet het probleem bij de aanpak van de problemen. Die wet geeft genoeg ruimte dat wel degelijk te doen.

Om zwakke scholen te verbeteren, is de inspectie dit jaar anders gaan werken. Alle scholen worden nog slechts schriftelijk gecontroleerd en alleen die scholen waar problemen gesignaleerd zijn, krijgen nog bezoek van de inspectie. Goede scholen krijgen dus minder met de inspectie te maken, slechte scholen des te meer. De inspectie komt zo de wethouders al tegemoet.

Het onderwijsministerie werkt aan nog meer verbetering. Een nieuw wetsvoorstel, nog dit jaar in te dienen, moet zorgen dat de inspectie nieuwe sanctiemogelijkheden krijgt om zwakke scholen aan te pakken. Wat dat precies voor sancties zijn, is nog onbekend.

mailIcon print |