*

 

’Isoleren van Burma helpt niet’

Minka Nijhuis − 28/11/09, 00:00

Het westerse beleid van sancties en isolatie werkt niet in Burma, zegt de kleinzoon van voormalig VN-secretarisgeneraal U Thant.

De historicus Thant Myint-U is een man met een missie die een aantal jaren geleden nog politiek incorrect zou zijn geweest. De kleinzoon van de VN-secretaris-generaal U Thant (1961-1971) pleit met overgave voor meer westerse humanitaire hulp, handel en investeringen aan het vaderland van zijn ouders. „Het westerse beleid van politieke en economische sancties van de afgelopen twintig jaar heeft niets opgeleverd. Het is tijd om iets anders te proberen”, was de boodschap die hij gisteren aan minister Verhagen overbracht.

Twintig jaar geleden was ook hijzelf nog voorstander van sancties, omdat het bewind na de massale opstand van 1988 zwak en in verwarring was. Maar toen de militairen een paar jaar later hun macht hadden geconsolideerd en uit de regio wel veel geld binnenkwam, besefte hij dat het te laat was om de junta door economische strafmaatregelen tot politieke concessies te dwingen.

„De militairen hebben een oorlogsmentaliteit. Na decennia opereren op het slagveld kunnen ze met harde maatregelen prima omgaan, maar met een toevloed van hulpverleners, investeerders, toeristen, know-how en westerse waarden weten ze geen raad. Dan is de kans groot dat ze hun macht deels moeten laten gaan.”

In het huidige landschap heeft de politieke oppositie volgens hem weinig speelruimte, maar in een landschap dat door meer openheid veranderd is, hebben de dissidenten weer een kans. Een gegarandeerde formule voor succes is er niet, maar na twintig jaar zonder resultaat is er weinig te verliezen, meent hij.

Het zit hem hoog dat het westerse en VN-beleid ten aanzien van Burma wordt bepaald door aandacht voor de machtsstrijd tussen de politieke oppositie van de onder huisarrest geplaatste Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi en de generaals. „Die nauwe blik op het proces van democratisering gaat voorbij aan het feit dat er al zestig jaar gewapende conflicten zijn en er extreme armoede heerst. In andere landen wordt daar wel wat aan gedaan. Waarom dan niet in Burma?”

De verkiezingen, die voor volgend jaar gepland staan – de eerste in twintig jaar – worden door sommige Burmezen als een schijnmanoeuvre beschouwd die het leger grote politieke macht geeft, maar Thant Myint-U bekijkt het optimistischer. „Er komt een nieuwe generatie militairen in de politiek en ook burgers zullen deelnemen. Met hen moeten we contacten aangaan, in plaats van dat we ze opnieuw isoleren.”

Voordat hij vertrekt naar Londen herhaalt hij nog wat hij ook tegen Verhagen zei: „Humanitaire hulp, handel en investeringen betekenen niet dat we democratie en mensenrechten verkwanselen. Wel dat we die via een andere route willen bereiken.”

mailIcon print |