Laatst zag ik bij iemand een vaasje op tafel met kleine bloemen erin: een geel hart met witte straalbloemetjes. Een beetje als kamille, maar dan met een regelmatig onderbroken witte krans.
Ze waren buiten geplukt. Knopkruid bloeit onbekommerd door. Meestal staan er vijf straalbloemen als een soort ster om het bloemhoofdje. Het witte aantal kan tot zes oplopen. En de straalbloemen kunnen ook geheel ontbreken, dan is er alleen een geel bloemhoofdje. Er is harig knopkruid en glad knopkruid. Het verschil zit hem vooral in de kaalheid of beharing van de stengel en van de onderkant van de bladeren. Ook zijn er kleine verschillen tussen de gele buisbloemetjes. Knopkruid is een composiet, net als kamille.
Je hoort vaak genoeg over exoten klagen, die bestreden moeten worden. Amerikaanse vogelkers bijvoorbeeld, of grote waternavel. Knopkruiden worden nooit in dat rijtje opgesomd, maar zijn ook exoten die het hier buitengewoon naar hun zin hebben. Het zijn vreemdelingen zeker, die hun plek gevonden hebben zeker. Beide knopkruiden komen uit subtropisch Amerika en zijn in Europa verwilderd. Plantaardige exoten worden wel neofieten genoemd: nieuwe planten. Vlamingen hebben er een mooie term voor: inwijkelingen. De knopkruiden houden van voedselrijke zandgrond; zonnig, omgewoeld en niet te nat. Net als kamille. Ze staan te boek als onkruiden in akkers en moestuinen. Ze worden bestreden. Jammer, want de jonge stengels doen het goed in groentesoep, al moet er wat zout bij. Als verse, gestoofde groente is de plant kalkleverancier. Verder mag knopkruid, harig of kaal, dan een vreemdeling zijn, het zorgt toch voor een vaasje bloemen in december. Tot de nachtvorst toeslaat, want knopkruid blijft een subtropische inwijkeling.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.