*

 

Twijfels over nieuw onderwijsstelsel

Cyntha van Gorp − 29/10/09, 00:00

Minister Plasterk vraagt zich af of het hoger onderwijsstelsel niet toe is aan herziening. De Kamer vindt dat voorbarig.

  • (Trouw)

„Het hoger onderwijs barst uit zijn voegen”, stelde onderwijsminister Plasterk begin september bij de opening van het academisch jaar in Enschede. De analyse die hij daarop liet volgen was evenmin hoopgevend. Niet alle studenten kunnen nog het uiterste uit zichzelf halen, met dank aan de steeds grotere en meer diverse toestroom van studenten. En veel jongeren worden te vroeg gedwongen een al dan niet verkeerde vervolgkeuze te maken.

En dus vroeg de minister zich openlijk af: moet het huidige binaire stelsel (hbo en universiteit) niet op de schop? Gecharmeerd was hij van het Californische model, dat vier typen instellingen kent. Maar, benadrukte de bewindsman, alles staat nog open.

Hoewel Plasterk de vraag zelf opwierp, wil hij het antwoord overlaten aan de experts. Een zeskoppige commissie onder leiding van voormalig CDA-minister Cees Veerman is inmiddels aan het werk om „de toekomstbestendigheid van het Nederlandse stelsel op de langere termijn onder de loep te nemen”.

Vanavond mag de bewindsman zijn ideeën over het hoger onderwijs in de Kamer komen toelichten. Maar Kamerleden noemen de ambitieuze plannen voorbarig. Onderzoeken kan altijd, maar is dit wel de juiste volgorde, vragen ze zich af.

„Over alles valt te praten”, zegt VVD’er Halbe Zijlstra. „Maar we moeten eerst uitzoeken wat goed is en wat niet, en dan – eventueel aan de hand van buitenlandse ervaringen – bekijken hoe we slechte dingen kunnen oplossen.” Niettemin deelt hij Plasterks analyse. „Er is een probleem met differentiatie. Het maakt nogal wat uit of je na mbo-4 of na het vwo doorstroomt naar hbo. Maar of een ander stelsel dit oplost?”

CDA’er Jan Jacob van Dijk vindt de volgorde eveneens „erg merkwaardig”. GroenLinkser Tofik Dibi twijfelt vooral aan de openheid van de open opdracht. „Een van de commissieleden is Robert Berdahl, de voormalig collegevoorzitter van de Universiteit van California. Hierdoor geeft de minister toch weer richting. Zijn er geen andere toonaangevende stelsels?” Dibi geeft toe: „Ik heb ook vraagtekens bij dit stelsel. Waarom moeten kinderen van twaalf al een richting kiezen?”

Hij krijgt bijval van de VVD-fractie, die ervoor waakt één deel uit het Californische model over te nemen en de rest te laten zoals het is. „In dat model ga je van 12 tot en met 16 jaar naar de high school, daarna volg je een langere hogere opleiding, de community colleges. Dan heb je de standaard universiteiten, en tot slot de research university. Als je dit overneemt, moeten we ook overgaan tot selectie aan de poort. Alleen de 2 procent beste studenten mogen naar Stanford”, legt Zijlsta uit, die daar overigens best heil in zou zien. „Maar dan kan Plasterk niet alleen het onderscheid tussen hbo en universiteit schrappen en doorgaan met het voorsorteren van kinderen van twaalf jaar naar vmbo, havo en vwo.”

SP-Kamerlid Jasper van Dijk vindt een nieuw stelsel überhaupt onnodig. „Er wordt al van alles gedaan”, zegt hij, doelend op de ’Associated Degree’, een tweejarig programma binnen een hbo bacheloropleiding, en het ’Honour Programme’, een aanvullend programma voor talentvolle bachelorstudenten. „Plasterk loopt als een olifant door een porseleinkast, maar de differentiatie die hij wil, is er al.”

mailIcon print |