*

 

Het begin van het einde

Joost Bottema − 07/12/09, 08:51

weblog Barbara, de onderwijzeres van de nederzetting, verhuisde vier jaar geleden naar Groenland. Morgenavond gaat ze koken, goulash. Tenminste – als de jagers vandaag vlees meebrengen. "Zeehond kun je het beste een nacht in water laten weken, dan trekt het zout eruit."

  • Het dagelijks leven in Nuugaatsiaq. (Anya van Lit)

Ze klopt de sneeuw van haar laarzen. Ik hou de deur van de winkel open. "Waarom koos je zo'n afgelegen plek om te wonen? Het lijkt alsof dit het einde van de wereld is."

"Het ís het einde van de wereld. Een strook land vol met huilende honden. Het ruikt overal naar hondenpoep. En ook naar bloed. En deze winkel – wat ze hier verkopen – de groente is diepvries, het fruit is half vergaan, van de meeste producten is de uiterste houdbaarheid overschreden."

Kwaliteit of niet, er zijn wel klanten. Het is nog geen negen uur 's morgens en er staat al een rij voor de verkoopbalie. De meeste kopen een van de groene tasjes die, gevuld en wel, achter de verkoopster zijn opgestapeld. Zijn deze tasjes van tevoren besteld? Zijn het speciale voedselpakketten?

We passeren een rek met jachtgeweren en, daarnaast, de uitverkoop van jagersbenodigdheden. Slachtmessen, sokken, broeken. Barbara heeft inmiddels genoeg van deze spullen verzameld. "Dat hoort bij het leven hier. Zonder speciale bescherming ben je nergens."

"Waarom ga je niet mee op jacht vandaag? Je bent er kennelijk goed op voorbereid."

"Jagen interesseert me niet. Ik leef in de natuur en dat is meer dan genoeg. Vanmiddag loop ik wel een rondje over de nederzetting – niet voor de lol maar voor de honden."

"Dan ben je toch wel op de dieren hier gesteld."

"Er zit niks anders op. In Denemarken was ik al als de dood voor kleine hondjes en hier moet ik levens redden van halve wolven." Ze loopt naar het hoekje met groenten, ze pakt een net met uien, voor de goulash.

"Levens redden?"

Barbara draait één van de de uien een kwartslag, met net en al. "Ze wurgen elkaar. Eerst springen en dansen en draaien ze om elkaar heen en dan raken hun kettingen in elkaar verstrikt. Ze begrijpen niet wat ze doen en uiteindelijk, wanneer ze niet uit de knoop worden gehaald, liggen ze dood op de grond of, nog erger, dan liggen ze te creperen. Ik hoop dat er nog bouillonblokjes zijn."

"En dat honden creperen kan hier niemand wat schelen?"

"Natuurlijk wel. Elke plaats in het noorden van Groenland heeft zelfs een officiële hondendoder – wij ook, althans, onze hondendoder is geen echte hondendoder maar een plaatsvervangende hondendoder. Wanneer je hem waarschuwt moet je eerst beloven dat je voor hem zult koken of je moet hem op een andere manier ompraten want niemand wil een hond doden, zelfs een Groenlander niet – en dat zegt wel wat. Inuits worden vaak bekritiseerd omdat ze op zeehonden en walvissen jagen maar de enige beesten die ik hier zie lijden zijn sledehonden. Ze krijgen in de zomer nauwelijks iets te eten en de kinderen spelen handbal met de puppy's. Er was hier een oude man, die maakte nog kinderspeelgoed van hondenbeenderen. Hij weigerde speelgoed van zeehondbotten te maken, zoiets hoorde je volgens hem niet te doen."

"Moet je vaak koken voor de plaatsvervangende hondendoder?"

"Dat wisselt."

We staan voor de koeling met boter, melk en plakjes kaas. Barbara kijkt in haar mandje en daarna naar de rij bij de kassa. "Misschien eet hij morgen al mee. Vandaag is een kritische dag."

"Wat is vandaag anders dan anders?"

"Gisteren was het betaaldag. Vandaag is zaterdag. Als je nog een tasje bier wilt moet je snel zijn. De verkoop van alcohol stopt op zaterdag vroeger dan op weekdagen."

"Een tasje bier?"

"Flesjes bier worden hier in tasjes in plaats van kratjes verkocht. Ik heb zelf geen zin. Ik heb genoeg gedronken in mijn leven."

"Je houdt niet van jagen, niet van honden, je drinkt niet – je moet wel wat over hebben voor het leven op het einde van de wereld."

"Ik maak me wel zorgen. Volgend jaar heb ik nog maar negen leerlingen. De school zal wel niet lang meer bestaan. Dat is erg."

"Ja, dat is het begin van het einde."

"Of het einde van het einde."

"Je bedoelt, de school houdt het leven hier nog enigszins aan de gang?"

"In elk geval míjn leven. Als ik weer terug moet naar Europa ga ik weer twijfelen, bijvoorbeeld over wat ik aan moet trekken. Dit – wat is het? Joggingpak? Regenpak? Of ik nou met dit aan door de winkel loop of in een dure jas, het wordt wel gesignaleerd maar mensen zullen niet anders over mij gaan denken. Of roddelen."

"Waar komt dat door? De natuur? De kou? De wildernis?"

"Er wordt hier wel ruzie gemaakt maar de volgende dag wordt er weer samen gejaagd. Wanneer iemand een hond heeft laten creperen dan weten alle anderen dat hij dat gedaan heeft, maar ze verstoten hem niet want hij is nou eenmaal geboren op deze vlakte. Ik was in Europa altijd bang om geleidelijk aan in een argwanende buurvrouw of corrupte bestuurder te veranderen. Ik heb mijn halve leven gedacht: ik wil vrij zijn, ik ga naar India. Maar daar heb je kasten en onderdrukte vrouwen en nog veel meer zielige dieren dan hier. In Groenland ben ik opgehouden met vragen stellen, of mijn werk wel zin heeft, of ik mijn huis wel smaakvol genoeg heb ingericht, of ik mijn tijd wel goed gebruik. Wil je een toetje?"

Ze pakt een pak yoghurt en kijkt op de bovenkant. "Ik ben nu 54 – ik heb hier al zoveel aanzoeken gehad, ik zou zo weer met een man kunnen samenwonen. Maar ik ga er niet op in. Wie weet ben ik wel verlicht."

"Wat heeft aardbeienyoghurt daarmee te maken?"

"Oh, niks. Dit is officieel houdbaar tot vorige week. Dat valt nog mee. Ik eet inmiddels alleen nog maar producten die in Europa al lang zouden zijn weggegooid. Totaal onnodig, die data zeggen alleen maar iets over overregulering – overregulering, smetvrees of wat voor waanzin dan ook."

mailIcon print |