Wie nog geen 65 is noemen we ’medior’, bedacht socioloog Ad Morenc. Deze term moet emanciperend werken, en dat is hard nodig.
Rond de tijd dat Ad Morenc zelf zijn baan kwijtraakte, zag hij een documentaire over een naaldenfabriek in de Verenigde Staten. „Hoe oud denk je dat die werknemers waren? Schat eens? Tussen de tachtig en honderd jaar. En iedere dag nog naar het werk, gelukkig dat ze waren met elkaar.”
Zo zou het moeten kunnen. Maar de werkelijkheid in Nederland is anders, ziet socioloog, loopbaanadviseur en schrijver Morenc (61). De arbeidsmarkt voor vijftig-plussers die hun baan kwijt zijn geraakt zit vrijwel op slot.
Zijn ervaring en die van anderen schreef hij op in het boek ’Hoezo te oud?’. Het is persoonlijk, hier en daar verontwaardigd van toon en vol zelfspot: Morenc spaart zijn generatiegenoten niet. „Wij zijn te duur, fysiek kwetsbaar en te eigenwijs.”
De van oorsprong Poolse Morenc studeerde sociologie in Amsterdam. Hij begon in 1979 als onderzoeker bij het IVA, het instituut voor arbeidsvraagstukken in Tilburg. In de jaren negentig werkte hij bij het arbeidsbureau RBA Rijnmond in Rotterdam. De instantie verdween en werd deels geprivatiseerd en Morenc ging mee met het bedrijfsonderdeel dat mensen naar werk moest begeleiden. De reïntegratiepoot kreeg de flitsende naam Kliq. „Kliq was niet levensvatbaar. Het was een smeltende ijsberg. Op een van de stukken die er donderend en krakend afgleden zat ook ik. In 2003 stond ik met een sociale regeling op 55-jarige leeftijd op straat.”
Morenc probeerde via zijn netwerk tevergeefs weer ergens binnen te komen. Hij begon voor zichzelf als loopbaanadviseur. Zijn klanten, die hij ontvangt aan zijn huistafel in Breda, krijgt hij via uitkeringsinstantie het UWV. „De economie was goed op dat moment. De klanten juist moeilijker. Ik kreeg er veel van rond de zestig. Mensen die van solliciteren geen kaas hadden gegeten. Die jaren in hetzelfde bedrijf hadden gewerkt, die gewend waren de beste te zijn, de baas te zijn, mensen die het beter weten. Met bovendien ook nog allemaal gezondheidsklachten: hernia, longemfyseem, hoge bloeddruk. Maar wel allemaal vakmensen, met heel veel kennis en ervaring. Ik ben een beetje een fanaat, ik dacht: ik moet een paar van die mensen toch aan een baan kunnen helpen?”
Hij zag in zijn cliënten natuurlijk ook zichzelf. Ook Morenc moest een flink aantal tonen lager zingen dan hij gewend was in zijn oude banen. De concurrentie onder loopbaanadviseurs is groot. En dat was slikken. „Ik kan niet zeggen dat ik een bloeiende freelancepraktijk heb”, zegt hij onderkoeld. „Het UWV stuurt mij nog steeds veel werkzoekenden van rond de zestig. Wat ik ook doe, hoeveel tijd ik er ook in steek, ik krijg deze groep nauwelijks aan een baan. Wat je niet op kunt lossen, kun je onderzoeken, zei de socioloog in mij.”
„Ik kreeg een lasser, een vrouw van zestig voor me. Een fantastische vakvrouw. En er is altijd vraag naar lassers. Ze zag het, moet ik eerlijk zeggen, zelf nauwelijks zitten. Ze had jarenlang op de gevaarlijkste plekken gelast, daarna vergeefs gesolliciteerd, ze was op. Beginnende diabetes, slechtere ogen.”
Maar Morenc kon het gewoon niet uitstaan. Hij bood aan alles voor haar te doen. Hij benaderde bedrijven, schreef de brieven. Uren tijd stak hij erin, het werd een prestigeproject. „Een baan voor twintig uur in de week, ergens aan een werkbank, misschien nog wat jongeren erbij begeleiden.” De lasser besloot haar vriend achterna te reizen naar Duitsland waar ze nu in een tuincentrum wat doet aan sierlassen. „Als ze hier was gebleven, was het me gelukt, dat weet ik zeker.”
Morenc spreekt in het boek om beurten de oudere werknemers en de werkgevers begripvol maar streng toe. De demografie hebben de vijftigers mee: er komt een tijd dat zij in aantal de grootste groep vormen. Geen sprake van dat de helft, zoals nu, dan aan de kant kan blijven staan. Maar dan moet er wel van alles veranderen. Vijftigers moeten bereid zijn naar zichzelf te kijken. „Ik ga uit van de therapeutische waarde van werk. Van de voldoening van het hebben van collega’s, het krijgen van waardering en een maatschappelijke erkenning.”
Sommige willen écht niet meer. „Ze zijn 56, 58 en dan gaan ze rekenen hè, aan de keukentafel: zoveel jaar WW, dan zoveel jaar nog in de bijstand. Hoeveel jaar heb ik sowieso nog te leven?” Wat hebben we nog aan spaargeld, werk jij nog een paar jaartjes door. En zo proberen echtparen de eindjes aan elkaar te knopen tot hun 65ste, ziet Morenc. „Ze houden hun mond en zingen het uit. Beetje vrijwilligerswerk, wat bijverdienen. Maar waar het op neer komt is dat je gemarginaliseerd bent gedurende dertig jaar van je leven. Het is wreed. Niemand vindt het leuk om afgedankt te worden.”
De term ’medior’ moet emanciperend werken, hoopt Morenc. Medior ben je tot je 65ste, bedacht de socioloog. Daarna pas senior. Want een beetje assertiever mogen ze wel worden, de medioren van nu. Ze komen uit grote gezinnen vaak, uit bescheiden wederopbouwmilieus. Het begrip ’leeftijdbewust personeelbeleid’, waardoor werkgevers hun werknemers het in de toekomst tot hun 67ste moeten laten volhouden, is nog gloednieuw. Vijftigers en zestigers van nu hebben daar nog niks van meegekregen.
Ook binnen de groep is de solidariteit ver te zoeken. „De helft staat aan de kant, de andere helft zit op riante posten leiding te geven, aanzien te hebben en geld te verdienen, en negeert wat er met veel leeftijdgenoten gebeurt. Ze halen ook die 55-plussers niet binnen hoor.”
Eén Brabantse was snel weer aan de slag, 57, leuke baan in de zorg. Een vent van 61 heeft nu een prima lopend koeriersbedrijf. Maar mislukt is het ook met de timmerman van 62. Hij wilde zo graag nog iets, zoals leerlingtimmerlieden begeleiden. Hij had wat klachten en kreeg een hersenscan. „U heeft de hersenen van een tachtigjarige, zeiden ze, wat dat ook mag betekenen. Zijn vrouw hield hem tegen om nog te solliciteren, hij mag alleen nog fietsen, wandelen, gezonde dingen doen. De laatste jaren was hij in handen gekomen van een uitzendbureau in de bouw. Onder druk van lawaaierige veertigers moest hij productie halen en keihard werken.”
Zo veel vakmanschap, zo veel in zich. Zo veel jaren nog te leven en we weten er geen raad mee. Willen we zo’n economie, vraagt Morenc zich af. Willen we zo’n samenleving? Die marginale positie wordt niet alleen door de zwijgende groep zelf in stand gehouden maar ook door regelgeving, zag Morenc.
„Als ze een baan vinden verliezen ze hun vaak hogere WW-uitkering in het geheel. Voor mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt (WAO’ers) en weer een baan vinden vult de overheid het loon wel al aan tot op uitkeringsniveau. Dat zou ook voor ontslagen medioren moeten kunnen.” De overheid subsidieert voor WAO’ers de aanpassingen op de werkvloer, en springt bij als ze ziek zijn, zodat niet al het risico voor de werkgever is. Ook dergelijke regelingen zouden voor medioren moeten gelden, vindt Morenc.
Een ander probleem waar Morenc met zijn werkzoekenden tegenaan loopt is de CAO. „Ik begeleidde een secretaresse van 61. We hadden een goed gesprek bij een bedrijf, ze waren onder de indruk en wilden haar graag hebben. De personeelschef stak er een stokje voor: mevrouw, wij zijn verplicht het CAO-loon te betalen en u bent met uw leeftijd en ervaring veel te duur voor ons. Gevolg: die vrouw staat aan de kant. Niet gelukt, gewoon niet gelukt.”
De loopbaanadviseur vindt dat het onderwerp demotie, oftewel een stapje terug doen op de carrièreladder, meer vanzelfsprekend moet zijn. „Het kan ook vaak best. De kinderen zijn de deur uit het huis is afbetaald. Ik pleit voor nieuwe instapschalen voor oudere werknemers, zodat werkgevers ze tegen een lager loon op proef kunnen nemen. Terecht dat een werkgever zegt: we willen eerst zien hoe je bent, dan betalen we je meer. Maar dat is voor de vakbonden onbespreekbaar.”
Voor Morenc is het een principekwestie geworden. Hij moet en hij zal er doorheen breken, de vooroordelen, de regelgeving en de koppigheid. „Ik heb nu een boekhouder van 61 als cliënt. Hij is helemaal up to date qua kennis. Hij ziet de uitdaging, heeft er ook plezier in en is bereid wat loon in te leveren. We zijn opgewekt en fanatiek, schrijven de mooiste brieven en krijgen leuke reacties. Mensen geven ons gelijk. Nu is het een kwestie van volhouden.”
Ad Morenc, Hoezo te oud? 50-plussers en hun positie op de arbeidsmarkt, Een wegwijzer bij oriënteren en solliciteren.
Uitgeverij Parthenon, 128 p., ISBN: 9789079578122, € 16,90
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.