De richtlijnen voor euthanasie bij pasgeborenen sluiten niet aan bij de praktijk. Mede daardoor melden artsen dergelijke euthanasie niet aan, stelt een promovendus.
De richtlijnen voor het melden van actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen moeten worden veranderd. Dit is een van de conclusies in het proefschrift van Hilde Buiting waarop zij vandaag promoveert aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.
Volgens de huidige richtlijnen moet sprake zijn van actueel ernstig lijden van de pasgeborenen. In de praktijk kijken artsen echter niet alleen naar het actuele lijden, maar ook naar ernstig lijden in de toekomst.
Dit verschil tussen richtlijnen en praktijk is vermoedelijk een belangrijke reden dat er tot nu toe slechts één melding is gedaan van levensbeëindiging bij een pasgeborene, stelt Buiting.
Sinds 2007 bestaat een landelijke multidisciplinaire toetsingscommissie waar artsen levensbeëindiging bij pasgeborenen horen aan te melden. Noch in 2007 noch in 2008 zijn bij deze commissie meldingen binnengekomen. Naar schatting komt euthanasie bij pasgeborenen vijftien tot twintig keer per jaar voor.
De zorgvuldigheidseisen voor actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen lijken op de eisen die gesteld worden aan euthanasie bij volwassenen. Het grote verschil is uiteraard dat bij een pasgeborene geen sprake kan zijn van een bewust, vrijwillig gedaan verzoek.
Buiting vindt dat de eis van actueel lijden moet worden uitgebreid met een bepaling over toekomstig lijden, om de richtlijnen dichter bij de praktijk te brengen. Dan hoeven artsen ook niet bang te zijn voor strafvervolging, want die angst is waarschijnlijk de belangrijkste reden om geen melding te doen. Staatssecretaris Bussemaker zei onlangs dat betere voorlichting die angst moet wegnemen.
Buiting ziet nog een tweede reden voor het niet melden van euthanasie bij pasgeborenen. „Het komt voor dat een arts besluit te stoppen met behandeling in de verwachting dat de baby daarna snel zal sterven. Maar soms gebeurt dat niet en krijgt de baby het bijvoorbeeld enorm benauwd. In zo’n geval besluit de arts alsnog de medicatie toe te dienen, waardoor de baby acuut overlijdt. De arts ziet dit niet als euthanasie, maar als een vorm van adequate stervensbegeleiding die hij niet bij de commissie hoeft te melden.”
Buiting heeft voor haar onderzoek gebruik gemaakt van gegevens uit de evaluaties van de euthanasiepraktijk in 1995, 2001 en 2005. Zij vermoedt dat artsen de laatste jaren bij pasgeborenen vaker dan vroeger palliatieve sedatie toepassen. De baby wordt dan in een diepe coma gebracht tot aan het overlijden. Dat is geen euthanasie en hoeft dus ook niet als zodanig te worden gemeld.
En wellicht wordt tegenwoordig als gevolg van prenatale screening ook vaker abortus toegepast, waardoor minder baby’s met ernstige afwijkingen worden geboren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.