Langer blijven in Afghanistan kan vruchten afwerpen. Ontwikkeling van landen als deze is een zaak van lange adem: generaties.
Regering en Tweede Kamer zijn overeengekomen volgend jaar de Nederlandse bijdrage aan de Isaf-missie in Uruzgan te beƫindigen. Maar de druk is groot om op die beslissing terug te komen. Niemand hoeft vreemd op te kijken als de voorstanders van verlenging van de missie hun zin krijgen. Er zijn genoeg argumenten daarvoor, maar laat het niet zijn om meer van hetzelfde te doen. Laten we dan langer blijven om te demonstreren dat alleen een langdurige relatie helpt in een land als Afghanistan.
Ik was geen voorstander van de Uruzganmissie. Toen de termijn aanvaard werd, was reeds te voorzien dat deze te kort zou zijn om positieve resultaten te mogen verwachten. Het is uiteraard een illusie dat je in een paar jaar waar dan ook op aarde een stabiele democratie kunt opbouwen, gedragen door een bevolking, die deels ook nog tegen je vecht. Degenen die akkoord gingen om weer snel te vertrekken, moeten dat geweten hebben. In die zin getuigt verlenging van de missie van minder politiek opportunisme dan vasthouden aan genomen besluiten.
Bovendien is zo’n missie nu precies waar we tegenwoordig een leger voor hebben. De meeste vrouwen en mannen die we naar Afghanistan sturen, willen daar graag heen. Met militaire middelen is op zich vrij weinig positiefs af te dwingen (zoals ook blijkt uit de strijd tegen de mannen die we Taliban noemen), maar aan militairen zijn wel andere middelen te geven die hun aanwezigheid tot nu zinvol heeft gemaakt. De moderne militair is een ontwikkelingswerker met een machinegeweer. Dat is althans het ideaalbeeld van degenen die het beroep tegenwoordig kiezen. Het Provinciaal Reconstructie Team bestaat dan ook uit diplomaten, militairen en ontwikkelingsdeskundigen – met trots gepresenteerd als de 3-D benadering: development, diplomacy and defence. We zijn daar uiteindelijk voor onze staatsveiligheid, maar primair is de zorg hun mensveiligheid.
Als we niet doorgaan met Afghanistan doet zich meteen de vraag voor waar we het leger de komende twee jaar dan op af willen sturen – failed states te over, daar niet van – maar maak de beleidsdoelstellingen liever eerst waar in de huidige situatie. De oorlog is er niet te winnen, er is wel omheen te bouwen. Kost overigens de nodige Nederlandse slachtoffers.
Voor de regering is de missie, ongeacht de haalbaarheid, van grote diplomatieke betekenis. Een reden om actief te zijn in Afghanistan is dat daardoor een plaats veroverd wordt aan de politieke tafels waar wereldpolitieke beslissingen genomen worden – en daar zitten we graag. Zolang we troepen leveren, mogen we dus binnen Navo en VN meepraten over de zin en onzin van de totale missie. Of die diplomatieke positie doden waard is, wordt door de binnenlandse verhoudingen bepaald, en hopelijk ook door de vraag naar blijvende resultaten. Maar Nederland zit daar aan tafel en heeft dus een inbreng. De inhoud van die inbreng moet gekoppeld worden aan de vraag over voortzetting van de missie. Wat willen VN en Navo eigenlijk in Afghanistan? En wat kunnen ze er?
Wat dat betreft kun je vraagtekens zetten bij de aankondiging van president Obama dat in elk geval de Amerikaanse (lees: buitenlandse) troepen over anderhalf jaar met de aftocht beginnen. Het grootste probleem met vredesmissies is de enorme overschatting van de maakbaarheid van de wereld. In enkele jaren een land ontwikkelen, waar het centrale gezag traditioneel gewantrouwd wordt, waar papaverteelt de meest lucratieve economische sector is, en waar het gros van de bevolking analfabeet is, is een illusie. Als die mix van armoede, misdaad en ongeletterdheid blijkbaar een voedingsbodem is voor radicalisme en terrorisme, dan moet je pas vertrekken als die mix verdwenen is. Dan heb je het niet over een paar jaar meer of minder, maar over generaties. Dezelfde lange adem als in alle ontwikkelingslanden.
Daarbij moet uitgegaan worden van de kracht van de bevolking, niet van de zwaktes. De loyaliteiten in de Afghaanse samenleving zijn primair lokaal. Statelijke soevereiniteit heeft er geen samenbindende betekenis. Het ondersteunen en separaat ontwikkelen van gewesten tot semi-soevereine eenheden is veel verstandiger. Het versterkt bestuurseenheden die dichter bij de bevolking staan, en heeft meer zin dan het organiseren van landelijke verkiezingen. Samenwerking met war lords, drugsbaronnen en tribale leiders is daarbij onvermijdelijk, zoals al feitelijk gebeurt. In de schaduw van de lokale orde die het leger zo kan helpen handhaven, kan dan het eigenlijke werk beginnen: scholing van jongens en meisjes, die over een jaar of twintig hun politieke strijd met andere middelen kunnen voeren dan hun ouders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.