*

 

Ajax kan landstitel voorlopig vergeten

Antal Crielaard − 07/12/09, 00:00

Van de veronderstelde groei van Ajax, als team, bleek gistermiddag in Utrecht weinig. De ploeg van Martin Jol liet zich in de tweede helft eenvoudig aftroeven: 2-0.

  • (Trouw)
  • Spits Pantelic van Ajax baalt nadat hij een goede kans om zeep heeft geholpen. (FOTO ROBIN VAN LONKHUIJSEN, ANP)

Martin Jol zei het na afloop van FC Utrecht – Ajax stoïcijns, zonder een spoortje van ironie. „Als je kampioen wilt worden, is een achterstand van negen punten wel erg veel.”

De trainer van Ajax, van wie wordt verondersteld dat hij het al jaren zwalkende Amsterdamse elftal weer terug aan de echte nationale top kan brengen, vatte het verval van zijn team in belangrijke wedstrijden met die woorden treffend samen.

De 29-voudige landskampioen behoort voorlopig niet meer tot de absolute favorieten voor het landskampioenschap. In vergelijking met vorig jaar, onder de uit zichzelf opgestapte trainer Marco van Basten, was het perspectief op de titel in deze fase van de competitie zelfs beter.

Tegen relatief zwakke tegenstanders voetbalt Ajax zoals het een topclub betaamt. De doelcijfers spreken wat dat betreft boekdelen. Na zestien duels hebben de Amsterdammers al vijftig doelpunten gemaakt en kregen ze slechts vijftien goals tegen.

Die cijfers vertroebelen de werkelijkheid echter enigszins, want in lastige (uit)wedstrijden zoals gisteren tegen FC Utrecht en eerder tegen FC Twente en PSV blijkt de ploeg nog altijd zoekende. Bovendien waren er al gelijke spelen tegen Sparta en Roda JC, de huidige nummers negen en zestien van de eredivisie.

Ajax is nog steeds niet in staat om tegen een gegroepeerd en fel voetballende tegenstander een stevige vuist te maken. Gisteren, tegen Utrecht, viel op hoe laag het tempo lag in de eerste helft toen de thuisploeg zich verschanste in de verdedigende linies. Ajax slaagde er in die periode slechts één keer in om de defensie van Utrecht te verontrusten, na een geoliede combinatie tussen de zwaar tegenvallende Suarez en Aissati. Laatstgenoemde produceerde oog in oog met doelman Vorm slechts een slap rollertje.

Toen Utrecht na de pauze de schroom van zich afwierp en wat verder van de goal ging spelen, werd duidelijk in welke verontrustende staat Ajax daadwerkelijk verkeert. Het middenveld, met daarop de geprezen De Zeeuw, werd overlopen. Het leidde al in de 48ste minuut tot een doelpunt van de sterke Mulenga, en halverwege de tweede helft kopte verdediger Wuytens –geheel over het hoofd gezien– uit een hoekschop de 2-0 binnen. En de nederlaag had voor Ajax nog veel groter kunnen uitvallen. Van Wolfswinkel, de talentvolle spits in de aanval van Utrecht, verprutste echter liefst vijf grote kansen.

Ajax, nog altijd derde op de ranglijst, is daardoor voor de rest van de competitie afhankelijk geworden van de prestaties van Twente en PSV, de nummers één en twee van Nederland. Coach Jol sprak de hoop uit dat die ploegen punten gaan verspelen, zodat Ajax zich opnieuw in de strijd om het landskampioenschap kan mengen. Welbeschouwd een armoedig standpunt voor een coach van Ajax, die, zeker vanuit historisch perspectief, toch vooral naar zichzelf en zijn team zou moeten kijken. Jol: „PSV en Twente verliezen maar niet, waardoor het voor ons wel erg lastig wordt.”

Jol is er de laatste maanden – ondanks de vele doelpunten en een positiever klimaat in de hoofdstad – niet in geslaagd om Ajax structureel uit het dal van de laatste jaren te trekken. Het aantal verliespunten is na zestien speelronden even groot als vorig seizoen onder Van Basten, maar toen was het gat naar koploper AZ slechts drie punten. Nu heeft Ajax al negen punten achterstand op Twente en zeven op PSV.

Die twee clubs ogen bovendien een stuk stabieler dan Ajax op dit moment. In de sterk genivelleerde eredivisie is de concurrentie in de top heviger dan ooit. De traditionele topclubs hebben inmiddels concurrentie van clubs als Twente, AZ en ook Utrecht. Juist tegen dat soort tegenstanders is Ajax niet bij voorbaat – zoals in vroeger jaren – verzekerd van één of meer punten.

„We spelen steeds een serie van vier, vijf wedstrijden goed”, zei Jol gistermiddag. „Maar daarna verliezen we steeds, meestal van een goede tegenstander. Als we achterkomen hebben we geen elftal dat dan zelf met een oplossing komt. Vandaag hadden we ook kansen. In de eerste helft met Aissati en na rust, bij een 1-0 achterstand, met Pantelic. Als we er dan zelf niet in slagen om een doelpunt te maken, moeten we in ieder geval op de nul kunnen spelen. Dan pak je hier een punt. We zijn echter afgetroefd op duelkracht en inzet.”

mailIcon print |