Het voetbal staat voor een moeilijke tijd. Steeds meer clubs kampen met financiële problemen. Wat betekent dat op langere termijn?
Pling. Mailtje van RBC Roosendaal. Persbericht. Het gaat niet goed met de club en als er niet snel ergens geld wordt gevonden, zou het mis kunnen gaan met de West-Brabantse vereniging. Volgend mailtje. Van het ooit zo roemruchte HFC Haarlem. Zelfde strekking als de elektronische boodschap van RBC. De rood-blauwe leeuwen hebben pecunia nodig. Heel veel en het liefst binnen afzienbare tijd.
De noodkreten van RBC en Haarlem zijn niet uniek. Dit jaar ging RKC Waalwijk ze voor, had Willem II het financieel al zwaar en probeert Feyenoord zonder een euro op zak mee te doen om het landskampioenschap. Vorig jaar streden Fortuna Sittard, Roda JC en FC Eindhoven om lijfsbehoud. Liefst tien clubs staan bij de KNVB onder curatele, ze zijn – zoals dat zo dreigend heet – ingedeeld in categorie 1. Dan gaat het niet goed met je club.
Vooral in de eerste divisie gaat het slecht; de wetenschap dat nog dit seizoen twee clubs degraderen – voor het eerst in 38 jaar – heeft de sfeer er niet beter op gemaakt. Degraderen uit de eerste divisie, dat is een doemscenario. „Als het ons zou gebeuren”, zegt Simon Kelder, directeur van Excelsior, „doen we een dag later de poort op slot. Dan is het over.”
Het werpt de vraag op hoe het Nederlandse voetballandschap er over vijf jaar en in de periode daarna zal uitzien. Er komt een degradatieregeling én vanaf volgend seizoen bungelen onder de eerste divisie twee ’topklassen’, waarin ambitieuze amateurclubs het tegen elkaar op gaan nemen. Als ze willen kunnen ze in de toekomst promoveren naar de eerste divisie, die vanaf volgend jaar nog maar achttien clubs telt.
„Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat er de komende vijf jaar ineens zes of zeven clubs wegvallen”, zegt Henk Kesler, directeur betaald voetbal van de KNVB. „Wij blijven streven naar twee gezonde competities met daarin achttien clubs. Of dat tegen die tijd precies dezelfde zullen als nu, kun je niet voorspellen. Als bijvoorbeeld Rijnsburgse Boys zou promoveren naar de eerste divisie en op de plaats komt van FC Eindhoven, weet ik niet of de eerste divisie daarvan nou zoveel slechter zou worden. Ik denk het niet. Als je wat verder vooruit kijkt, een jaar of tien, zou het zo kunnen zijn dat we een heel sterke eredivisie hebben met daarin zestien stevige clubs. Het zou mij niet verbazen als daaronder dan twee regionale divisies hangen van veertien semi-professionele clubs.”
De eredivisie zal aan kracht winnen. Die voorspelling doet ook Kelder, naast directeur van Excelsior ook voorzitter van de Coöperatie Eredivisie (CEV). Al plaatst hij wel een kanttekening. „De verschillen tussen de onderkant van de eredivisie en de bovenkant van de eerste divisie zijn niet zo groot. Vooral in sportief opzicht niet. Ook in de eredivisie zitten een club of zeven, acht te creperen. Clubs als NEC, Vitesse, Willem II en RKC hebben het gewoon heel moeilijk.”
Op verzoek keken ook Rob Jansen, invloedrijk voetbalmakelaar, en Chris Woerts, oud-directeur van Feyenoord en de eredivisie en tegenwoordig directeur bij het Engelse Sunderland, in de glazen bol van het voetbal. Zij schetsen een heel ander beeld, waarin vooral het voetbal in de internationale arena’s belangrijker zal worden. Europa Cupwedstrijden op zaterdag, grensoverschrijdende competities. Dat werk.
Woerts: „De Europese toernooien kunnen groeien omdat ze kiezen voor centrale marketing en dus zorgen voor meer inkomsten. In eigen land hoeft dat niet te leiden tot een tweedeling, zolang de inkomsten maar gelijkmatig worden verdeeld. Wel zal het steeds moeilijker worden voor eerste divisieclubs om aan te haken bij het niveau van de eredivisie. Dat gat wordt langzaam onoverbrugbaar. Ik vind het wel leuk dat er clubs kunnen degraderen uit de eerste divisie. Aan een gesloten competitie is niets aan. En ja, er zullen nieuwe clubs bijkomen in de eerste divisie. Dat moet je niet willen tegenhouden.”
Ook Jansen voorziet een verdere internationalisering van het voetbal. Jansen: „Maar dan niet eens Europees. Misschien komt er wel een wereldcompetitie, waarin Amsterdam, gesponsord door een multinational, speelt tegen Sydney, dat ook zo’n sponsor heeft. Mij zou het niet verbazen, het gaat een kéér gebeuren”
Aan de onderkant vallen dan de klappen. Jansen denkt, net al de anderen, dat de tijd van het semi-professionalisme zal terugkeren in Nederland: „Nu is dat eigenlijk al niet anders. In het amateurvoetbal wordt veel verdiend door spelers. Er zijn topamateurclubs met een hogere begroting dat bijvoorbeeld Haarlem. En er komen ook meer mensen kijken. Dat zal doorzetten. Dat er doorstroming komt is alleen maar goed. Dat hoort bij sport.”
Kesler gelooft vooral in beleid, zoals dat nu bijvoorbeeld wordt gevoerd bij FC Twente, Groningen, NAC en Heerenveen. „Zo ontstaan clubs met een stevige maatschappelijke functie, die hun wortels stevig verankerd hebben in de regio waarin ze spelen.” Daardoor zal een sterke eredivisie ontstaan, met draagkrachtige clubs. Kesler: „Die verenigingen hebben de toekomst en zullen ook geld uit de markt kunnen blijven halen. Daar geloof ik veel meer in, dan in welk ander scenario dan ook.”
De directeur ziet niets in een verregaande internationalisering van het voetbal. Nuchter stelt Kesler vast dat het mathematisch niet eens mogelijk is. Er zijn te weinig speeldagen. „Europees spelen in het weekeinde is gewoon onhaalbaar. Bovendien willen de fans het niet. Hoe zien Woerts en Jansen dat dan? Dat Ajax de ene week in Milaan speelt en de week erop in Barcelona? En de nationale competities dan? Woerts mag als marketeer ook rekening houden met de wensen van de fans. Maar goed, het is marketeers eigen. Die hebben honderd plannen en daar komt er meestal maar één van uit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.