*

 

Confronterende naargeestigheid in nagespeelde liefdesfabel

Hanny Alkema − 07/12/09, 00:00

’The New Electric Ballroom’ van Enda Walsh o.r.v. Susanne Kennedy door Nationale Toneel in Nationale Toneel Gebouw te Den Haag t/m 2-1-2010, Amsterdam 12/16-‘10; inl.: 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl

  • Juul Vrijdag, Nettie Blanken, Jochem ten Haaf en Cigdem Teke (vlnr). (FOTO DEEN VAN MEER )
  • (Trouw)

Hoe geïsoleerd kun je zijn? In een aan drie kanten gesloten poppenhuiskamer kunnen drie zusters en hun gevangen genomen mannelijke prooi slechts doen wat wij, die aan de voorkant naar binnen kijken, van hen verwachten: elke avond hetzelfde spel spelen. Zij doen dat met een mechanisch genoegen. Soms vonkt boosaardigheid even in hun ogen.

Veertig jaar geleden zijn Clara en Breda op een en dezelfde avond hartstochtelijk verliefd geraakt op de sexy rockzanger Roller Royle en door hem verlaten. In dat trauma houden zij zichzelf sindsdien gevangen en reageren dat af op hun jongere zus Ada, die het verschoten liefdesdrama met de gevangen visboer Patsy telkens weer moet naspelen. Zij hijsen haar daartoe in eenzelfde maagdelijk danskleedje als wat hen inmiddels om de breed geworden lendenen spant.

De naargeestigheid druipt er vanaf, zoals vocht roestige strepen lijkt te trekken langs de achterwand. Het ritselende geluid van de band die onder de doordraaiende bandrecorder een verkreukeld hoopje vormt, krijgt er een sombere bijklank door, terwijl op een tv-toestel op de voorgrond een still uit ’The Wizard of Oz’ de avonturen uit die sprookjesfilm akelig monotoon weerspreekt.

Het is een rituele vorm van nihilisme, die associaties oproept met Becketts ’Wachten op Godot’. Essentieel verschil met diens absurdistische herhaling van een handeling is echter, dat de (ook al) Ierse schrijver Enda Walsh (1967) zijn personages de bedreigende alledaagse realiteit moedwillig laat bezweren met een eigen verhaal, een liefdesfabel.

Regisseuse Susanne Kennedy en decorontwerpster Katrin Bombe voegen daar nog een laag aan toe. Door ’The New Electric Ballroom’ (2004) te situeren in een poppenhuis, op palen bovendien in een bak water, maken zij het publiek medeplichtig. En onthand. Wij zijn in feite de manipulator, maar kunnen er eigenlijk niet bij. Dat is confronterend, zoals wij in het gewone leven onze handen niet branden aan excentrieke situaties en pas ’ach en wee’ roepen als iets echt is ontspoord. Misschien is de Ada van Çigdem Teke, ondanks loodzware make-up, iets al te jeugdig in verhouding tot de zestigers Clara en Breda. Maar met pafferig valse blikken weten Nettie Blanken en Juul Vrijdag doeltreffend een ’ook jullie krijgen we wel klein’-sfeer te creĆ«ren. Een die lastig is af te schudden.

mailIcon print |