Rusland heeft zijn wetenschappelijke elite in vrij korte tijd zien vertrekken. Maar er gloort hoop, denkt ook president Medvedev.
Het geluid van een huilende baby schalt uit de luidsprekers in de grote zaal van het Expocenter in Moskou, waar Anatoli Tsjoebajs met een knipoog een optimistisch betoog afsluit over de toekomst van nanotechnologie in Rusland. „Onze toekomstplannen komen u misschien ietwat onbezonnen voor, maar vergeet niet dat we kort geleden helemaal nog niet bestonden; dit kind is nog maar pas geboren”, aldus Tsjoebajs. Hij is aangesteld om als hoofd van het staatsbedrijf Rusnano van Rusland een nanogrootmacht te maken. Het internationale forum ’Rusnanotech’ moet aantonen dat Rusland al een eind op weg is.
Het huilen verstomt en uit de luidsprekers klinkt inmiddels vrolijk gekraai. „Kijk, het kind lacht al”, zegt Tsjoebajs, „en het zal in de komende jaren op eigen benen komen te staan”. Applaus valt hem ten deel, ook van de aanwezige president Dmitri Medvedev, die zojuist heeft gezegd dat Rusland aast op een leidende positie bij de ontwikkeling van nanotechnologie. „We hebben daartoe het intellectuele potentieel, de organisatie en de financiële middelen”.
Niet iedereen is daarvan overtuigd. Net voor de Moskouse nanoconferentie richtten meer dan veertig in het buitenland werkzame Russische wetenschappers zich in een open brief tot Medvedev, waarin ze de noodklok luiden over de ’catastrofale’ situatie waarin de Russische wetenschap verkeert. De kwaliteit van de wetenschap in Rusland, schrijven zij, ligt ver achter op het wereldniveau, de financiering is onder de maat en het wetenschappelijk onderwijs is bedroevend.
De problemen liggen ten grondslag aan de voortgaande exodus van vele tienduizenden vooral jongere wetenschappers naar het buitenland. De meesten keren nooit terug. Een wetenschappelijke carrière heeft in Rusland veel van zijn vroegere glans verloren. De salarissen zijn net voldoende om de eindjes aan elkaar te knopen en de animo om een academische opleiding te volgen neemt daardoor af. De gemiddelde leeftijd van wetenschappers in Rusland ligt inmiddels rond de 55 jaar .
Volgens minister van onderwijs Andrej Foersenko valt het allemaal best mee. Hij gelooft dat zijn verontruste ex-landgenoten het te zwart zien. Hij voorziet op korte termijn zelfs een massale terugkeer van wetenschappers naar Rusland. „Je ziet nu al dat mensen terugkeren uit Europa, uit Azië, uit Japan. Het proces is begonnen en ik denk dat het spoedig het karakter van een lawine zal aannemen”. Zijn uitspraak wekte verbazing in wetenschappelijke kring en ver daarbuiten. Tijdens een peiling van de radiozender Echo Moskvy zei 97 procent niet te geloven in een snelle, massale terugkeer.
De sector kan een uitzondering zijn. Het Kremlin heeft tot 2015 ruim zeven miljard euro gereserveerd voor de ontwikkeling ervan. Volgens president Medvedev zijn 100.000 tot 150.000 specialisten nodig. „Rusland kan het niet alleen, dus daarom heeft Rusnano zoveel mensen uitgenodigd naar deze conferentie en zelfs al hun kosten betaald, omdat zij de rest van Europa nodig hebben,” zegt Marcel van de Voorde, emeritus hoogleraar aan de TU in Delft. Op ’Rusnanotech’ hield hij een warm pleidooi voor meer interdisciplinaire en internationale samenwerking en voor beter onderwijs. „Wetenschappers uit Rusland moeten hun talen spreken. En problemen als met visa moeten verdwijnen om de samenwerking te vergemakkelijken”. Van de Voorde pleit voor de vorming van gespecialiseerde Europese instituten die zich bezighouden met onderzoek in de nanosfeer. Ook Rusland zou moeten meedoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.