*

 

Die vermaledijde mensenhandel

Martijn Roessingh − 17/10/09, 00:00

Europa viert morgen de Dag tegen de Mensenhandel. De EU probeert mensenhandel tegen te gaan, maar lidstaten laten andere zaken – zoals de strijd tegen illegalen – soms zwaarder wegen. Fotografe Kay Chernush heeft verhalen van slachtoffers verbeeld in collages. Haar tentoonstelling opent morgen.

  • Voodoo inverso. (Kay Chernush)
  • (Trouw)
  • (Trouw)

De EU houdt haar derde Dag tegen de Mensenhandel. Dat de misdaad stevig moet worden aangepakt, daarover is iedereen het eens, maar hoe zwaar wegen de belangen van slachtoffers? En moet de EU meer samenwerken met landen buiten de unie, of eerst haar eigen zaakjes op orde krijgen?

De EU speelt een belangrijke rol bij de bestrijding van grensoverschrijdende mensenhandel in Europa. Zeven jaar geleden stelde ze daarom een document op dat lidstaten dwingt hun wetgeving meer op elkaar af te stemmen. Inmiddels is dat zogeheten kaderbesluit toe aan herziening, vooral omdat in de oude versie over de positie van slachtoffers te weinig wordt gezegd.

In de nieuwe voorstellen krijgen de slachtoffers meer rechten. Zij moeten juridisch, financieel en psychologisch worden geholpen vóór, tijdens en na processen tegen handelaren. Ze moeten beschermd worden, hun identiteit moet geheim kunnen blijven, ondervraging in een openbare zitting moet achterwegen kunnen blijven, et cetera.

Er is nog wel discussie over de vraag of opvang en bescherming van slachtoffers zonder voorwaarden moet gebeuren of niet. Hulpclubs willen al jaren dat zaken als een verblijfsstatus, bescherming, opvang en rechtshulp kan geschieden zodra er een indicatie is dat een man of vrouw slachtoffer is van mensenhandel – en zonder dat het slachtoffers daar wat tegenover stelt. Zo stelt Nederland als voorwaarde voor een tijdelijke verblijfsstatus, dat slachtoffers eerst een verklaring afleggen over hun handelaars. Onduidelijk is of de nieuwe EU-regels zulke voorwaarden ter discussie gaan stellen.

Steun aan slachtoffers sneuvelt soms ook om andere reden. Landen die kampen met veel asielzoekers en illegalen, zijn de laatste jaren hard bezig om die stroom in te dammen. Zo sloot Italië een deal met Libië om in kampen daar de illegalen al op te vangen, in plaats van ze op eigen bodem toe te laten. Ook maakte Rome illegaliteit strafbaar. Griekenland heeft eveneens zijn illegalenbeleid verhard. Maar wat gebeurt er met mannen en vrouwen die door mensenhandelaars naar Europa waren getransporteerd? Hoe hard komt in het nieuwe kaderbesluit te staan dat landen de plicht hebben om bij de geringste indicatie van slachtofferschap een migrant rechten te geven?

Dat speelt ook in Nederland. Vorig jaar publiceerde de hulporganisatie BlinN een rapport waaruit bleek dat nog steeds slachtoffers van mensenhandel in de opvang bleven zitten tussen ’gewone’ illegalen. Niet alle overheidsdiensten in Nederland blijken even geïnteresseerd of bekwaam in het identificeren van potentiële slachtoffers, bleek daaruit.

De EU wil verder meer samenwerken met niet-lidstaten bij de bestrijding van mensenhandel. Op zich is niemand daar tegen, maar wel als daarmee de aandacht verflauwt voor verbetering van de bestrijding binnen de EU zelf. Want dat is nog steeds nodig, zeggen critici. Zo hebben veel landen nog geen onafhankelijke rapporteur mensenhandel, zoals Nederland die wel heeft – een persoon die los van politieke partijen of priori-teiten onafhankelijk over het probleem kan berichten en analyseren.

Ook stelde Europese Commissie dat de samenwerking tussen politie en justitie in verschillende lidstaten nog lang niet optimaal is. Verzoeken om informatie of rechtshulp blijven te lang liggen, van de expertise van Europol wordt te weinig gebruikgemaakt en landen kiezen soms voor bilaterale samenwerking waar betrokkenheid bij het onderzoek van meer landen of organisaties effectiever kan zijn. Vooral omdat dan mogelijk de ’hogere bazen’ onder de mensenhandelaars gepakt kunnen worden, in plaats van alleen tussenhandelaars of nog kleinere vissen.

mailIcon print |