Kamerlid John Leerdam maakte een theatervoorstelling over Prins Claus. Koningin Beatrix was aanwezig in Carré.
John Leerdam is opgeleid als theater- en filmmaker, maar noemt zichzelf vooral bruggenbouwer. Hij wil de kloof dichten tussen de politiek en de kunsten, tussen Nederland en de Antillen, tussen kleinsteedsheid en wereldburgerschap. Eens per jaar regisseert het PvdA-Kamerlid een productie. „Politiek muziektheater” noemt hij het zelf, vaak over de complexe verhouding tussen Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen. Over de Molukse treinkapingen of Nelson Mandela, over de Decembermoorden of de Antillen.
Leerdam heeft wel iets van een missionaris. Hij wil politici kennis laten maken met de kunsten, op een manier die indringender is dan een avondje naar het theater. Hij wil ze het talent laten zien dat Nederland rijk is, ook van Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders. Omgekeerd wil hij ’zijn’ muzikanten en acteurs in contact brengen met politici en bestuurders, en met hun complexe vak. „In de kunstwereld klagen mensen vaak dat politici geen interesse hebben in hun werk. Met deze voorstellingen probeer ik te laten zien dat dat genuanceerder ligt.”
En omdat Leerdam is wie hij is, en hij een breed netwerk heeft, komen er veel bekende Nederlanders. Ook in ’Claus!’ spelen Job Cohen (als dominee Huub Oosterhuis), Bert Koenders (als Jan Pronk), Denise Jannah, Philip Freriks, Maartje van Weegen, Jörgen Raymann en vele anderen. Prins Claus zelf wordt wel gespeeld door een professionele acteur: Thom Hoffman. „Hoewel ik eerst aan Bert Koenders gedacht heb. Maar ik was heel blij dat Thom het wilde doen.”
Een nadeel van al die politici, bestuurders en journalisten is dat ze niet per se kunnen acteren, en dat ze geen tijd hebben. „Die agenda’s zijn natuurlijk killing”, zegt Leerdam. „Zelf had ik de afgelopen week begrotingsbesprekingen. We hadden dus maar twee dagen om er samen aan te werken.” Alle acteurs lezen hun tekst dan ook van papier of hebben het pak op zijn minst bij zich.
Carré is in elk geval veelkleuriger dan het op een gemiddelde zondagmiddag is. Koningin Beatrix krijgt een warm en staand applaus als ze de zaal binnenkomt: er is veel waardering voor het feit dat ze bij een voorstelling met een voor haar gevoelig onderwerp als dit aanwezig is.
Claus was een geliefde Prins der Nederlanden, maar het heeft lang geduurd voor het zover was. Leerdam: „In zekere zin vind ik hem wel ondergewaardeerd, ja. Hij was een complexe man. Hij zat in een keurslijf, maar probeerde zich daar ook aan te ontworstelen.” De voorstelling gaat over identiteit, cultuur, ontwikkelingssamenwerking. Over de liefde van ’de blanke zwarte blanke’ voor Afrika, Suriname, de Antillen. „Hij vond dat Nederlanders verder moeten kijken dan het kleine wereldje waarin ze meestal leven”, zegt de regisseur. „Daar geloofde hij stellig in. En ik herken mij daar in.”
De voorstelling gaat vooral over de liefde van de prins voor zijn vrouw en kinderen. „Waar hoor ik thuis?”, vraagt Claus zich in het stuk af. „In Afrika, in Nederland, in Duitsland? Als ik ergens hoorde, was het bij hen, bij mijn vrouw en kinderen.” Iedereen buigt zich naar voren om de koningin te zien. Is ze te zien? Hoe reageert ze hierop? Maar de koningin zit in het donker. „Als ik er niet meer ben, wees lief voor haar.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.