Waarom geeft de juf met haar hoofddoek het verkeerde voorbeeld? Trouw ontrafelt de wirwar van aangevoerde argumenten. Welk argument is goed, welk fout?
„Ik heb twee kinderen in het lager onderwijs, en word dagelijks geconfronteerd met onderwijzeressen die een hoofddoek dragen. Naar mijn idee is dat onwenselijk.” Als de sociaal-filosofe Josephien van Kessel uitlegt waarom deze situatie onwenselijk is, vertelt ze eerst waar het haar níet om te doen is. „Het gaat me nu niet om een toename van hoofddoekjes op het werk of een verbod op hoofddoekje in openbare functies, nee, het is me echt te doen om de hoofddoekjes bij de juffen.”
Waarom moeten zij het hoofddoekje thuislaten, gaat het ten koste van het onderwijs?
„De kwaliteit van het lager onderwijs is een heet hangijzer, vooral op zogenoemde zwarte scholen. Dat is een maatschappelijk probleem, iets van de leerlingen, de directie, en de ouders. Ik zie geen verschil in kwaliteit tussen juffen mét en zonder hoofddoek.”
Dan zie ik sowieso geen probleem.
„Misschien dat de hoofddoekjes niet zozeer ten koste gaan van het onderwijs, maar ze gaan wel ten koste van de ’maatschappelijke opvoeding’ van onze kinderen.”
Wat is het verschil?
„Het concrete onderwijs bestaat uit rekenen, spellen enzovoorts. Daarbij komen de ideologische doelen, die wij in Nederland met onderwijs willen bereiken. Een van die doelen is het bijbrengen van Nederlandse normen.”
Het is toch nooit een norm geweest dat wij hoofddoekloos lesgeven.
„Zo geformuleerd niet. Maar het is wel een afgeleide van de norm dat zowel vrouwen als mannen zich niet hoeven te bedekken voor God of welke andere autoriteit dan ook. De norm dat wij ons als vrouwen niet hoeven te bedekken, vind ik een verworvenheid die we in Nederland niet moeten laten verwateren.”
Dat gebeurt door de gehoofddoekte vrouwen?
„Onderwijzeressen hebben een voorbeeldfunctie. Als veel juffen een hoofddoek dragen, krijg je als kind het idee dat een bedekking gewoon is, misschien zelfs goed. Bij mijn dochter in de klas beginnen meisjes nu te experimenteren met de hoofddoek. Zij ervaart dat niet per se als negatief, maar ze vindt het wel spannend als vriendinnetjes van haar een hoofddoek dragen, en zij niet. Ze is op dat moment een buitenstaander. Voor haar is mijn norm, dat je je als vrouw niet hoeft te bedekken, allang niet meer vanzelfsprekend.”
Misschien ís die norm ook niet vanzelfsprekend meer, is zij vervangen door een tegenwoordig veel sterkere norm: vrijheid, blijheid.
„Ja, je zou kunnen zeggen: ’Als een juffrouw een hoofddoek om wil, is dat haar zaak, daar hebben wij ons niet mee te bemoeien’.
Ik zou daarover twee opmerkingen willen maken.
Allereerst over de norm: vrijheid, blijheid lijkt me geen norm die we in Nederland tot uitgangspunt moeten verheffen. Dat zou een asociale maatschappij opleveren, waarin iedereen doet wat hem of haar goeddunkt.
Vervolgens denk ik dat in de norm, zoals u haar nu formuleert, een stelling is verscholen. U zegt: ze is vrij te bepalen of ze de hoofddoek wil dragen, en die vrijheid zorgt voor blijheid. Vaak wordt de hoofddoek aangedragen als opstap naar integratie. Met de hoofddoek kunnen allochtone vrouwen aan het werk, en werk is het middel om te integreren. Maar dan vergeten we dat die hoofddoek een voorwaarde is om zich in het openbaar te begeven en om les te kunnen geven. Hun godsdienst, hun maatschappelijke en culturele systeem dwingt hen de hoofddoek te dragen. Van vrijheid is geen sprake.”
En van blijheid?
„Ook niet. Ik ben getrouwd met een Iraanse man, ben ook in Iran geweest, en heb ook een hoofddoek gedragen. Afgezien van enkele oudere vrouwen zouden de vrouwen die ik ontmoet heb geen hoofddoek dragen als zij daartoe niet gedwongen werden. Van vrije keuze is meestal geen sprake, en dat de hoofddoek bijdraagt aan de blijheid evenmin.
In de Koran worden twee redenen genoemd waarom vrouwen hun hoofd zouden moeten bedekken. De eerste: zo beschermen ze zich tegen de blikken van andere mannen. De tweede: zo laten vrouwen aan andere vrouwen zien dat ze goede moslims zijn. Dat zijn geen redenen waarin ik mij kan vinden.”
Heeft uw man u gevraagd een hoofddoek te dragen?
„Zeker niet, hij is een cultuurmoslim. Maar mijn persoonlijke ervaringen maken mij misschien wel gevoeliger voor het langzaam verwateren van de Nederlandse norm, terwijl die norm een verworvenheid is waarop we trots zouden moeten zijn. Daarom lijkt het mij goed als het aantal vrouwen met een hoofddoek afneemt. En zeker binnen het onderwijs.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.