’Journalisten staan betrekkelijk weerloos en naïef tegenover cijfers. Naïef, want ze denken te snel en te gemakkelijk dat die cijfers wel zullen kloppen, en weerloos omdat ze niet de middelen en de kennis hebben om ze te controleren.
Je komt in kranten soms berichten tegen waarbij je als lezer volslagen verbijsterd achterblijft. Vooral die zogeheten kortjes zijn berucht - daarin is alleen al door de lengte elke context weggelaten. Elke journalist zou op z’n minst een soort argwaan moeten gaan kweken tegen getallen. Zoals politieke verslaggevers de argumenten van politici even tegen het licht houden, van waar haalt-ie dit vandaan en wat zei-ie een paar maanden geleden ook al weer, zo zouden journalisten dat ook met cijfers moeten doen: klopt dit wel, wat is de context, is wat hier staat geen onzin?
Je moet de teksten ook vertalen in concrete, begrijpelijk termen. Als er ergens een hectare staat, dan rekent een goede journalist dat om in een voetbalveld, dan weet je waar je het over hebt. Denk even na wat een cijfer betekent, en je voorkomt ontzettend veel fouten. Verder zou ik elke redacteur het advies willen geven: betrek de collega’s van de wetenschapsredactie erbij, daar zit de kennis. En koop mijn boek.
Ik geef veel les aan journalisten over cijfers en statistieken en hoe je kunt vermijden dat je daar verkeerde conclusies uit trekt. Ik kreeg regelmatig de vraag of er geen handig boekje is, een soort naslagwerk. Dat was er nog niet. Bovendien kwam ik als columnist steeds dezelfde fouten tegen. Ik dacht: ik moet het eens allemaal bij elkaar vegen in een boek, in plaats van het elke keer weer uit te moeten leggen.
Je kunt met beelden manipuleren, maar even goed met cijfers. In mijn boek noem ik het voorbeeld van het vermeende concentratiekamp in Bosnië: je ziet uitgemergelde mannen achter prikkeldraad. Later bleek dat niet zij achter dat prikkeldraad stonden, maar de cameraman. Door de samenhang weg te laten en een bepaalde invalshoek te kiezen, kun je de kijker volstrekt op het verkeerde been zetten.
Met cijfers kun je dat ook. Nu zijn fotoredacties wel beducht op fotoshoppen, maar mijn punt is dat schrijvende journalisten te weinig beducht zijn op foute cijfers, of verkeerde interpretaties van cijfers.
Het meest verbijsterende wat ik ooit ben tegengekomen is een onderzoek naar de relatie tussen voetbal op tv en dodelijke hartinfarcten. Bij de kwartfinale van het EK-voetbal in 1996 tegen Frankrijk - toen Oranje verloor na een gemiste penalty van Clarence Seedorf - zouden er in ons land maar liefst veertien hartdoden extra te betreuren zijn geweest, aldus wetenschappers. Alle kranten brachten dat nieuwtje. Maar er klopte weinig van: ruim twee weken later, toen het EK al lang afgelopen was en er van voetbalspanning in het geheel geen sprake meer was, vielen er op een dag nóg meer hartdoden. Dat je zoiets met droge ogen optikt, onbegrijpelijk.
In dit voorbeeld rammelde het onderzoek, en namen de journalisten het klakkeloos over. Wat natuurlijk ook voorkomt is dat het onderzoek wel deugt maar dat het vervolgens toch verkeerd in de krant komt. Er zijn dus twee mogelijke foutenbronnen: wetenschappers en journalisten, ik richt mijn pijlen vooral op de laatste groep.
Nu is dit boek natuurlijk erg vertekend: het is een bloemlezing uit acht jaar opletten en goed de media volgen. Als er elke dag wat aan de hand zou zijn, zou het een stuk dikker geworden zijn. Nee, het is absoluut geen vijf voor twaalf, zo ernstig is de situatie nou ook weer niet. Het kan beter, dat is de boodschap, en ik geef ik daarvoor het gereedschap.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.